Van cultureel naar economisch nationalisme

Het Catalaanse nationalisme vindt zijn oorsprong in de 18e eeuw, maar kwam vooral in de 19e eeuw tot bloei. In een eerste fase was het vooral een culturele emancipatiebeweging, maar jaren van zware repressie in de eerste helft van de 20e eeuw gaven het nationalisme ook een politiek gezicht. In het post-Franquistische Spanje kreeg Catalonië meer autonomie, maar mede door de economische crisis van de laatste jaren is de nationalistische beweging voort geradicaliseerd: onafhankelijkheid van het relatief rijke Catalonië is nu het doel.

In 1659 wordt Catalonië opgedeeld in een Spaans en een Frans deel. In 1716 heft de Spaanse koning Felipe V de Catalaanse instellingen op en begint een politiek van verdringing van de Catalaanse taal: het Castiliaans wordt de officiële taal, ook in Catalonië. Dat leidt tot de eerste acties tegen culturele assimilatie.

In de 19e eeuw breekt het nationalisme door, ook bij ons in Vlaanderen. In deze tijden van romantiek wordt taal beschouwd als bindmiddel voor een volk. Voeg daarbij dat Spanje in dezelfde periode een na een zijn koloniën verliest en fors inboet aan prestige en rijkdom.

Catalonië en Baskenland - die andere moeilijke regio - staan er iets beter voor: door de industriële revolutie is daar iets meer welvaart.

De groeiende Catalaanse middenklasse moet niet veel hebben van de centralistisch geleide Spaanse staat. Het Catalanisme in die periode is vooral cultureel geïnspireerd. Zo ontstaat de krant Diari Catalá en komen er enkele congressen die een lijst van grieven kenbaar maken aan de koning in Madrid. Journalist Valentí Almirall (foto) publiceert zijn standaardwerk "Lo Catalanismo", waarin onder meer de heroprichting wordt gevraagd van de Generalitat de Catalunya, zeg maar de lokale uitvoerende macht.

Naar het einde van de 19e eeuw worden ook politieke partijen opgericht: het politieke Catalanisme is vertegenwoordigd in zowat alle politieke tendensen. De Catalaanse taal blijft tot nader order een soort randfenomeen: het zou nog duren tot 1932 voor er een leerstoel Catalaans komt aan de Universiteit van Barcelona.

Dictatuur, centralisme en verdrukking

In de vorige eeuw breken slechte tijden aan. Eerst is er de dictatuur van de Spaanse premier Miguel Primo de Rivera, die in 1923 een corporatistische eenpartijstaat in het leven roept. Koning Alfonso XIII blijft wel op de troon in Madrid, maar heeft geen macht. Primo de Rivera (foto) neemt tal van anti-Catalaanse maatregelen: Spaans wordt de enige toegelaten taal, Catalaanse symbolen en liederen worden verboden.

Het nationalisme leeft op bij de ontevreden bourgeoisie in het relatief welvarende Catalonië, ook bij de gewone man die het iets minder goed heeft. De koning en zijn premier maken zich alsmaar onmogelijker bij een grote groep van de bevolking. In 1931 ontstaat oproer, en dat leidt uiteindelijk tot het uitroepen van de Spaanse republiek.

De linkse nationalisten in Catalonië ruiken hun kans en weten een zekere autonomie te verkrijgen na moeilijke onderhandelingen met de regering in Madrid. De Generalitat de Catalunya wordt opnieuw opgericht. Tal van progressieve partijen zetten onafhankelijkheid op de politieke agenda.

1927 AP

Niet iedereen in Spanje is ingenomen met al die vernieuwing. In 1936 komt het leger in opstand tegen de instellingen van de republiek. Generaal Francisco Franco ontketent de Spaanse burgeroorlog. In 1939 installeert hij een militaire dictatuur: de democratische rechten worden opgeschort, Spanje wordt een eenheidsstaat met één taal (Castilliaans), één godsdienst (katholicisme) en één leider (Franco).

Alle regionale instellingen worden afgeschaft. Al wat geen Spaans is, is voortaan taboe in onderwijs en openbaar leven. Het Catalaanse nationalisme zit in de hoek waar de klappen vallen: in 1940 wordt Lluís Companys geëxecuteerd, de democratisch verkozen president van Catalonië. De franquistische milities executeren in heel Spanje 90.000 à 180.000 mensen, veel Catalanen vluchten naar het buitenland. Catalaans spreken, is voortaan een daad van verzet.

1936 AP

Democratië en autonomie

Na de dood van de oude dictator viert Madrid de teugels. Juan Carlos wordt koning, maar het is onder impuls van diens premier Adolfo Suarez dat de Generalitat de Catalunya opnieuw wordt opgericht. De politieke partijen in Catalonië herorganiseren zich.

In 1987 maakt de nieuwe grondwet van Spanje een federale staat met een beperkte autonomie voor de regio's en een bescherming van alle Iberische talen, waaronder ook het Catalaans.

In de straten van Barcelona verschijnen tweetalige straatnaamborden, de Catalaanse cultuur kent een nieuwe bloei en op politiek-economisch vlak wordt de autonomie alsmaar groter. De Catalaanse hoofdstad Barcelona ontwikkelt zich tot een van de economische motoren van heel Spanje en straalt een trotse Catalaanse identiteit uit. De Sagrada Familia van Antoni Gaudí, het Palau de la Musica Catalana van Lluís Domenech i Montaner, de Rambla en de Plaça Catalunya zijn ware toeristische topattracties.  FC Barcelona en het grootse stadion Camp Nou zijn wellicht de bekendste vertegenwoordigers van het moderne Catalonië.

AP2009

Mag het iets meer?

Barcelona mag dan wel de meest kosmopolitische stad van heel Spanje zijn, veel Catalanen blijven vrezen dat hun relatief klein cultuurgebied uiteindelijk toch overheerst zal worden door de grote Spaanse broer. De laatste jaren is daar het groeiende ongenoegen bijgekomen over de rest van Spanje, die volgens veel nationalisten teert op de rijkere Catalaanse economie. 

De economische crisis en de politieke profileringsdrang van de centrumrechtse nationalistische partij Convergencia i Unió doen de rest. Het aantal dakloze armen in de straten van Barcelona neemt exponentieel toe, en hetzelfde geldt voor de Catalaanse vlaggen aan de gevels van de herenhuizen. Wil Catalonië zijn eigen boontjes doppen en de ogen sluiten voor de rest van het land? De Catalaanse premier Artur Mas vindt dat het moet kunnen, maar voor wat de Spaanse premier Mariano Rajoy betreft, is zoiets een "no pasarán".

Hoe dan ook is de heropleving van het Catalaanse nationalisme geen unicum in Europa. Denk maar aan de sterke Schotse Nationale Partij in Schotland en de Nieuw-Vlaamse Alliantie hier. De Schotse nationalisten hebben het onderspit moeten delven in hun referendum in september. Afwachten hoe hun Catalaanse broeders het ervan af brengen in hun volksraadpleging, die overigens door Madrid niet erkend wordt.

AP2012