De Langemark-mythe

Sommige oorlogsmythen ontstaan door misverstanden of stereotiepe opvattingen. De Langemark-mythe, genoemd naar een dorp ten noorden van Ieper, is echter vanaf het begin een bewuste vervalsing geweest.
©2014 brilk

Alles begon met een perscommuniqué dat het Duitse opperbevel op 11 november 1914 verzond. In dat bericht, over de gebeurtenissen in de Eerste Slag om Ieper de dag ervoor, stond te lezen:

Ten westen van Langemarck verbraken jonge regimenten onder het zingen van “Deutschland, Deutschland über alles” de eerste linie van de vijandelijke stellingen en namen ze in. Ongeveer 2.000 man Franse linie-infanterie werden gevangengenomen en zes machinegeweren buitgemaakt.

Dit bericht was duidelijk propaganda. Dat blijkt al uit de vaagheid. Er wordt niet vermeld waar het precies gebeurde en om welke eenheden het ging. Enkel "ten westen van Langemarck" en "jonge regimenten". Toch nam de hele pers het "nieuws" zonder meer over.

De echte aanval op Franse stellingen werd een flop

Inderdaad vond die dag een aanval plaats op de Franse stellingen bij Bikschote, ten noordwesten van Langemark, maar die werd een flop, net als de andere aanvallen in die sector van de voorbije drie weken. Het front zat toen al helemaal vast.

Onder "jonge regimenten" worden eenheden verstaan met zeer jonge mannen die in het begin van de oorlog vrijwillig in het leger dienst hadden genomen. Maar hun werkelijk lot is minder heldhaftig dan wat de Duitse propaganda ervan maakte.

Vanaf 1 augustus, toen Duitsland de oorlog verklaarde, meldden jongelui – vooral studenten en scholieren uit de gegoede burgerij – zich als vrijwilligers. Sommigen waren zelfs nog geen 16 jaar oud – de minimumleeftijd om in het leger te dienen – maar logen om hun leeftijd.

Deze jonge vrijwilligers werden ingedeeld in het vijftal reservekorpsen die in de daaropvolgende weken werden gevormd. Die korpsen bestonden uit oorlogsvrijwilligers (met daaronder ook veel oudere mannen) plus oudere reservisten. De jongeren vormden hierin slechts een kleine minderheid.

Na een korte opleiding vertrokken ze midden oktober naar het front. De meeste naar de slagvelden in Vlaanderen. Drie korpsen werden op 10 november ingezet bij Ieper de gevolgen waren desastreus. De nieuwe soldaten waren slecht uitgerust, maar vooral slecht opgeleid.

Ze waren getraind door heropgeroepen reserveofficieren en -onderofficieren die zelf niet op die taken waren berekend. In de gevechten rond Ieper, die zelfs voor ervaren militairen een ware hel betekenden, waren ze zowat vogels voor de kat.

Soldaten zongen om elkaar niet kwijt te raken in de mist

In de bewuste gevechten ten westen van Langemark vielen er op 10 november zo’n 3.000 doden. Geschat wordt dat minder dan 500 onder hen jongeren waren. Dat neemt niet weg dat de militaire begraafplaats in Langemark, waar ze begraven werden, door de Duitsers Studentenfriedhof werd genoemd.

En het zingen van ‘"Deuthschland über alles", het (toen nog officieuze) Duitse volkslied? Als er Duitse soldaten dit die dag gezongen hebben, was het wellicht niet uit enthousiasme of patriottisme. Volgens sommigen vond de aanval plaats in de mist en zongen de soldaten om elkaar niet kwijt te raken.

Een Duitse overlevende van de gevechten vertelde later dat zijn groep tijdens de aanval beschoten werd door de eigen artillerie. Om te tonen dat ze Duitsers waren, kregen ze bevel het Deutschlandlied te zingen. Ze zongen, ondanks de helse toestand, maar – zo vertelt de getuige – "sindsdien heb ik nooit meer gezongen".

De Duitse pers stelde het anders voor en sprak vol lof over de jonge studenten die zo heldhaftig hun leven voor het vaderland gegeven hadden. Omgekeerd stelden de geallieerden het voor alsof de Duitsers kinderen de dood hadden ingejaagd.

Klonk Langemark beter in Duitse oren dan Bikschote?

Na de oorlog ging de mythe een eigen leven leiden. "Langemarck" werd bij de Duitsers een even bekende naam als "Passchendaele" bij de Britten, maar dan wel altijd verbonden met roem, eer en jeugd.

De traditionele Duitse studentenverenigingen, die al erg nationalistisch waren, deden daar aan mee. Zo steunden ze financieel de bouw van het monument op de begraafplaats van Langemark. Toen de nazi’s aan de macht kwamen, voerden ze de cultus nog op.

In de nazi-propaganda waren de jongeren evenwel niet langer "studenten", want die kwamen vooral uit de hogere klassen. Voortaan was het zonder meer de Duitse jeugd die in Langemark de heldendood had gevonden. Hitler sprak van "jonge vrijwillgers" of zelfs "jongens".

Geen wonder dat Hitler kort na de Duitse inval van mei 1940 naar België kam, hij de begraafplaats van Langemark bezocht. Het naziregime eerde de jonge gevallenen met meerdere monumenten. In het Olympiastadium van Berlijn, waar in 1936 de Olympische Zomerspelen plaatsvonden, was een speciale herdenkingsruimte voor hen ingericht. Maar het meest beruchte eerbetoon was wel de groepering waarin de Vlaamse leden van de Waffen SS in 1943 werden ondergebracht. Ze kreeg de naam "SS-Sturmbrigade Langemarck".

Waarom had men het over Langemark, terwijl er in dat dorp, dat al een tijd eerder in Duitse handen was gevallen, op 10 november 1914 niet gevochten werd? Misschien vond de Duitse militaire propaganda dat die naam beter in Duitse oren klonk dan Bikschote. "Langemarck" doet denken aan "Bismarck" en andere trotse Pruisische namen.

Overigens, dat de Duitsers "Langemarck" (met ck) schreven in plaats van "Langemark", komt niet omdat dit een meer "Duitse" schrijfwijze zou zijn. "Langemarck" was gewoon de oude Vlaamse schrijfwijze, die in die tijd nog officieel gebruikt werd, Te vergelijking: Kortemark werd toen "Cortemarck" geschreven.

lees ook