"Dakwerkers, lieve jongen, dat zijn helden"

Het Radio 1-programma "Bonus" had een gesprek met de enige echte Sinterklaas, net voor zijn intrede in Antwerpen. Via een straalverbinding met de Sints stoomboot gaf de goedheilig man zijn visie op de verhoogde pensioenleeftijd en het verminderen van premies voor dakisolatie.

Wat vindt u van de recente verhoging van de pensioenleeftijd, vroeg presentator Dennis van den Buijs. "Ooohh, maar voor mijzelf maakt dat weinig uit, lief kind. Ik zit al voorbij het vijftienvoud van die 67 jaar. Maar ik vind wel dat sommigen van die welverdiende rust mogen genieten. Daarbij bijvoorbeeld de hardwerkende vrouwen en mannen die in weer en wind met dakpannen in de weer zijn, in de hitte van de zomer en de winterstormen trotseren. Steeds weer die ladders op om ons dakenpatrimonium in een goede staat te houden. Dakwerkers, lieve jongen, zijn helden", reageerde de Sint.

Hij is ook niet zo tuk op het verminderen van premies voor dakisolatie. "Een dak kan niet genoeg geïsoleerd zijn!", haalt de Sint fel uit. "Vooral op koude nachten straalt een slecht geïsoleerd dak heel wat warmte uit. Als je dan op zo'n dak loopt, lijkt het of je onderlichaam door een zwoele woestijnwind wordt aangeraakt terwijl je rond je hoofd de vrieskou ondergaat. Het is moeilijk je daarop te kleden. Voor zulke daken zou je een korte broek moeten dragen, maar op het volgende dak is het dan misschien weer ijzig koud. Nee nee, dakisolatie is een zegen."

Over de hulpsinterklazen wilde de Sint ook wel wat kwijt. Hij verklapte dat het soms om gepensioneerde militairen gaat die verwachten dat de kinderen in winkelcentra marcheren en een militaire groet brengen. "Maar -eerlijk is eerlijk- dat zijn uitzonderingen, de hulpsinterklazen verrichten doorgaans vaak nuttig werk."

"Zie de maan schijnt door de bomen", is dan weer Sinterklaas' lievelingslied. "Is natuurlijk een kathedraal van een muzikale schoonheid", zegt de Sint. "Ik hou ook wel van het Paul van Ostaijen-achtige "Sinterklaas kapoentje". Een simpele tekst, maar heel kundig in elkaar gestoken. Met daarbij muziek die van Erik Satie zou kunnen zijn, áls de man de artistieke moed had gehad om tot het uiterste te gaan in zijn zoektocht naar uitgepuurde muzikaliteit."