Onmogelijke trap van Escher stond in zijn school

De beroemde trappen van Escher, die tegelijk omhoog en omlaag lopen, blijken meer aan de werkelijkheid ontleend dan gedacht. Ze zijn geinspireerd door het trappenhuis van de middelbare school van de Nederlandse kunstenaar.

Trappen die omhoog maar tegelijk ook omlaag lopen, handen die zichzelf tekenen, holle vormen die ook bol blijken te zijn: de verwarrende prenten van de Nederlandse graficus Maurits Cornelius Escher (1898-1972) blinken uit in het onmogelijke.

En toch zijn zelfs die "onmogelijke" tekeningen in zekere zin aan de werkelijkheid ontleend. Zo blijkt zijn beroemde onmogelijke trap wel erg goed te lijken op die van het trappenhuis van zijn middelbare school in Arnhem, een plek die hij destijds vanuit de grond van zijn hart haatte.

Escher staat nu dan wel bekend als een wiskundig genie, zijn schooltijd was verre van succesrijk. Hij moest twee keer zittenblijven en er was maar één vak waarin hij uitblonk: tekenen.

"U zult versteld staan hoeveel u zult herkennen"

Een jaar geleden werd curator Micky Piller van het museum Escher in Het Paleis uitgenodigd door een voormalige leerkracht van de school in Arnhem. "U zult versteld staan hoeveel u zult herkennen", had hij gezegd. Gelijk had hij, zegt Piller in de Nederlandse krant NRC.

Escher was na de Tweede Wereldoorlog, toen hij al een gevestigde naam was, teruggekeerd naar zijn oude school. Hij was gevraagd om een muurschildering te maken om de leerlingen te gedenken die tijdens de oorlog waren gedood.

"De mogelijkheden van de schoolarchitectuur, vooral van het trappenhuis, zag hij dan met andere ogen", zegt Piller. De plaats die hem destijds verschrikkelijk verveelde, inspireerde hem nu.