Gatz wil nieuwe beheersovereenkomst VRT jaar vervroegen

Vlaams minister van Media Sven Gatz (Open VLD) wil de nieuwe beheersovereenkomst met de VRT een jaar vroeger laten ingaan dan gepland. De huidige beheersovereenkomst loopt in principe tot eind 2016, maar Gatz wil graag al begin 2016 starten met een nieuwe beheersovereenkomst.
Jonas Roosens

De Vlaamse regering vraagt de VRT de komende jaren een forse besparingsinspanning. Die besparingen raken volgens de VRT aan de wederzijdse engagementen die zijn opgenomen in de lopende beheersovereenkomst. Die loopt in principe tot eind 2016.

Mediaminister Gatz liet eerder al verstaan dat er een heronderhandeling over de lopende beheersovereenkomst tot de mogelijkheden behoorde. Gatz maakt nu duidelijk dat hij de komende twee maanden (november/december) in overleg gaat over een addendum bij de lopende overeenkomst dat betrekking zal hebben op het jaar 2015.

Maar omdat ook het budgettaire kader voor de VRT de komende jaren ingrijpend verandert en Gatz vooral een nieuw toekomstproject met de VRT wil schrijven, wil de minister liever niet tot 2017 wachten voor een volledig nieuwe beheersovereenkomst. Hij wil al in 2016 starten met een nieuwe overeenkomst.

"Een indicatieve timing"

De voorbereidingen daarvoor zijn volop aan de gang. Zo moet de SARC (strategische adviesraad voor het Beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media) volgens het mediadecreet een advies formuleren aan de Vlaamse regering dat gebaseerd is op een publieke bevraging over de VRT. De procedure daarvoor is opgestart.

De minister heeft aan de VRT ook gevraagd om tegen eind juni 2015 een ontwerptekst voor de nieuwe beheersovereenkomst te bezorgen. De maanden nadien zouden dan de onderhandelingen en het overleg starten, onder meer rekening houden met het advies van de SARC en de inbreng vanuit het parlement (waar vooraf mogelijk hoorzittingen enz... kunnen georganiseerd worden).

Gatz hoopt tegen eind november 2015 een akkoord te hebben zodat de beheersovereenkomst begin 2016 kan ingaan, al gaat het volgens de minister maar om een "indicatieve timing". "Als we daar twee of drie maanden zouden over zitten is dat geen ramp", zei hij donderdag in de commissie Media van het Vlaams Parlement.