Taaltest: Standaardnederlands is behoorlijk Vlaams gekleurd

De afgelopen dagen hebben meer dan 200.000 Vlamingen de online taaltest gedaan op de websites van Radio 1 en De Standaard. De gemiddelde deelnemer heeft met 60 procent van de typisch Vlaamse uitdrukkingen geen problemen. De Nederlandse taal mag voor het merendeel van de deelnemers dus gerust wat Vlaamser zijn, zo blijkt uit de resultaten die vandaag in De Standaard staan.

De online taaltest, die u nog steeds kan afleggen, geeft een aantal zinnen weer, waarbij u moet zeggen of u ze zelf in de mond zou nemen of schrijven. De gemiddelde deelnemer heeft met iets minder dan 60 procent van de uitdrukkingen geen problemen, zo blijkt.

De regionale verschillen zijn klein, maar in het centrum van het land wordt het Vlaams toch iets meer geapprecieerd. In Vlaams-Brabant, Antwerpen en Oost-Vlaanderen ligt het gemiddelde op 58 procent. In West-Vlaanderen (56 procent) en Limburg (55 procent) is men minder tolerant voor afwijkingen van de standaardtaal.

De zegswijze "op zijn honger blijven zitten" is de voorgelegde niet-standaardtalige zin die het makkelijkst spontaan wordt gebruikt door de Vlamingen. 83 procent van de deelnemers heeft er geen problemen mee.  De Vlaamse zegswijze "toen kwam de kat op de koord" en de zin "telkens ik achterom kijk" (het moet eigenlijk "telkens als" zijn, red.) krijgen het minste bijval (om en bij de 35 procent).

Ook Nederlanders gebruiken "Vlaams"

Voorts blijkt dat mannen (58 procent) toegeeflijker zijn voor Vlaamse woorden en uitdrukkingen dan vrouwen (56 procent). Op vlak van leeftijd zijn de verschillen klein. De oudste én de jongste deelnemers zijn iets strenger dan de andere leeftijdscategorieën.

Opvallend is ook dat de Nederlanders die deelnamen aan de test -zo'n 9.000 mensen- een kwart van de "Vlaamse" zinnen zelf zouden gebruiken. Uit een gelijkaardig onderzoek bij taalprofessionals was al gebleken dat zij vinden dat er meer Vlaamse woorden en zinnen tot de Nederlandse standaardtaal moeten behoren.

De Taalunie wil rekening houden met de resultaten. "Als uit het onderzoek blijkt dat veel Belgisch-Nederlandse woorden en uitdrukkingen een ruimere verspreiding hebben dan tot nu toe werd gedacht, dan zullen ze daar ongetwijfeld rekening mee houden. Maar te soepel willen we ook niet zijn", zegt algemeen secretaris Geert Joris in De Standaard.