In het najaar kwamen Tsjechen en Slovaken relatief laat in het protest, maar ze deden het wel massaal.

Exact 30 jaar geleden: Fluweel brak prikkeldraad in Tsjechoslovakije

In navolging van andere staten in het Oostblok kwamen 30 jaar geleden 15.000 studenten op straat in in Tsjechoslovakije (vandaag Tsjechië en Slovakije). Het was het begin van de "Fluwelen Revolutie" die het communistische regime in Praag omver zou gooien, maar nadien ook het land zou splitsen.

Tsjechoslovakije was een van de meest westerse landen van het Oostblok. Anders dan andere Slavische volkeren waren Tsjechen en Slovaken als onderdeel van het Heilig Roomse (Duitse) Rijk en later van het Oostenrijks-Habsburgse keizerrijk beïnvloed geweest door de Verlichting en in de jaren 20 en 30 had Tsjecho-Slovakije een democratisch regime gekend.

Pas begin 1948 hadden de communisten na een staatsgreep de macht overgenomen. Twintig jaar later probeerde de gematigde partijleider Alexander Dubcek dan weer een "socialisme met een menselijk gelaat" in te voeren, maar die kortstondige "Praagse Lente" was in 1968 door een Sovjetinvasie neergeslagen. (Lees verder onder de foto).

Sovjettanks slaan de hervormingen van de "Praagse Lente" neer in 1968. AP1968

De Sovjets brachten daarop Gustav Husak in Praag aan de macht, maar diens repressie kon de opkomst van de ondergrondse burgerrechtenbeweging Charta 77 met de dissidente schrijver Vaclav Havel niet verhinderen.

Havel groeide uit tot het gezicht van de democratische oppositie, al zat hij vaak in de gevangenis, werd zijn paspoort ingetrokken en werd hij lastiggevallen door de politie. Het regime wist zich echter geen raad met Havel die via zijn toneelstukken en zijn ondergrondse publicaties kritiek bleef uiten, zeker nadat hij in het Westen erkenning en prijzen in de wacht sleepte. (Lees verder onder de foto).

Vaclav Havel en Alexander Dubcek, de voormalige leider van de "Praagse Lente", samen in december 1989. AP1989

Praag in het oog van de storm

In het najaar van 1989 begon de wind ook te keren in Praag en Bratislava. De aanzet kwam van de talrijke Oost-Duitse toeristen die net als in Hongarije een toevlucht zochten tot de West-Duitse ambassade in een poging om naar het Westen te vluchten. De vluchtelingencrisis werd tenslotte opgelost nadat het regime de DDR-burgers naar West-Duitsland liet vertrekken. Dat bracht -net zoals in Hongarije- een breuk te weeg in het communistische Oostblok. Al snel schaarden ook de Tsjechen en Slovaken zich achter het protest. (Lees verder onder de foto).

De Tsjecho-Slovaakse president Husak was een van de oude leiders die moeite had met de koers van Gorbatsjov.

Op de avond van 17 november '89 trokken 15.000 studenten door de hoofdstad Praag om een bloedbad door de nazi-bezetters uit 1939 te gedenken. Er klonken echter al gauw eisen voor meer vrijheid en de politie sloeg de betoging hardhandig uit elkaar met de wapenstok. De verontwaardiging over het nodeloze geweld stak nu ook de gewone burgers tegen en die kwamen massaal op straat uit solidariteit.

De aantallen waren indrukwekkend: op 19 november betoogden 200.000 mensen, de dag er op kwamen een half miljoen mensen uit protest met hun sleutelbossen rinkelen op het Wenceslasplein in het centrum van Praag. Later werden het nog meer. Ook in Bratislava, de hoofdstad van Slovakije, en andere steden stroomden de straten vol met mensen. De politie zette aanvankelijk nog de wapenstok, traangas en het waterkanon in, maar kon daarna niet veel meer beginnen tegen de alsmaar groeiende aantallen betogers en liet betijen.  (Lees verder onder de foto).

Het ging er in november 1989 hard aan toe in Praag, maar de politie verloor de controle over het protest.

De democratische oppositie organiseerde zich in het Tsjechische Burgerforum (met Vaclav Havel) en het Slovaakse "Publiek tegen het Geweld", waar de afgezette partijleider Alexander Dubcek zich ook achter schaarde.

Op 28 november plooide het regime en werd het IJzeren Gordijn langs de grens met Duitsland en Oostenrijk afgebroken, werd het machtsmonopolie van de communistische partij opgeheven. Op 10 december nam een overgangsregering met communisten en niet-communisten de macht over en nam president Gustav Husak, die sinds '68 de plak had gezwaaid, ontslag.

Praag begraaft de Brezjnew-doctrine

Praag werd zo het begin- en eindpunt van de beruchte Brezjnew-doctrine, die eind '68 geformuleerd werd door toenmalig Sovjetleider Leonid Brezjnew in zijn verantwoording voor het neerslaan van de Praagse Lente.

Dat hield in dat de communistische partijen van de Oostbloklanden hun interne keuken zelf konden beredderen, maar dat de Sovjet-Unie zich het recht voorbehield om in te grijpen als een land uit het pact dreigde te stappen of als het communistische regime er bedreigd werd. Die doctrine werd ook toegepast tijdens de Sovjetinvasie in Afghanistan in 1979 en als drukkingsmiddel op Polen om de vrije vakbond Solidarnosc te onderdrukken in 1981. 

Eind '89 had Sovjetleider Mikhail Gorbatsjov die doctrine evenwel laten varen en net als elders in het Oostblok stonden de machthebbers in Praag en Bratislava er alleen voor. 

Kort na de val van de Muur viel dus ook het communistische regime in Tsjechoslovakije en traden Vaclav Havel en Alexander Dubcek op het politieke forum. Zonder communistische deklaag staken nationalistische tendenzen de kop op: in 1993 gingen Tsjechië en Slovakije elk hun eigen weg. Tsjechië integreerde zich het snelst in het nieuwe Europa, in het spoor van autobouwer Skoda die werd overgenomen door Volkswagen en opnieuw succes kende. Slovakije kende enkele moeilijke jaren, maar profileert zich de voorbije jaren ook als een belangrijke autoproducent.