Diksmuide is gevallen na helse beschietingen

Vanaf 16 oktober 1914 woedt de IJzerslag in volle hevigheid en krijgen Diksmuide en Nieuwpoort het zwaar te verduren. Wanneer eind oktober de Duitse pogingen om via de IJzervlakte door te stoten naar de Franse kanaalhavens definitief gestuit worden door de onderwaterzetting, verleggen de Duitsers hun hoofdinspanning naar het Ieperfront.

Tijdens de relatieve rust die volgt na twee weken onafgebroken zware belegering, pogen de Belgische en Franse verdedigers in Diksmuide van 2 tot 4 november met enkele aanvallen hun posities te verbeteren. Echter niet voor lang, want wanneer de Duitsers beseffen dat ze ook nabij Ieper niet op een doorbraak moeten hopen, richten ze hun aandacht weer op bruggenhoofd Diksmuide.

De IJzerslag gewonnen

De reddende watervloed van de inundatie via de Noordvaart op 28-29 oktober komt voor de Belgen geen ogenblik te vroeg. De Belgen houden stand achter de spoorberm Nieuwpoort-Diksmuide en de Duitsers hernemen daarop hun aanvallen op Diksmuide. De Duitse verliezen zijn hoog en er wordt geen resultaat geboekt.

Daarom beslist het commando van het Vierde Duitse Leger op 29 oktober de aanvallen op Diksmuide te stoppen en wordt bevolen de bruggen over de IJzer en het oostelijk deel van de stad met zware mortieren te beschieten. Ondertussen worden de Duitsers te Ramskapelle met een ultieme Belgische tegenaanval teruggedreven achter de IJzer.

De Franse generaal Grossetti die de 42e Franse Territoriale Infanteriedivisie ten zuiden van Diksmuide leidt, valt op 31 oktober samen met de Franse marinefuseliers de Duitse linies aan, om zo te voorkomen dat de Duitsers hun Ieperfront kunnen versterken met troepen die voor Diksmuide gelegerd zijn.

In Diksmuide zelf is het daardoor vrij rustig en op 1 november maakt de Belgische schrijver-legerarts Max Deauville een wandeling door het verwoeste Diksmuide, die hij in zijn befaamde boek Tot aan de IJzer uitvoerig beschrijft. De dag erop lukken marinefuseliers er in hun stellingen te versterken en pogen ze met enkele tegenaanvallen hun linies wat op te schuiven in de richting van Woumen en Esen. Onder zwaar Duits mitrailleurvuur wordt amper 200 meter vooruitgang geboekt en de aanval blijft steken.

De strijd bij Woumen

Op 3 november ’s morgens wordt de aanval hervat, weer zonder succes. Generaal Grossetti beslist daarom zijn volledige divisie in te zetten en wil twee bataljons marinefuseliers langs de IJzer naar het zuiden laten trekken om ter hoogte van Woumen de IJzer over te steken en zo bij het kasteel van Woumen te komen.

Het goed verdedigde kasteel wordt met 50 kanonnen bestookt, maar mist bemoeilijkt de beschietingen. De aanvallers komen tegen de avond niet verder dan het kasteelpark op 400 meter van het kasteel. Ook bij Esen wordt geen vooruitgang geboekt en richting Beerst vragen de Belgen versterking om het noordelijk front te houden.

Ook op 4 november poogt de 42e Divisie nogmaals het zwaar verdedigde Duits bolwerk in te nemen, maar zonder succes. Op 5 november voeren de Franse marinefuseliers onder hels Duits geweervuur een stormloop uit en slagen ze erin het kasteelpark en de kasteelhoeve in te nemen.

De marinefuseliers staan aan de voet van het kasteel, maar zijn door hun krachten. De verdediging van het kasteel is uitstekend ingericht en de marinefuseliers moeten de aftocht blazen. De 42e Divisie moet steun verlenen meer naar het zuiden en vertrekt. De marinefuseliers en de Belgen staan er te Diksmuide weer alleen voor.

Diksmuide valt

Tijdens de nacht van 9 op 10 november sluipt de Duitse infanterie tot stormloopafstand op 200 meter van de Franse verdedigingslinies ten oosten van Diksmuide. Met helse beschietingen – de zwaarste die de verdedigers van Diksmuide meemaken - beginnen de Duitsers om 10 uur hun finale aanval op Diksmuide.

Van achter het kasteel van Woumen schieten hun zware kanonnen heel precies en voltreffer na voltreffer valt in de Franse loopgraven, waarbij veel slachtoffers vallen. Tegen de morgen rukken de Duitsers vanuit Woumen en Beerst in diepe aanvalsgolven en versterkt met 12.000 man op naar Diksmuide.

De Duitsers weten de zwakke punten in de verdediging te vinden. Een gedeelte van de oostelijke verdedigingssector, die bezet is door de Belgen, moet loslaten en neemt in zijn val de flankverdediging, die door de Tirailleurs sénégalais wordt gehouden, mee.

De verdedigingslijn is in het centrum doorbroken, ongeveer boven het spoorwegstation, tussen de spoorwegberm en de baan naar Esen. De Duitsers trekken van daaruit naar het noorden langs het kanaal van Handzame en vallen er de verdedigingslinie in de flank aan. Slechts enkele overlevende marinefuseliers ontsnappen. Ten zuiden van de stad stoten de Duitsers ter hoogte van het kerkhof op de verdedigingslijn van de marinefuseliers.

Admiraal Ronarc’h beslist om zijn versterkingen achter de IJzer te houden en niet de stad in te sturen. De Duitsers zijn immers in Diksmuide en hun versterkingen blijven in golven komen. Eén na één vallen de posities en man tegen man worden straatgevechten geleverd, waarbij de Duitsers gevangen marinefuseliers gebruiken als levend schild om vooruit te komen.

De marinefuseliers barricaderen de spoorwegovergang op de baan naar Esen en de straten die naar de IJzer leiden. Ze kunnen de stad nog even houden, maar worden in de rug aangevallen door Duitsers die via de Grote Markt het stadscentrum binnendringen.

Om 15 uur is de helft van de marinefuseliers uitgeschakeld en door de bres in de oostelijke verdedigingslijn blijven de Duitsers de stad binnenstromen. Ze drijven de verdediging in de richting van de IJzer en na een laatste charge om terugtrekkende achterblijvers te dekken, zijn tegen 17 uur alle overlevende Belgen en Fransen op de linkeroever, waar ze zich verschansen. De twee bruggen worden opgeblazen en de Belgische artillerie beschiet nu de Duitsers in de stad, om te voorkomen dat ze de IJzer oversteken. Tegen 18 uur komen Belgische versterkingen aan.

Diksmuide valt mede door onvoldoende artillerieondersteuning en alleen al op 10 november verliest de Brigade Marinefuseliers meer dan 2.000 man, waaronder 17 officieren en 1.400 matrozen die door de Duitsers gevangengenomen worden.

Nu de Belgen en Fransen niet langer het bruggenhoofd moeten houden, kan de verdediging langs de linkeroever van de IJzer verder worden uitgebouwd. Bovendien zetten de Belgen nu ook de weilanden ten zuiden van Diksmuide onder water. De Duitsers staken hun aanvallen, maar blijven linies op de linkeroever de hele verdere oorlog beschieten en met mitrailleurvuur en scherpschutters bestoken en bouwen Dikmsuide in de loop van de oorlog uit tot een Duits militair bolwerk.

Maar Admiraal Ronarc’h heeft er vertrouwen in: de Duitsers zullen te Diksmuide niet over de IJzer komen. Hij heeft zijn opdracht meer dan volbracht, want tot bijna de laatste man hield hij Diksmuide vier weken lang, in plaats van de gevraagde vier dagen. De Brigade Marinefuseliers verlaat Diksmuide en zal in 1915 worden ingezet te Nieuwpoort en Merken.

Jan De Vos is een van de drijvende krachten achter het project Van Schelde tot IJzer.

lees ook