Doodstraf voor acht terreurverdachten uit Xinjiang

Een Chinese rechtbank heeft acht mensen ter dood veroordeeld voor twee terreuraanvallen waarbij dit voorjaar meer dan veertig doden vielen. Dat meldt de Chinese staatspers. De aanslagen vonden plaats in de autonome regio Xinjiang, waar het Chinese Han-volk in spanning samenleeft met de moslimmeerderheid van Turkse Oeigoeren. Vijf andere beklaagden kregen levenslang, nog eens vier andere zware celstraffen.

De aanvallen vonden plaats op 30 april en 22 mei, telkens in de regionale hoofdstad Urumqi. De eerste terreurdaad viel samen met een bezoek aan de provincie van staatspresident Xi Jinping, en kostte één mensenleven. De tweede aanslag, in een winkelstraat, leverde een balans op van 39 doden en meer dan 90 gewonden.

De Chinese overheid in Peking beloofde een harde aanpak van de terreur, maar krijgt de situatie in de autonome regio in het noordwesten van het land toch niet geheel onder controle.

In het westen en zuiden van Xinjiang zijn allerlei moslimterreurgroepen actief, waarvan sommigen banden hebben met Al Qaeda. De Chinese overheid slaat met harde repressie terug, ook tegen vreedzame vormen van verzet.