De jeugd van tegenwoordig - Kristien Hemmerechts

Telkens opnieuw verbaas ik me erover hoe goed mijn studenten schrijven. Niet allemaal, natuurlijk, maar nogal wat van hen kunnen trefzeker formuleren, en mooie beelden maken. Dat lukt niet meteen en ook niet altijd, maar als je ze goed coacht én als je hen kunt motiveren om hun best te doen, is het resultaat vaak verrassend.

Ook lezen kunnen ze goed, maar ook daar geldt dat coachen cruciaal is. Dat coachen houdt in dat ik een aantal keer moet roepen: je moet wel lezen wat er staat! Of: lees eens aandachtig! Of: lezen vergt een inspanning, het is geen ontspanning! En ze zijn vertrokken.

Er wordt veel geweeklaagd over de hopeloze toestand van het onderwijs en het schrikwekkend lage niveau van leerlingen en studenten, maar ik kan me daar niet bij aansluiten, althans niet op basis van het stukje dat ik ervan te zien krijg. Ik heb te maken met mensen die kiezen voor hoger onderwijs, én binnen dat hoger onderwijs kiezen ze voor taal. Het is logisch dat ze kunnen lezen en schrijven, maar ze kunnen het echt wel goed, beter, zo maak ik me sterk, dan mijn generatie dat kon.

Schrijven, lezen, weten, ...

Niet alleen kunnen ze goed lezen en schrijven, maar ze weten ook veel. Dikwijls weten ze meer dan ik, of ze weten over sommige dingen meer dan ik, en gelukkig weet ik dan weer meer over andere dingen. Met al die iPhones, iPads en laptops in de klas is het internet als een alwetende god altijd onder ons, zodat met groot gemak iets kan worden opgezocht, wanneer blijkt dat zij noch ik het weten. Handig is dat.

Ook over de nefaste invloed van dat internet wordt veel geweeklaagd. Het zou oppervlakkigheid en gemakzucht in de hand werken. Er bestaan daar veel studies over en misschien hebben die studies gelijk, maar het internet heeft mensen ook veel slimmer gemaakt. Slimmer en zelfredzamer. Je moet het internet uiteraard leren gebruiken, net zoals je vroeger met encyclopedieën en naslagwerken moest doen. Je moet leren dat je niet alles klakkeloos kunt overnemen, en dat er veel onzin op het net te vinden is. Kortom, je moet er kritisch mee leren omgaan. En vooral moet je leren dat je in de eerste en laatste plaats zelf moet denken.

en denken

Met dat woord ben ik bij een stokpaardje van me beland: er wordt te weinig gedacht. De hele wereld zou beter af zijn, als er meer werd gedacht. Denken vergt natuurlijk concentratie en misschien zelfs discipline en stilte, allemaal dingen die niet makkelijk of evident zijn. Denken is het tegengif voor oppervlakkigheid.

Soms denk ik dat dit het enige is wat ik mijn studenten nog kan of moet bijbrengen: denk na. Sta eens stil bij de dingen. Wees er een tijdje mee bezig. Geef ideeën de kans te rijpen in je hoofd.

Ik heb weleens de indruk dat hun dat zelden of nooit is gezegd. Het moet voor hen allemaal snel snel snel, hop, hier is het antwoord, en we gaan over naar het volgende. Maar dan moet je een beetje tegengas geven, en hun leren dat er soms niet meteen een antwoord is, dat het nadenken over een kwestie interessanter kan zijn dan het antwoord, en dat het antwoord vaak geen antwoord is. Hoe langer je over iets nadenkt, hoe complexer de kwestie blijkt te zijn, én fascinerender, én lastiger. Dat mag, dat maakt het leven boeiend.

Elke mens wordt geboren met het vermogen te denken, maar dat denkvermogen moet geactiveerd worden, en gescherpt. Daar zou ik nog een kruistochtje voor willen ondernemen, een kruistocht voor het denken, met als onvermijdelijk slogan: ik denk, dus ik ben.

(Kristien Hemmerechts is auteur.)

lees ook