Is betogen en staken nog modern? - Jan Van de Poel

Vandaag is het bon ton om de hand uit te steken. De regering doet het. De werkgevers ook. Alleen de vakbonden doen het voorlopig niet. Zij blazen verzamelen voor wat zich als een hete herfst aankondigt. Vandaag verwachten de bonden honderdduizend man op straat. Als ze dat voor mekaar krijgen, zullen ze één van de grootste naoorlogse betogingen op de been hebben gebracht. Opvallend is dat ook het ruimere middenveld - van scouts over studenten tot kunstenaars - mee opstapt.
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

De regering sprak zich tot nog toe zeer voorzichtig uit over de aangekondigde acties, maar voor de werkgevers zijn die alvast een brug te ver. Voka vond de dreiging ‘onbegrijpelijk’, het VBO sprak van ‘gevaarlijk spel dat nog nooit één extra job had opgeleverd’ en UNIZO stelde dat ‘elk sociaal overleg in de kiem wordt gesmoord’.

Stabiel en stakingsbereid

Acties en stakingen zijn niet noodzakelijk de tegenpool van overleg. Beiden kunnen perfect naast elkaar bestaan. Dat leert althans de geschiedenis. België is – in de woorden van de Nederlandse socioloog Arend Lijphart - een ‘consociational democracy’. Ondanks scherpe tegenstellingen is ons land vrij stabiel, zowel op politiek als sociaal vlak. Die stabiliteit heeft veel te maken met het overleg tussen de elites van de verschillende sociale groepen waarbij verschillende belangen worden verzoend. Misschien enigszins paradoxaal sluit die stabiliteit scherp sociaal protest of stakingen niet uit. Griekenland buiten beschouwing gelaten, telt België na Frankrijk en Italië het grootst aantal algemene stakingen sinds 1980.

De meerwaarde van acties

Acties op straat en stakingen hebben een belangrijke functie binnen het overleg. Acties brengen of houden dat overleg op gang of zetten nieuwe eisen op de onderhandelingsagenda. Acties geven ook een stem aan de brede achterban, die niet rechtstreeks deelneemt aan het geïnstitutionaliseerd overleg en zelden op de opiniepagina’s belandt. Het overleg is vaak een technocratische aangelegenheid in arena’s zoals de Nationale Arbeidsraad, de paritaire comités op sectorniveau en zelfs de ondernemingsraden in de bedrijven zelf. Het zijn professionals die deelnemen aan wat wetenschappers vaak de ‘verregaande geïnstitutionaliseerde onderhandelingspiramide’ noemen.

Staken biedt de bonden ook de mogelijkheid om eisen die strikt genomen buiten het geïnstitutionaliseerd overleg vallen op de agenda te zetten. Het overleg met de werkgevers blijft vooral beperkt tot looneisen en gaat niet over bredere issues zoals de pensioenhervorming, de openbare dienstverlening of een betere spreiding van de lasten tussen pakweg arbeid en vermogen.

Sleet op het overlegmodel?

Dat de bonden recht in hun schoenen staan wanneer ze vandaag de straat op trekken, betekent niet dat de kaarten gunstig liggen. Sinds de jaren tachtig zijn de krachtverhoudingen in het overleg fundamenteel gewijzigd. Dat heeft veel te maken met wat vaak gemakshalve de ‘globalisering’ wordt genoemd. We zijn een open economie geworden en hebben de sleutels van de economische ontwikkeling niet langer zelf in handen. Het ‘oude’ overleg ging vooral over het verdelen van de vruchten van een stijgende productiviteit, terwijl het vandaag gaat over het behoud van competitiviteit in een internationale concurrentiestrijd.

Dat is veel moeilijker dan het verdelen van een taart die steeds groter wordt. Daarom heeft de overheid de teugels van het overleg veel steviger in handen genomen. Sinds de jaren tachtig zijn de opeenvolgende algemene stakingen – tegen het vernieuwd sociaal pact in kader van de Europese begrotingsnormen in 1993, tegen het Generatiepact van Verhofstadt in 2005 en tegen de pensioenhervorming in 2011 – mislukt in de zin dat ze de koers van de regering niet fundamenteel hebben gewijzigd.

Het miskennen van de vele functies van de vakbonden heeft niet alleen met wijzigende krachtverhoudingen te maken. Dat lijkt ook een zekere ideologische achtergrond te hebben. Het corporatistisch overlegsysteem geeft een zekere politieke macht aan sociale organisaties. Dat idee ligt niet zo goed bij de populairste politici van ons land. Drukkingsgroepen krijgen veel minder speelruimte en collectief overleg zou beter plaats ruimen voor individueel overleg op niveau van de onderneming om in te spelen op de internationale concurrentieslag.

De hand uitsteken naar "nieuwe" burgerbewegingen

Uit die ervaringen vallen ook lessen te trekken voor de bonden. Het betekent dat ze niet alleen moeten opkomen voor verworven rechten, maar mee de democratische motor moeten zijn van een alternatief herstelbeleid. Daarin past een pleidooi voor stijgende koopkracht en meer investeringen in de welvaartsstaat, maar ook vernieuwende ideeën. Daarom moeten het ‘geïnstitutionaliseerd middenveld’ uit hun institutionele cocon treden en de hand uitsteken naar de nieuwe drukkingsgroepen van vandaag. Er valt veel te leren van de ‘nieuwe vormen en gedachten’ van burgerbewegingen, Ringland en andere.

(Jan Van de Poel is historicus en politicoloog en bestudeert het functioneren van het middenveld.)
 

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.