Congolese president Kabila stelt regering van "nationale samenhang" voor

Congo heeft een nieuwe regering waar nu ook leden van de oppositie in zijn opgenomen. President Joseph Kabila beloofde meer dan een jaar geleden al zo'n regering van "nationale samenhang", maar die is nu pas een feit. Critici vrezen dat het een zet is van Kabila om de oppositie buitenspel te zetten om zo langer aan de macht te kunnen blijven.

Het was in het najaar van 2013 dat Kabila nationale overlegrondes pleegde tussen de presidentiële meerderheid, de oppositie en het maatschappelijke middenveld. Toen beloofde hij onder meer zo'n "cohesieregering" in een poging om de politieke en sociale instabiliteit in Congo het hoofd te bieden. De aanstelling van de regering maakt een einde aan een lange periode van onzekerheid die de werking van regering zwaar heeft belemmerd. Het uittredende kabinet heeft de lopende zaken gedurende meer dan een jaar voor zich uitgeschoven.

De nieuwe regering telt 48 leden. Augustin Matata Ponyo is premier gebleven, maar in de nieuwe coalitie is nu ook een (kleine) opening gemaakt naar sommige oppositiepartijen, vooral richting Mouvement de libération du Congo (MLC), de op één na grootste oppositiepartij, waarvan leider Jean-Pierre Bemba berecht wordt voor het Internationaal Strafhof in Den Haag en de partij van senaatsvoorzitter Léon Kengo wa Dondo. De UDPS van oppositieleider Étienne Tshisekedi maakt er geen deel van uit. Tshisekedi verloor in 2011 de presidentsverkiezingen van Kabila op erg twijfelachtige wijze.

In 2016 zijn er opnieuw presidentsverkiezingen. In principe kan Kabila zich dan geen kandidaat meer stellen volgens de Congolese grondwet, maar hij is van plan om de grondwet aan te passen. Critici vrezen dat dat met de nieuwe regering van nationale cohesie mogelijk gemaakt zal worden.