"Humanitaire catastrofe in Oost-Congo"

De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, luidt de alarmbel over de "humanitaire catastrofe" in het zuidoosten van Congo. In twee jaar tijd zijn minstens 400.000 mensen in de provincie Katanga op de vlucht geslagen voor het aanhoudende geweld.

Katanga is door zijn vele bodemrijkdommen de rijkste regio van Congo. De rijkdom is echter ongelijk verdeeld tussen het rijke zuiden en het arme noorden, wat al heel lang tot grote spanningen leidt. Verschillende stammen vechten vaak bloedige conflicten uit. Eerder dit jaar flakkerde het geweld tussen de Luba en de Twa hoog op. Daarnaast zaaien de Mai Mai-rebellen van de militie Bakata-Katanga, die zich wil afscheuren van Congo, al sinds 2011 ook een golf van terreur.

Zoals zo vaak in dergelijke conflicten is de gewone burgerbevolking hiervan het slachtoffer. Sinds eind 2012 zijn volgens de UNHCR minstens 400.000 mensen op de vlucht geslagen voor het aanslepende geweld. De laatste drie maanden alleen al zijn er meer dan 71.000 vluchtelingen bij gekomen. Het totale aantal vluchtelingen in de provincie Katanga bedraagt nu al bijna 600.000, zegt de vluchtelingenorganisatie.

In oktober registreerde de UNHCR 1.737 incidenten in het gebied rond Kalemie en de zogenoemde "driehoek des doods" tussen de steden Manono, Mitwaba en Pweto, in het noorden van Katanga. Het gaat om zware gewelddaden: plunderen en afbranden van huizen, afpersing, foltering, gedwongen arbeid en rekrutering in gewapende groeperingen en seksueel geweld.

De UNHCR vreest dat het aantal gewelddaden in realiteit nog veel hoger ligt, omdat medewerkers niet alle gebieden kunnen bereiken. De hulpverlening verloopt er ook bijzonder moeilijk. Heel wat vluchtelingen hebben geen toegang tot voedsel, drinkbaar water, onderdak, medische zorg en psychosociale opvang.

De VN heeft 20.000 blauwhelmen in Oost-Congo, maar die Monuc-vredesmissie slaagt er niet echt in om alle geweld een halt toe te roepen. De UNHCR roept op om de aanwezigheid van blauwhelmen in het noorden van Katanga nog op te voeren. Ook de Congolese overheid moet actief meewerken om het conflict tussen de strijdende partijen op te lossen.