Hoe ziet Duitsland er uit na de val van de muur?- Rik Tyrions

Ik werkte nog niet zo heel lang in dit huis van vertrouwen toen ik in 1990 voor het eerst naar Oost-Duitsland op reportage ging. Correctie: niet in Oost-Duitsland, maar in de “nieuwe” Duitse deelstaten of de “oostelijke” deelstaten.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Die eerste ervaring was vrij hallucinant. Ik kwam in een hotel in Dresden terecht, waar de telefoon naar de redactie in Brussel nog met de hand moest worden doorgeschakeld. Toen ik probeerde naar het stadje Hoyerswerda te rijden, nauwelijks 60 kilometer verderop, moest ik na 10 kilometer rechtsomkeer maken: ik vreesde voor het onderstel van mijn auto op de vooroorlogse kasseien. Voor de youngsters onder jullie: vooroorlogs is 1940 .

Tegenwoordig is rondrijden in het oosten van Duitsland een waar plezier. De wegen zijn allemaal piccobello, de stadjes, waar je door rijdt allemaal een postkaart waard. Het oosten van Duitsland heeft nu de beste infrastructuur van Europa. Telecommunicatie gaat over supersnel glasvezel. Nog jaren na de Wende, de vreedzame revolutie in Oost-Duitsland, kon je in Berlijn de inwoners van Oost en West uit elkaar kennen, alleen al aan hun kleding. Zelfs na 1990 bleven veel Oost-Berliners zich kleden in de modekleuren van de DDR: grijs, lichtbruin en donderbruin. Donkerblauw werd als te frivool afgedaan. Tegenwoordig zie je geen onderscheid meer.

Oost en west

In een bijdrage voor het schielijk ter ziele gegane duidingsprogramma Aktueel schreef ik begin jaren negentig dat het zeker tien jaar zou duren eer de eenmaking van Oost- en West-Duitsland zou voltooid zijn. Zelden heb ik mij zo vergist. Na 25 jaar zijn de oostelijke deelstaten nog altijd niet “west” geworden. Ik ging namelijk uit van de verkeerde premisse: “oost” moest “west” worden, de vroegere DDR moest zich volledig aanpassen aan de Bondsrepubliek. Maar uit het samengaan van Oost- en West-Duitsland is iets nieuws gegroeid. De huidige Bondsrepubliek is een heel ander land dan de ietwat muffe en saaie Bonner Republik van de jaren tachtig.

De Berliner Republik staat veel zelfzekerder in de wereld dan zijn voorganger. Met de verhuizing van de hoofdstad van Bonn (80 kilometer van de Belgische grens) naar Berlijn (80 kilometer van de Poolse grens) heeft Duitsland weer helemaal zijn plaats in het midden van Europa ingenomen. Hoezeer de Camerons en Hollandes van deze wereld het ook betreuren, Duitsland is nu eenmaal het land met de meeste inwoners en met de grootste en sterkste economie van Europa. Zelfs voor de Duitse eenmaking was de Bondsrepubliek de economische motor van de Europese Gemeenschap. Maar de Duitsers hielden zich low profile, uit schrik dat de rest van het continent zou gaan beseffen dat de verliezers van de Tweede Wereldoorlog zich hadden opgewerkt tot het Kraftwerk van Europa. Die schroom hebben onze oosterburen de afgelopen 25 jaar beetje bij beetje afgelegd.

Nationaal gevoel

Dat is het best te zien aan het gedrag van de Duitse voetbalsupporters bij internationale wedstrijden. In 1972 werd de West-Duitse Mannschaft voor het eerst Europees kampioen (in het Heizelstadion trouwens en met de beste Duitse ploeg ooit…). In 1980 deden ze dat nog eens over. In geen van beide gevallen leidde dat tot spetterende feesten, waarbij het winnende elftal door de president werd ontvangen en in een open bus door de hoofdstad werd gereden. Ook toen de Duitsers in 1974 en 1990 wereldkampioen speelden bleef de feestvreugde binnen de perken. Het leek wel alsof de Duitsers wilden zeggen: “let niet te fel op ons, we zijn wel kampioen, maar het was gebeurd voor we er erg in hadden.”

Dat veranderde pas met het wereldkampioenschap voetbal in 2006, dat in Duitsland werd georganiseerd. Opeens werd er enthousiast en ongegeneerd met Duitse vlaggen gezwaaid. Supporters droegen fier het Schwarz-Rot-Gold. In het buitenland ging al een zucht van verlichting op toen de Duitse ploeg in de halve finale strandde tegen Portugal. Anno 2014 is Duitsland een scheissnormale voetbalnatie, getuige de hallucinante taferelen aan de Brandenburgse Poort in Berlijn, toen de Mannschaft vorige zomer opnieuw wereldkampioen werd.

Hetzelfde gebeurde op politiek vlak. Bondskanselier Helmut Kohl lette er altijd op dat hij de rest van Europa niet bruuskeerde (van low profile kunnen we in het geval van Kohl niet spreken…). Kohl had dan ook de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en hij was zich bewust van de gevoeligheden in de rest van Europa. Al vlak na de eenmaking in 1990 liet Kohl soldaten van het Duitse leger op missie trekken naar het buitenland. Dat zou onder zijn voorgangers als Adenauer of Brandt ondenkbaar zijn geweest. Maar in de jaren negentig ging het telkens om enkele tientallen soldaten, die met een stevig VN-mandaat aan een vredesmissie deelnamen.

Zijn opvolger Schröder was een kind van het Wirtschaftswunder. Hoewel zijn vader in 1944 sneuvelde had hij geen herinneringen aan de oorlog. Schröder (en zijn groene minister van buitenlandse zaken Joschka Fischer) liet de Luftwaffe tijdens de Kosovo-oorlog van 1999 Joegoslavië bombarderen, en dat zonder toestemming van de Verenigde Naties. En om enkele duizenden soldaten van de Bundeswehr naar Afghanistan te sturen moest de grondwet fors worden opgerekt.

Low profile

Met Bondskanselier Angela Merkel is de normaliteit in de politiek helemaal teruggekeerd. Merkel gebruikt de buitenlandse politiek ongegeneerd om haar binnenlandse doelstellingen te bereiken. Dat de kanselier de rest van de Europese Unie verplicht om een streng besparingsbeleid te volgen heeft niet alleen te maken met haar conservatieve overtuigingen. Ze krijgt het aan haar christendemocratische kiezers ook niet verkocht dat ze zouden moeten opdraaien voor de schuldenberg, die de Grieken en de Spanjaarden hebben gemaakt. Dat kan dan al erg kort door de bocht zijn, het is wel wat de Duitsers denken: dat zij ongeveer in hun eentje de Zahlmeister van Europa zijn, de kassier van de Unie.

Toch blijft ook Merkel op internationale bijeenkomsten meestal low profile. Ik ben er zeker van dat het af en toe stuift op de 7de verdieping van het Bundeskanzleramt in Berlijn. Kijk maar naar de ruzie met de Britse premier Cameron, die nu ook via Der Spiegel wordt uitgevochten. Maar onenigheid met de Europese partners wordt meestal op een diplomatieke manier afgehandeld. In die zin hebben de Duitsers begrepen dat ze best het zelfbewustzijn mogen hebben van een grote natie, maar dat ze zowel economisch als politiek meer kunnen bereiken door iets meer in de schaduw te werken. Zo hebben de Duitsers dan toch iets geleerd uit twee wereldoorlogen. De ongelooflijke arrogantie, waarmee ze 100 jaar geleden eisten dat België hen doorgang zou verlenen om Frankrijk aan te vallen en de hemeltergende zelfzekerheid waarmee ze in 1940 de rest van Europa overvielen liggen gelukkig achter ons.

Stabiel

De afgelopen 40 jaar is Duitsland de stabielste democratie van Europa geworden. In de jaren rond 1968 leek het er even op dat het democratische experiment op Duitse bodem in gevaar was, met de dood van de student Benno Ohnesorg, de aanslag op studentenleider Rudi Dutschke en het ontstaan van de Rote Armee Fraktion. De Bondsrepubliek is niet bezweken onder de verleiding om extreem-links geweld te beantwoorden met extreemrechts geweld. Als het om extreemrechts gaat kijkt de rest van de wereld met een vergrootglas naar Duitsland. Maar sinds de Tweede Wereldoorlog heeft extreemrechts in Duitsland nooit meer dan enkele procenten gehaald bij federale verkiezingen.

Af en toe slaagt een extreemrechtse partij erin om nipt over de kiesdrempel te wippen bij een stembusgang in een deelstaat. Maar de recente verkiezingen in Saksen en Thüringen bewijzen dat de Duitse democratie een soort zelfreinigend vermogen heeft, dat excessen van links en rechts op termijn weggomt. Het overgrote deel van de Duitsers heeft de democratie omarmd en de hereniging van de DDR en de Bondsrepubliek heeft dat effect alleen maar versterkt. Als veel West-Duitsers de praktijk van de dictatuur in 1989 al vergeten waren, dan kwamen er opeens 17 miljoen Oost-Duitsers bij om hen daar weer aan te herinneren.

Vorige week ben ik in de vroegere Stasi-gevangenis van Hohenschönhausen rondgeleid door Ullrich Ebert, een man die daar in de DDR-tijd zelf heeft vastgezeten. Na een deprimerende rondgang langs cellen, ondervragingsruimten en kooien om de gedetineeren te luchten, eindigde Ebert met een citaat, dat soms aan Goethe wordt toegeschreven: “Wer in der Demokratie schläft, wacht in der Diktatur auf”. Zolang de Duitsers dat in hun achterhoofd houden, hebben we van onze oosterburen niets te vrezen.

(Rik Tyrions  is VRT-journalist en kenner van Duitsland)