"Hedendaagse en moderne kunst moet naar oorspronkelijke locatie terug"

Waar moet het met de collectie moderne en hedendaagse kunst van Brussel naartoe? Een eenvoudige vraag, maar over het antwoord zijn de Brusselse en de federale regering het grondig oneens.

Een heuse calvarietocht. Dat is de weg die de collectie moderne en hedendaagse kunst van het MSK in Brussel de voorbije jaren heeft afgelegd.

Het verhaal begint in 2011. Nadat ze jarenlang een onderkomen had gekregen in het Museum voor Moderne Kunst in de Regentschapsstraat, verdwijnt de collectie naar een ondergronds depot. Tijdelijk, want de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (waar de PS de plak zwaait) wil ze in het Vanderborghtgebouw even verderop onderbrengen en in een later stadium een definitieve plek geven in de Citroëngarage aan het IJzerplein waar ze een onderdeel van het nieuwe Museum aan het Kanaal moet vormen.

Dit levert meteen een probleem op: de kunstcollectie is geen gewestelijke materie, maar wel een federale. Dat zegt tenminste de federale overheid bij monde van staatssecretaris Elke Sleurs van de N-VA. Zij heeft andere plannen met de collectie moderne en hedendaagse kunst, zo blijkt uit haar beleidsnota. Daarbij verwijst ze naar het regeerakkoord dat de voorkeur geeft aan het in stand houden van bestaande infrastructuur en niet aan nieuwe iniatieven. Sleurs wil de collectie daarom opnieuw op haar oorspronkelijke plek in het Museum voor Moderne Kunst tentoonstellen.

Tweede probleem: op die oorspronkelijk plek bevindt zich intussen het Fin de Siècle-museum dat een onderkomen biedt aan onder meer de collectie Gillon-Crowet. Dat is een privécollectie die in handen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is overgegaan.

"Het verhaal van de collectie moderne en hedendaagse kunst is inderdaad bijzonder ingewikkeld", geeft Sleurs aan onze redactie toe. Tegelijk is ze formeel: "De collectie hoort thuis op de locatie waar nu het Fin de Siècle-museum is ingericht. Het was altijd al de bedoeling de collectie daar tentoon te stellen."

"Dit is de doodsteek voor het Museum aan het Kanaal"

Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) reageert "bedroefd" op de beslissing van Sleurs. "Dit is een slag in het gezicht van iedereen die geloofde in samenwerking tussen politici op alle niveaus over de partijgrenzen heen", zegt ze. "Zo'n beslissing betekent de doodsteek voor het Museum aan het Kanaal."

"Zonder de collectie moderne kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten wordt de toekomst van het nieuwe kunstmuseum in de Citroëngarage penibel. Nochtans staat de Brusselse regering op het punt om de Citroëngarage aan het kanaal in Brussel aan te kopen, om daarin de collectie moderne kunst uit de kelders van de federale musea onder te brengen."

Volgens Idrissi overwoog de N-VA voor de verkiezingen van 25 mei wél nog een nieuw museum opgebouwd rond een publiek-private collectie. "Ik citeer letterlijk uit hun verkiezingsprogramma voor Brussel: "Het Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunst kan ondergebracht worden in (een deel van) het gerenoveerde Justitiepaleis. Onze Brusselse Tate Modern of Centre Pompidou met grote aantrekkingskracht." Maar wat ik vandaag hoor is precies het tegenovergestelde."

KMSKB weet niet over plannen van Sleurs

De KMSKB zeggen verwonderd te zijn niets te hebben vernomen over de plannen van Sleurs voor die in de media kwamen. Het museum wil niet reageren voor er een gesprek komt met de staatssecretaris.

"Toch kunnen we ons moeilijk inbeelden dat het Fin-de-Sièclemuseum het gebouw zou verlaten", zegt een woordvoerder van het museum. "Dit is moderne kunst. Verschillende partners als de Munt, de Koninklijke Bibliotheek of het Jubelparkmuseum hebben hun werken in bruikleen gegeven. Zowel de stad, het gewest als de federale overheid waren betrokken bij de oprichting."