Wil Noord-Korea ons verleiden? - Stefaan Meerbergen

Stefaan Meerbergen, VRT-journalist, is een van de weinige journalisten die een toestemming kreeg voor een persreis door Noord-Korea. Hij maakte reportages voor Ter Zake en het Het Journaal. Hier schrijf hij over een aantal vragen en bedenkingen die tijdens die reis naar boven kwamen, er rekening mee houdend dat het regime sterk bepaalde wat hij mocht zien of vragen.
labels
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Het eerste beeld in Noord-Korea, vlak na de landing van het Air Koryo-toestel op de luchthaven van Pyongyang… Een oogstrelend zicht. Een uitgestrekte tarmac, tegenlicht, met daarop grote groepen militairen aan het werk. De luchthaven wordt uitgebreid. Een mierennest van bruine uniformen. De arbeid gebeurt niet met bulldozers, maar grotendeels met de hand. Spade steken, aarde opscheppen en in een soort kuip uit kiepen. Twee militairen nemen de draagberrie op en gaan de opgespitte grond wegkappen. Het westers frame wordt bevestigd: Noord-korea, dat is ambachtelijk, inefficiënt, ouderwets. Een land dat te karikaturaal is om er aandacht aan te besteden.

Noord-Korea is een restant uit een verleden waarin ook Europa niet opkeek van een dictatuur meer of minder. Nu is dit land veeleer een zeldzaamheid, waar met een mengeling van amusement en afschuw naar gekeken wordt. De eigen jaartelling, de overdreven retoriek en verering van de leiders, je kan er niet onderuit wanneer je het land bezoekt. Gewone gesprekken lijken soms meer op militante propagandapraatjes.

Het zou allemaal onschuldig kunnen zijn, maar dat is het niet. Op allerlei lijstjes van ngo’s of andere internationale organisaties bezet Noord-Korea steevast de uitersten: het minst democratische land, de meest gesloten economie, de ergste mensenrechtensituatie. Rapporten sommen de ene verschrikkelijke brutaliteit na de andere op. Gaande van gedwongen abortus, over uithongering tot publieke executies.

Winst versus ethiek

De persreis naar Pyongyang draaide onder meer rond de vraag of Europese bedrijven in dat land kunnen investeren. Kunnen wij daar als Europeaan een cent gaan verdienen?

Daar steekt een netelige ethische kwestie de kop op. Is het verstandig en verantwoord om in een land te investeren, wanneer je weet dat een goed deel van die investering naar het regime terugvloeit? Volgens Roger Barrett van Korea Business Consultants, een bedrijf dat probeert investeerders richting Noord-Korea te lokken, is de ethische kwestie snel opgelost. Economische investeringen zijn een uitstekend middel (en misschien wel het enige) om én de welvaart te verhogen én geleidelijk aan kleine barstjes in het Noord-Koreaanse pantser te slaan.

Immers, wie zich realiseert dat zijn welvaart niet afhangt van de grote leider, is misschien meer vatbaar voor het idee dat het paradijs niet alleen via de Kim-dynastie bereikt kan worden. Barrett heeft het niet voor de sancties die het land treffen. Ze houden het land gesloten. Hij voegt er aan toe dat hij het niet hoog op heeft met de horrorverhalen van die vluchtelingen. Hij meent dat de realiteit veel beter is dan we in West-Europa denken. Ieder zijn overtuiging.

Rekenen op Europa

Liggen de Noord-Koreanen wel wakker van buitenlandse investeringen? In de Volksrepubliek hebben ze hun Juche-ideologie, een ingewikkelde mix van ideeën van Lenin, Stalin, Confucius en anderen. Het is geen communistisch land, zoals zo vaak wordt aangenomen, want onder meer de erfopvolging is totaal on-communistisch.

Juche betekent wel economische zelfvoorziening, politieke onafhankelijkheid en militaire kracht. Het land wil dus zelfstandig zijn, wat zich onder meer uitdrukt in enorme investeringen in het leger. The Military first. 5% van de Noord-Koreanen is militair, een wereldrecord. 16% van het overheidsbudget gaat naar het leger.

Wat het economische aspect betreft, heeft Juche in het verleden al zijn failliet bewezen. Eind jaren 90 was er een gigantische hongersnood met, naargelang de bron, 200 000 tot 3 000 000 slachtoffers. De Noord-Koreanen slaagden er niet in zichzelf te voeden. De hongersnood wijten de Noord-Koreanen aan externe factoren, zoals natuurrampen en het wegvallen van de steun uit de ineengestorte Sovjet-Unie. Niemand denkt eraan om het eigen economische systeem in vraag te stellen.

Er zijn rond 2002 al pogingen geweest om de economie te hervormen en meer buitenlandse investeringen aan te trekken. Dat is nooit helemaal gelukt. Tijdens de persreis deed professor Ri Ki Song een oproep. Hij is directeur van het Economisch Instituut van de Academie van Sociale Wetenschappen. Noord-Korea wil opnieuw een economie van wereldklasse worden, zoals tijdens de jaren 60 en 70. Dat klinkt grootsprakerig, maar van een gebrek aan zelfvertrouwen hebben ze geen last aan de oevers van de Taedong.

Om dat doel te realiseren moeten de economische banden met de Europese Unie aangehaald worden. Slechts een kleine 4% van de uitvoer gaat naar Europa. Ruim 60% gaat naar China, de belangrijkste handelspartner. Nogmaals volgens Roger Barrett moeten de Europeanen stilaan eens in het gat springen en zelf naar Noord-Korea trekken. We kunnen er concurreren met de Chinezen, stelt hij. Amerika en Japan worden om strategische redenen geweerd, dus van hen al geen last.

Nieuwe economie?

Wat kunnen bedrijven daar gaan uitrichten? De rijkdom van Noord-Korea, die is onzichtbaar, want ze zit onder de grond. Een fabelachtige schat. De hoeveelheden edelmetalen en mineralen is indrukwekkend. Uranium, zink, magnesium, goud, zilver… Het zit allemaal onder de grond, voornamelijk in het uiterste noorden en zuiden van het land, en biedt kansen in de hightechindustrie van flatscreens en hybride auto’s.

Het is bijlange geen peulschil. De mineralen en metalen kunnen de toekomst van het land bepalen. De waarde van de bodemrijkdommen wordt geschat op 6000 miljard dollar. De voorraad magnesium zou de tweede grootste van de wereld zijn. De hoeveelheid uranium zou minstens 4 miljoen ton bedragen. De ontginning van de bodem staat nog op een laag pitje, maar de Chinezen schijnen de weg naar de mijnen al gevonden te hebben. De uitvoer van antraciet richting China steeg in 2013 met 39%. 41% van de bedrijven aanwezig in Noord-Korea heeft zich op de ontginning van de ondergrond gestort. Sinds 2004 gaat het om een investering van 500 miljoen dollar.

Het aantal buitenlandse bedrijven in Noord-Korea is nog altijd beperkt, maar groeit gestaag. OrascomTelecom bouwt een 3G-netwerk in Pyongyang. DHL levert pakjes in de Noord-Koreaanse hoofdstad. Koryo Tours is een toerismebureau dat onder meer bergtochten en culturele reizen door Noord-Korea aanbiedt. Chinese, Zuid-Koreaanse en een 30-tal Europese ondernemingen hebben zich op de mijnbouw, farmaceutische sector of textiel gestort.

Waarnemers gaan ervan uit dat de interesse nog zal stijgen, nu de Chinese lonen beginnen te stijgen. Is Noord-Korea het China van 30 jaar geleden? Genoeg redenen om die these recht naar de prullenmand te verwijzen, onder meer door het belabberde imago van het land en de veel kleinere interne markt van de Volksrepubliek.

Maar toch… Er is nog altijd een planeconomie, waarbij de overheid bepaalt hoeveel de bedrijven moeten produceren. Dat soort economie heeft zich in het verleden al meermaals uiterst inefficiënt getoond, met bijvoorbeeld gigantische overschotten tot gevolg. Maar sinds een jaar mogen bedrijven meer produceren dan het plan. Met die opbrengst mogen ze eigen accenten leggen. Daar horen ook bonussen bij. In de textielfabriek van Pyongyang krijgt de ene arbeider dus meer dan de andere, volgens productiviteit.

Niet zo hardleers

Objectieve economische gegevens vinden over het land is moeilijk. Volgens een Vlaamse zakenman die in onderaanneming textiel laat produceren, liggen de productiekosten in Noord-Korea 40% lager dan in China. Ongeveer op het niveau van Bangladesh en Cambodia. Maar de Noord-Koreanen hebben betere fabrieken. Ook de werkethiek van de arbeiders is uitstekend.

Hij vindt Noord-Korea een geschikt land via onderaanneming te produceren en uit te voeren. Maar dat vergt toch enig kunst-en vliegwerk. Een avontuurlijke instelling is onontbeerlijk. Noord-Korea zit niet in het internationale betalingscircuit. Er zijn geen banken zoals wij die kennen. Een storting verrichten naar Pyongyang gaat niet. Creativiteit is dus nodig. De betalingen aan de onderaannemer gebeuren op een zeer ouderwetse manier. Producten worden geleverd aan de grens. Betaling gebeurt cash aan een tussenpersoon. Die tussenpersoon brengt het geld naar de fabriek. Of de betaling gebeurt toch per overschrijving, maar dan aan een "dochteronderneming” in Hong Kong. Een administratief adres dat het geld ontvangt en doorsluist naar de fabriek.

En wat dan met communicatie naar de fabriek? E-mailen bijvoorbeeld is toch niet mogelijk? In Noord-Korea is er alleen een intranet met Noord-Koreaanse websites. Daarin blijken de Noord-Koreanen toch niet zo hardleers te zijn. Voor de buitenlandse handelspartner wordt makkelijk een uitzondering gemaakt. E-mailadres doorgeven en een paar dagen later is het adres gelinkt aan dat van de fabriek en kan er gemaild worden. Kortom: die Vlaamse zakenman is in de wolken over Noord-Korea.

Allen daarheen dan maar? Wel, zo simpel ligt het niet. De buitenlandse investeerder die zelf een fabriek wil opstarten, heeft niet het recht om eigen werkvolk aan te nemen. Een passage langs een ministerie is nodig, waarop werknemers worden toegewezen.

Bovendien heeft Noord-Korea een barslecht imago. Het gebeurt vaak dat afnemers weigeren om een product dat vervaardigd werd in dat land te verdelen. Blijkbaar ligt textiel “made in the DPRK” vaak in Europese winkels onder het label "made in China”. Om echt in de voetsporen van de Chinezen te treden zijn er grondige hervormingen nodig.

Laat het Noord-Koreaanse regime nu net een bloedhekel hebben aan hervormen. Kan je de Military First-politiek aanhouden als je nog wil investeren in je economie? Het politieke plaatje is ook ruimer en overschrijdt de nationale grenzen. De Verenigde Staten hebben zware sancties uitgesproken tegen het land. Onder meer dat internationale betalingsverkeer is niet mogelijk zonder opheffing van de sancties door Washington.

Als Pyongyang de mensenrechtensituatie niet grondig aanpakt en duidelijkheid verschaft over het nucleaire programma, zullen die sancties nooit versoepeld worden. Benieuwd wat het over 30 jaar geeft…

(De auteur reisde zopas als VRT-journalist naar Noord Korea.)