Vlaamse regering gaat vooral Limburgse bedrijven extra steunen

De Vlaamse regering heeft definitief het licht op groen gezet voor de regionale steunkaart 2014-2020. De kaart omvat 40 gemeenten, waarvan meer dan de helft in Limburg, uit minder begunstigde gebieden waar bedrijven in aanmerking komen voor hogere subsidies of bijkomende investeringssteun. Het geld daarvoor komt ook voor een stuk uit Europa.

In de regionale steunkaart worden gemeenten afgebakend waar de overheid onder bepaalde voorwaarden hogere investeringssteun mag geven aan bedrijven naast de bestaande steun. Die extra regionale steun is in sommige gemeenten een welkom economisch duwtje in de rug.

In afspraak met de Europese Commissie is vastgelegd dat de regionale steunmaatregelen in België mogen toegewezen worden voor 29,95 procent van de bevolking. Het grootste deel daarvan is vastgelegd voor Henegouwen (12 procent). Voor Vlaanderen gaat het om 8 procent of omgerekend bijna 900.000 inwoners.

Vlaanderen stelde eerder al een kaart op met in totaal 40 gemeenten. Daarvan ligt meer dan de helft in Limburg (24, onder andere Beringen Lanaken, Lummen, Lommel en Borgloon). Voorts zijn er zes gemeenten in West-Vlaanderen (onder andere Oostende, Middelkerke en Wervik), zeven in Oost-Vlaanderen (Ronse en het arrondissement Eeklo) en drie in Antwerpen (Balen, Mol en Dessel).

De Europese Commissie heeft in september het licht op groen gezet voor de regionale steunkaarten uit België. Na publicatie in het Europees publicatieblad treden de steunkaarten in werking.