Doet Catalonië Spanje versplinteren?

De dreiging van Catalonië om een referendum over onafhankelijkheid te houden, maakt de centrale regering in Madrid erg nerveus, veel meer dan Londen was over Schotland. Spanje kan immers veel meer verliezen dan Catalonië alleen.

De intensiteit van de "classico" tussen FC Barcelona en Real Madrid gaat over heel wat meer dan voetbal, maar past ook in een eeuwenoude clash tussen het Catalaanse nationalisme en dat van het centralisme in Spanje.

U wist wellicht al dat Catalonië met Barcelona de basis van de industrie was in Spanje en nog altijd een erg belangrijk financieel-economisch steunpunt van Spanje is. Het verlies ervan zou voor de rest van Spanje -dat nog maar net uit een financiële crisis krabbelt- een klap zijn, maar er is meer.

De Catalaanse taal en cultuur reiken immers veel verder dan de huidige regio Catalonië, want die omvatten ook de Balearen met Mallorca en de -eveneens economisch erg belangrijke- regio Valencia ten zuiden van Barcelona. Hoe gaan die zich voelen in een rest-Spanje, waar het Castiliaans uit het centrum versterkt zou worden? Of willen die dan liever bij een "Groot-Catalonië"?

En dan spreken we nog niet over het Baskenland waar een totaal aparte taal en cultuur bestaat die al veel langer van een eigen staat droomt en daar zelfs decennia van terrorisme voor overhad. In het noordwesten van Spanje is er nog een derde aparte cultuur: Galicië, waarvan de taal nauwer aansluit bij het aangrenzende Portugal dan bij de rest van Spanje.

Het idee dat in Spanje Spanjaarden wonen die Spaans spreken, is dus in feite een mythe, ook al werd die eeuwenlang vanuit Madrid in leven gehouden.

Is Spanje een kunstmatige staat?

Wat wij Spanje noemen, is ontstaan uit het al dan niet vrijwillig samengaan van kleinere staten die vanuit het noorden de moslimoverheersing op het Iberisch Schiereiland terugdrongen.

Een daarvan was Castilië-Leon dat het centrum van het land met het latere Madrid innam. Ten westen daarvan ontstond Portugal, ten noorden Navarra en ten oosten daarvan Aragon en het graafschap Barcelona.

In 1137 bracht het huwelijk van Ramon Berenguer en Petronilla van Aragon die twee laatste staten bijeen in de "Kroon van Aragon". Die laatste monarchie bleek erg ambitieus, want ze omvatte een eeuw later ook de Provence en grote delen van de Languedoc aan beide kanten van de Pyreneeën. Niet verwonderlijk, want cultureel had Aragon/Catalonië meer gemeen met de Provence/Languedoc dan met Castilië. 

Aragon veroverde in de 13e en 14e eeuw ook de Balearen met Mallorca en Valencia op de moslims en al snel ontstond in de Middellandse Zee een Aragonees imperium dat ook Sardinië, Sicilië, Zuid-Italië en Athene omvatte. De nieuw veroverde gebieden werden apart bestuurd met hun eigen parlementen en wetten, maar wel in een personele unie, onder een koning van Aragon dus.

Een huwelijk met "ups and downs"

Grootmachten ontstonden toen vaak op het slagveld of tussen de lakens en in 1469 legde het huwelijk tussen Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragon de basis van het lagere Spanje. Toch kwamen de koningen van Castilië en Aragon al vanaf 1412 uit dezelfde familie, de Trastamara.

Beide staten bleven echter wel hun eigen wetten en autonomie behouden. Zo erfde onze keizer Karel V (Carlos I) in 1516 de troon van Aragon, maar was hij in Castilië enkel regent voor zijn als mentaal onstabiel beschouwde moeder Juana. Pas de zoon van Karel, Filips II (1556-1598), zou zich "koning van Spanje" noemen.

De twee staten bleven echter wel hun eigen wetten behouden en bovendien sloot Castilië Aragon uitdrukkelijk uit van de kolonisatie van Amerika en terwijl de Aragonese invloed in de Middellandse Zee terugliep. Spanningen waren er al snel: tussen 1640 en 1652, en 1687 en 1697 waren er telkens opstanden in Catalonië tegen het groeiende centralisme van de koningen die steeds vaker in het Castiliaanse Madrid zetelden. Frankrijk maakte van die opstanden gebruik om tot aan de Pyreneeën op te rukken en Roussillon (Rosello) in te nemen.

Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) koos Castilië voor de Franse Bourbons en Aragon/Valencia voor de Oostenrijkse Habsburgers. In Spanje won het eerste kamp het pleit en in 1716 werden door de Decretos de Nueva Planta ("decreten van de nieuwe orde") de aparte wetten van Aragon afgeschaft en vervangen door die van Castilië. Het Catalaans werd onderdrukt ten voordele van het Castiliaans dat wij ook als Spaans kennen.

Pas na de invoering van de democratie, na de Franco-dictatuur in 1978, werden Catalonië, Valencia en de andere deelstaten van Spanje opnieuw autonoom en werden hun talen erkend. Of dat nu voldoende blijkt om Spanje te behouden, moet nog blijken. Voetbal zou alleszins wel een stuk saaier worden als Catalonië een aparte competitie zou opstarten.