Vrijspraak drugsbende: gerecht is zelf "geschokt" maar kon niet anders

Bart Willocx, voorzitter van de Antwerpse rechtbank van eerste aanleg, en persrechters Fabienne Nackaerts en Roland Cassiers hebben in een persmededeling gereageerd op de vrijspraak van 46 beklaagden in een drugsdossier. Ze begrijpen de publieke verontwaardiging, maar nemen het ook op voor hun betrokken collega-onderzoeksrechter.

"Ook de rechtbank wordt hierdoor geraakt en tilt zeer zwaar aan deze nietigheid met zeer verstrekkende gevolgen", klinkt het in de mededeling. De magistraten willen wel de context meegeven waarin die vergissing kon gebeuren. Ze nemen het ook expliciet op voor de onderzoeksrechter in kwestie.

"Als magistraten en medewerkers van de rechtbank trachten wij elke dag onze maatschappelijke taak in eer en geweten en zo goed mogelijk te vervullen. Wij zijn dan ook zelf geschokt als verdachten van ernstige misdrijven vrijuit moeten gaan, zonder dat zij een proces ten gronde hebben gekregen", zeggen de magistraten in de mededeling.

"Telefoontaps zijn stikt juridisch geregeld"

Willocx, Nackaerts en Cassiers vinden dat het dossier en de vernietigende beslissing in de juiste context moeten worden geplaatst. "Het gaat hier immers om een zeer strenge wetgeving waarbij niet alleen een verregaande motiveringsplicht rust op de onderzoeksrechter, maar waarbij ook uitdrukkelijk de nietigheid als sanctie is voorzien in geval van een gebrek."

Het afluisteren van telefonie is een van de meest strikt geregelde onderzoeksmaatregelen, ter bescherming van de privacy. Het nemen van dergelijke beslissingen gebeurt bovendien altijd bij hoogdringendheid. De telefoonnummers die gebruikt worden bij dergelijke misdrijven wijzigen immers voortdurend.

"Enorme werklast"

Daar komt nog bij dat elke onderzoeksrechter in Antwerpen de leiding heeft over mogelijk 250 gerechtelijke onderzoeken. Daarbuiten wordt hij ook nog eens belast met meer dan honderd mini-onderzoeken. Het gaat dan over onderzoeksmaatregelen die worden gevraagd in dossiers waarin het openbaar ministerie het onderzoek voert. Los daarvan zijn er nog buitenlandse opdrachten. "Hiermee hebben de Antwerpse onderzoeksrechters de zwaarste werklast van het hele land. Tegelijk is er een nijpend tekort een griffiers en bedienden."

In het betreffende drugsdossier werd pas bij de behandeling ten gronde geoordeeld dat een tap bevolen werd, met een motivering die niet overeenstemde met de informatie in het dossier. Die onregelmatigheid werd pas op de laatste dag van de pleidooien opgeworpen. Tijdens het gerechtelijk onderzoek, waarbij op verschillende momenten de regelmatigheid van de procedure getoetst kan worden, werd geen onregelmatigheid vastgesteld.

De drugszaak in kwestie is een dossier dat dateert van 2009. "Er werden intussen, omwille van eerder tussen gekomen rechtspraak, voorzorgen genomen door de onderzoeksrechters om problemen bij de motivering van telefoontapbeschikkingen te vermijden. Er zal vanzelfsprekend intern verder worden nagegaan hoe deze fout is kunnen gebeuren, en wat we kunnen doen om dit in de toekomst verder te vermijden."

"Pers heeft niet het recht om iemand persoonlijk onderuit te halen"

De magistraten vinden voorts dat de pers het recht en de plicht heeft om het publiek objectief te informeren en om kritische bedenkingen daarbij te formuleren, maar ze vinden de wijze waarop de onderzoeksrechter in kwestie in sommige media werd afgeschilderd "ontoelaatbaar".

"De mogelijk door hem begane vergissing, in de vermelde context van hoge werkdruk, laat niet toe om hem op basis van anonieme beweringen als persoon volledig onderuit te halen, waar hij zich steeds met volle overgave voor zijn ambt heeft ingezet."