Reizen door ebolaland - Katrien Vanderschoot

Wie naar West-Afrika reist deze dagen is op alles voorbereid. De perceptie in de Westerse media heeft van de epidemie een humanitaire catastrofe gemaakt. Maar toen we in Freetown in Sierra Leone aankwamen, bleef van dat schrikbeeld weinig over.
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ik dacht reusachtige kolonnes te zien van hulporganisaties, met medisch materiaal, en veldhospitalen. Ik dacht haast niemand op straat te zien, tenzij doden, ziekenwagens en medische marsmannetjes, in een psychotische sfeer. Maar niets van dat alles. Freetown was een mierenhoop zoals elke andere Afrikaanse hoofdstad, met klerenstalletjes, taxibusjes en verkoopstertjes die je aan het autoraam sinaasappelen aanbieden. Hier en daar stonden wel grote waarschuwingsborden en aan elk gebouw een emmertje met chlorine, maar dat is het zowat . Ook van de vijandige sfeer tegen buitenlanders, waarvoor minister van Defensie Vandeput  nog waarschuwde – stel dat we een mobiel laboratorium zouden sturen naar buurland Guinée, was niets te merken, integendeel. Ik ben zelden zo gastvrij ontvangen. Zelfs de minister van transport kwam ons op de luchthaven met een hele delegatie tegemoet om te smeken zijn land niet te isoleren en om aan te tonen dat zijn regering er alles aan deed om ebola binnen de perken te krijgen.

Onderweg naar de tweede grootste stad Bo werden we bij elk groot kruispunt door een legerofficier vriendelijk verzocht om even langs een tentje te lopen voor een temperatuurcontrole. De andere reizigers ondergingen de controle al even gedisciplineerd en gelaten. Sierra Leone heeft als enige land van de getroffen regio in september het hele land drie dagen in quarantaine gezet. Er gaan geruchten dat dat opnieuw zou gebeuren, nu het aantal patiënten opnieuw toeneemt, maar dat is ons door de regering tegengesproken.

Too little too late?

Als blijkt dat het aantal gevallen van ebola nog stijgt, zijn dan de middelen onvoldoende en de aanpak fout en waaraan ligt dat?

De epidemie leek in de eerste weken sinds half mei nog ‘bevattelijk’. Alleen Artsen zonder grenzen trok meteen aan de alarmbel, de Wereldgezondheidsorganisatie reageerde veel te laat. Of ook de plaatselijke regering de zaken heeft geminimaliseerd, heb ik tijdens dit korte bezoek niet kunnen vaststellen. In elk geval is het een feit dat het gezondheidssysteem ondanks een pas goedgekeurde lange termijnplanning nog lang niet van de grond gekomen. Armoede (60 % van de bevolking leeft onder de armoedegrens) en de nasleep van de burgeroorlog van de jaren ’90 blijven Sierra Leone parten spelen. Gevolg: de epidemie is op dit moment nog niet onder controle. Sommigen zeggen dat het ligt aan de mentaliteit van de inwoners, die ondanks waarschuwing toch nog blijven vastklampen aan hun begrafenisrituelen en daardoor de besmettingsgraad verhogen.

Anderen, zoals Artsen zonder grenzen , zeggen dat het vooral een probleem is van te weinig capaciteit. Daar wringt het schoentje, want de meningen over de juiste aanpak lopen uiteen. Artsen zonder grenzen zweert bij zijn eigen knowhow en wil de twee grote referentiecentra in Bo en Kailahun nog meer uitbouwen én meer opleidingen geven aan plaatselijk en internationaal personeel. De Wereldgezondheidsorganisatie pleit dan weer voor meer kleine, plaatselijke veldhospitalen, om de drempel voor de plaatselijke bevolking te verlagen én om transport van zieken over grote afstand te voorkomen. Wie er ook gelijk heeft: het is duidelijk dat het sneller en grootschaliger moet.

Veerkracht

De bevolking van Sierra Leone heeft al veel te verduren gehad. Armoede, zoals gezegd, en burgeroorlog. Misschien maakt het hen bij deze crisis zo gelaten . Waarom zouden ze ervan opkijken als er controleposten staan langs de weg? Tijdens de burgeroorlog was dat wellicht schering en inslag. En rond de 1200 doden, dat waren er toen 50.000, de verminkte slachtoffers niet meegerekend. Bovendien zijn er ergere moordenaars dan ebola: malaria bijvoorbeeld, dat 1 op de 5 inwoners treft. De kindersterfte is met 182 op 1000 aanzienlijk hoog. Vorig jaar vielen er 3100 aidsdoden. Het zijn cijfers die alles een beetje in perspectief moeten plaatsen. Niet dat ebola geen risico inhoudt, natuurlijk wel. Eerst en vooral voor de andere aspecten van de samenleving. De gewone gezondheidszorg ligt verlamd: vaccinatieprogramma’s liggen stil , sommige hospitalen zijn gesloten uit vrees voor contaminatie, in andere raken ‘gewone’ patiënten besmet door ebola-patiënten, wat de achterdocht voor al wat medische zorg is, nog doet toenemen. De scholen zijn gesloten, waardoor UNICEF waarschuwt voor de kwetsbaarheid van kinderen en tieners. Er is sprake van verstoting en discriminatie, van misbruik zelfs. De economie tenslotte, zit ook gevangen in de tanggreep van ebola: internationale bedrijven halen hun medewerkers weg, de interne voedselmarkt is verstoord en dat jaagt de prijzen omhoog.

Het is duidelijk dat de epidemie de veerkracht en het uithoudingsvermogen van de bevolking zwaar op de proef stelt. Zelfs bij de Sierra Leoners is de veer aan het breken. Het is een schande dat ebola pas een wereldwijde reactie op gang heeft gebracht toen in het westen enkele gevallen begonnen op te duiken. Voor een Vlaamse UNICEF-medewerker maakt het niet veel uit of die hulp uit opportunistische of andere beweegredenen in gang is geschoten. Als het maar snel gaat. Ik hoop alleen dat de beeldvorming rond ebola door onze reis een klein beetje in balans is gebracht, dat er opnieuw aandacht gaat naar de échte slachtoffers van de epidemie en dat de Afrikanen bij ons op de tram met rust worden gelaten.

(De auteur is journalist buitenland bij VRT nieuws.)