Wil "Britain" wel of niet in Europa? - Jos De Greef

De recente heisa rond de extra Britse bijdrage aan de EU-begroting heeft het spanningsveld tussen Londen en de Europese Unie nog eens in de kijker gezet. Willen de Britten in een verenigd Europa blijven en hoe zien zij dat Europa vanuit historische gevoeligheden?

Maak u geen illusies: Europese integratie is niet populair in Groot-Brittannië. De Conservatieve premier David Cameron voelt de hete adem van de anti-Europese populisten van de UKIP van Nigel Farage, maar ook bij de andere partijen is er weinig EU-animo. De Unie verkoopt electoraal niet over het Kanaal en dat weet ook Labour.

De kwestie begint de Duitse bondskanselier Angela Merkel -Frau Europa eigenlijk- duidelijk op de heupen te werken en met de belofte van haar Britse college David Cameron om volgend jaar een referendum over EU-lidmaatschap te houden, speelt die laatste duidelijk in op de anti-Europese stemming bij de Britten.

Toch is de vraag niet of de Britten wel in de EU willen blijven, maar vooral in welk soort van Europese Unie zij willen zitten. Ex-premier Margaret Thatcher was in de jaren 80 een van de grote voorstanders van de eengemaakte markt in Europa, maar stond op de rem inzake andere vormen van integratie van de Unie, zoals de latere monetaire, politieke en juridische.

Thatcher -en ze vertolkte daarmee de mening van veel Britten ook nu- vond dat die verschuiving van bevoegdheden naar Brussel een aantasting waren van de Britse soevereiniteit en Engelse democratische traditie. Let op: Engeland beschouwt zich -terecht overigens- met de Magna Carta van 1215, de Bill of Rights van 1688 en de filosoof John Locke als de voorloper van de westerse liberale democratie en dat lang voor de (in feite mislukte) Franse Revolutie.

"Splendid isolation"

Het trotse Albion is een eilandstaat en gaat al eeuwen prat op zijn "anders-zijn" dan het Europese continent, net zoals Japan dat met Azië doet. Liggend aan de periferie van Europa en na de mislukte Honderdjarige Oorlog tegen Frankrijk besefte Engeland dat het nooit de dominante macht over het continent zou worden, maar deed het er wel alles aan om te voorkomen dat een andere staat dat werd.

Met het anglicanisme -een eigen versie van christendom- kon Tudor Engeland zich afzetten tegen de macht van de paus en katholieke grootmachten zoals de keizer, Frankrijk en Spanje, maar hield het ook enige afstand van protestantse staten in Duitsland en Scandinavië.

Met wisselende bondgenootschappen probeerde Engeland en na 1707 Groot-Brittannië de grootmachten op het Europese continent tegen elkaar uit te spelen, vaak met succes.

Zo moest de Spaanse Successieoorlog (1701-1714) voorkomen dat Lodewijk XIV met een Frans-Spaanse as de dominante macht in Europa zou worden, maar toen de slinger te ver doorsloeg naar de andere kant en er plots een nieuwe personele unie tussen Oostenrijkse en Spaanse Habsburgers dreigde, liet Londen de bondgenoten in de steek en sloot het snel een compromis met Frankrijk. Dat Verdrag van Utrecht uit 1713 vermeldde voor het eerst uitdrukkelijk de term "balance of power", machtsevenwicht dus en geen dominantie, noch door de Franse en Spaanse Bourbons, noch door de Habsburgse keizers.

De 19e eeuwse Britse premier Lord Palmerston verwoordde dat een eeuw later als volgt: "we have no permanent allies nor permanent enemies, we only have permanent interests". En dus vochten de Britten samen met Pruisen en andere Duitsers in Waterloo in 1815 tegen de nieuwe hegemoon Napoleon en tussen 1853 en 1856 op de Krim samen met de Fransen tegen de Russen. In de 20e eeuw streden Britten en Fransen in twee wereldoorlogen zij aan zij tegen de Duitse overheersing van Europa. In Flanders' Fields, aan de Somme en op de stranden van Normandië werd daar een enorme prijs van honderdduizenden jonge Britse levens voor betaald.

"Mid-Atlantic Britain"

Na de Tweede Wereldoorlog vormde Groot-Brittannië de transatlantische schakel tussen de Verenigde Staten en de bondgenoten in West-Europa als tegengewicht tegen de Sovjet-Unie,  de nieuwe bedreiging in Europa. De gemeenschappelijke Angelsaksische traditie maakte Londen tot de bondgenoot bij uitstek voor de Amerikanen.

Het verdwijnen van het British Empire wierp het land dan weer terug op Europa, waar intussen via de EGKS en de EEG de fundamenten voor de EU werden gelegd. De toetreding tot dat verenigde Europa werd eerst geblokkeerd door de Gaulle, maar in 1973 kon Londen toch de sprong over het Kanaal wagen.

Sindsdien wil Groot-Brittannië van binnenin invloed op de EU uitoefenen om zijn belangen veilig te stellen, zoals de "common market" en de eenheidsmarkt. Inzake verdere fasen in de integratie waar Londen zich niet mee kan verzoenen, houdt Albion zich het recht voor op "opting-out". Het gaat dan van het monetaire, het sociale tot het asielbeleid. Net zoals vroeger zoeken de Britten in Europa dan gelegenheidspartners met dezelfde bezorgdheden om de eigen soevereiniteit te behoeden "tegenover de Europese superstaat in Brussel", die als een moderne variant van Lodewijk XIV of Napoleon wordt beschouwd.  

Op andere terreinen zitten de Angelen en Saksen liever wel binnen de Unie. Zo is de Londense City nog altijd het belangrijkste financiële centrum van Europa. Een uitstap uit de EU zou die positie kunnen ondermijnen, maar tegelijk moet dan weer te veel financiële regulering door de Europese Commissie worden afgewend om Londen aantrekkelijk te houden voor buitenlandse investeerders. Moeilijke partners dus die Britten, maar nog wel altijd partners in Europa.

(Jos De Greef is journalist bij VRT Nieuws)