"Ruimte voor tax shift van 8 miljard euro"

Volgens de Leuvense emeritus professor publieke financiën Wim Moesen is er wel degelijk ruimte voor een belastingverschuiving in ons land. Hij verwijst vandaag in De Standaard naar een rapport van de Hoge Raad voor Financiën uit 2010 hierover. Dat de politiek dat rapport maar blijft naast zich neerleggen, heeft volgens hem alles te maken met de vrees van de politieke partijen voor hoe dat bij bepaalde doelgroepen zou overkomen.

Het rapport van de Hoge Raad voor Financiën dateert al uit 2007 en kreeg in 2010 een update. Het baseert zich onder meer op cijfers van de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, waaruit blijkt dat ons land wereldwijd koploper is wat betreft belastingen op arbeid. Een kinderloze alleenstaande in ons land ziet 55,8 procent van zijn brutoloon belast. In Duitsland gaat het om 49,3 procent, in Frankrijk om 48,9 procent en in Nederland om 36,9 procent. Het OESO-gemiddelde is 35,9 procent.

Ook inkomsten uit de btw en groene belastingen worden in België in vergelijking met de andere OESO-landen veel minder belast. Anderzijds, en dat werd pas onlangs duidelijk, worden de opbrengsten van huurgelden van tweede woningen in ons land niet belast op basis van de reële inkomsten, in tegenstelling tot heel wat andere OESO-landen.

Neutraal voor begroting, essentieel voor concurrentiekracht

Door een verschuiving van de belasting op arbeid naar het OESO-gemiddelde van 35,9 procent en een verhoging van de groene belastingen, de btw en de belastingen op kapitaal zou zo'n 8 miljard euro vrijkomen, berekenden economen van de Hoge Raad voor Financiën.

De ingreep zou neutraal zijn voor de Belgische begroting. Met dat bedrag zouden de werkgeversbijdragen op arbeid en de belastingen voor werknemers verlaagd kunnen worden, waardoor het voor bedrijven goedkoper zou worden om mensen aan te nemen. De werknemer zou meer verdienen maar wel meer btw betalen op consumptie. Een btw-verhoging zou bovendien de Belgische concurrentiepositie verstevigen doordat zowel binnen- als buitenlandse producten onder de maatregel zouden vallen.

Beide maatregelen kunnen niet los van elkaar genomen worden, benadrukt Moesen. "Het is als de twee benen van een schaar. Je moet de vraag naar arbeid stimuleren evenals het aanbod van arbeid. Om de consumptie te stimuleren moet het nettoloon naar omhoog."

Perceptie

Dat de politieke machthebbers het intern maar niet eens geraken om die fundamenteel ingrijpende maar noodzakelijke operatie door te voeren, heeft volgens Moesen alles te maken met hun vrees voor de perceptie. "Er is onvoldoende geloof in de belastingverschuiving. Alle inkomsten, belastingverhogingen en verlagingen neutraliseren elkaar nochtans. Iedereen denkt dat een verandering in het stelsel belastingverhogingen met zich mee brengt, maar dat is natuurlijk niet zo."

"Wie nu baat heeft bij een bepaald stelsel, wil natuurlijk dat het zo blijft", stelt Moesen. "En er is een oud gezegde onder economen dat zegt dat de beste belasting de oude belasting is. Iedereen heeft het liefst dat alles bij het oude blijft."

Moesen en de N-VA

Moesen kwam eerder dit jaar in aanvaring met de N-VA toen die tijdens haar verkiezingscampagne zijn economische theorie over de belastinghervorming - de zogenoemde Moesen-norm - gebruikte om te pleiten voor een bevriezing van de overheidsuitgaven gedurende minstens twee jaar.

Volgens Moesen was dat een te rigide interpretatie. Moesen zelf pleitte namelijk wel voor een indexatie van de overheidsuitgaven, om te sterke besparingen te vermijden. Hij verweet de Vlaams nationalisten dat ze bewust misbruik maakten van zijn theorie om hun eigen agenda door te voeren.