ICC vervolgt Israël niet voor raid op Gaza Flotilla

Het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag zal Israël niet vervolgen voor de raid op een humanitaire vloot met bestemming Gazastrook in mei 2010. Dat heeft procureur Fatou Bensouda van het ICC donderdag in een communiqué meegedeeld.

Op 31 mei 2010 enterden militairen van de Isaëlische marine het schip Mavi Marmara, dat onderweg was naar de Gazastrook met hulpgoederen. Het schip maakte deel uit van het hulpkonvooi Free Flotilla, bestaande uit verschillende schepen met enkele honderden activisten aan boord. Bij de raid werden 19 personen omgebracht, onder wie 8 Turken en een Amerikaan van Turkse komaf.

De aanval vond plaats in internationale wateren en lokte heel wat protest los. De relaties tussen Israël en Turkije, nochtans voormalige bondgenoten, zakten tot onder het vriespunt. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu bood later onder diplomatieke druk excuses aan aan zijn toenmalige Turkse ambtgenoot Recep Tayyip Erdogan.

De Comoren, een eilandengroep in de Indische Oceaan, dienden een klacht in bij het Internationaal Strafhof. De Mavi Marmara was weliswaar een Turks schip, maar voer onder de vlag van de Comoren. Het Strafhof heeft nu beslist Israël niet te vervolgen, ook al is er een "redelijk vermoeden" dat Israël zich schuldig gemaakt heeft aan oorlogsmisdaden.

Procureur Fatou Bensouda heeft naar eigen zeggen "minutieus" alle aspecten van de kwestie onder de loep genomen. "Zonder de feiten te willen minimaliseren, zijn ze niet ernstig genoeg om vervolging te rechtvaardigen", luidt het in een verklaring. Ze verwijst naar het Statuut van Rome, dat bepaalt dat staten die op grote schaal oorlogsmisdaden plegen, vervolgd moeten worden. "De feiten zijn niet voldoende ernstig opdat het ICC zich erover zou buigen."

De advocaten die de klacht ingediend hebben, zijn van plan in beroep te gaan. Volgens Israël heeft het Internationale Strafhof "tijd verspild" aan een "politiek gemotiveerde" klacht.