"Een beter oriëntatievermogen levert mannen meer nakomelingen op"

In de menselijke evolutie hebben mannen hun navigatievaardigheden beter ontwikkeld dan vrouwen omdat het hen toelaat verder te reizen en zo meer nakomelingen te verwekken. Dat stellen Amerikaanse onderzoekers na het bestuderen van 2 verschillende stammen in Namibië.

Antropologen Layne Vashro en Elizabeth Cashdan van de universiteit van Utah in de VS hebben de relatie tussen navigatievaardigheden en de voortplanting bij de mens de voorbije jaren onder de loep genomen. Hun resultaten zijn recent in het wetenschappelijke tijdschrift Evolution and Human Behavior verschenen en gooien mogelijk olie op het vuur van de eeuwigdurende strijd der seksen.

De wetenschappers menen immers dat het oriëntatievermogen bij mannen beter is ontwikkeld omdat het hen in de loop van de evolutie toeliet verder te reizen en zo meer nakomelingen te verwekken.

"In de psychologische literatuur houden de meest frappante verschillen tussen mannen en vrouwen verband met navigatievaardigheden en ruimtelijk inzicht waarbij mannen steevast beter scoren", zegt Cashdan. "In de antropologische literatuur merken we dat mannen overal ter wereld verder reizen en grotere afstanden afleggen dan vrouwen."

"De hypothese luidt dat mannen nood hebben aan een beter ontwikkeld oriëntatievermogen om veilig naar ver en onbekend terrein te reizen. Mogelijk is deze relatie een cultureel gegeven, maar dit verklaart niet waarom hetzelfde patroon overàl komt bovendrijven. Daarom hebben we voor het eerst de relatie tussen navigatievaardigheden, afstanden en voortplantingssucces bekeken."

Twe en Tjimba

Concreet bestudeerden ze twee stammen in het noordwesten van Namibië in Afrika: de Twe en de Tjimba. Zij leggen jaarlijks meer dan 200 kilometer af tussen hun akkers waar ze tijdens het regenseizoen gewassen telen en dieren kweken en hun kampen in de bergen waar ze tijdens het droge seizoen verblijven.

Enerzijds lieten Vashdo en Cashdan tientallen mannen en vrouwen ruimtelijke (denk)proeven uitvoeren, anderzijds interviewden ze hen over hun reisgedrag en het aantal kinderen dat ze hadden verwekt.

Wat bleek? De mannen bleken jaarlijks gemiddeld 3,4 haltes aan te doen over afstanden van minstens 50 kilometer. De vrouwen hielden het bij slechts 2 haltes op niet meer dan 30 kilometer uiteen.

Bovendien bleken de mannen opvallend beter te scoren in de ruimtelijke proeven. Sterker nog: hoe beter hun oriëntatievermogen, hoe verder ze reisden. Bij vrouwen noteerden de onderzoekers geen verband tussen de beide variabelen.

Tot slot stelden Vashdo en Cashdan vast dat de mannen die het meeste en het verste reizen ook effectief meer kinderen hadden en dit bij meer vrouwen.

Op basis van hun conclusies presenteren de twee antropologen een nieuwe, bredere hypothese. "We stellen dat het gegeven dat mannen betere ruimtelijke vaardigheden hebben en langere afstanden afleggen evolutionair is geïnspireerd. Het stelt hen in staat meer potentiële partners te ontmoeten en zo bij meer vrouwen kinderen te verwekken."