Geen "golf van faillissementen" door nieuwe kinderopvangdecreet

De hervorming van de kinderopvang, gestart op 1 april 2014, heeft niet geleid tot een bloedbad in de sector. Nochtans hadden sommige critici "een golf van faillissementen" voorspeld. Uit cijfers die Elke Van den Brandt (Groen) heeft opgevraagd bij minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) blijkt dat er tussen maart en oktober meer starters waren dan stoppers.

Op 1 april 2014 trad het nieuwe kinderopvangdecreet in werking. Het was de start van een grondige facelift voor de sector. Het bestaande - hopeloos versnipperde - landschap wordt sindsdien gestroomlijnd en onderverdeeld in twee groepen: de gezinsopvang (de vroegere onthaalouders) en de groepsopvang (de vroegere crèches). Daarnaast wil het decreet de soms grote verschillen in regels en financiering van de verschillende opvanginitiatieven stapsgewijs gelijkschakelen.

Critici waarschuwden voor de mogelijk negatieve financiële impact van het decreet en waarschuwden voor een "golf aan faillissementen". Die golf is er niet gekomen, blijkt uit de cijfers. Zo zijn er in het tweede en derde kwartaal van dit jaar samen 28 nieuwe kinderdagverblijven gestart, terwijl er maar 20 zijn gestopt. Ter vergelijking: in gans het jaar 2012 waren er 55 stoppers, in 2013 53.

Minister Vandeurzen zelf reageert "voorzichtig positief". "In de cijfers herkennen we de trends van de voorgaande jaren, namelijk een daling van het aantal stoppers. Er is dus op vandaag geen expliciet signaal dat het decreet leidt tot meer "stoppers"."

Sector zelf plaatst kritische kanttekeningen

Vanuit de sector zelf plaatst men enkele kanttekeningen bij de cijfers. Zo is het volgens Wim Van Esch, coördinator Zorg en Kinderopvang bij Unizo, wel degelijk bijzonder moeilijk om tegenwoordig te starten in de sector. Dat er momenteel geen middelen zijn voor het uitkeren van basissubsidies voor starters, maakt de drempel nog hoger.

Ook Dany Depreitere, voorzitter van Unieko, de koepel van zelfstandige kinderdagverblijven, heeft enkele bedenkingen. Bij de starters worden volgens haar ook de opvanginitiatieven gerekend die vroeger zonder attest werkten, de zogeheten "gemelde voorzieningen". Sinds 1 april moet elk opvanginitiatief echter een vergunning hebben. "Dat kan je natuurlijk bezwaarlijk echte starters noemen. Ze zijn bij wet genoodzaakt een vergunning te vragen of volledig te stoppen", aldus Depreitere.

Volgens vraagsteller Elke Van den Brandt blijven extra investeringen hoognodig, anders dreigen de wachtlijsten volgens haar langer te worden. "Elke extra plaats is goed nieuws, maar willen we elk kind een plaats geven, dan hebben we tegen 2020 44.000 extra plaatsen nodig. Aan het tempo dat er nu plaatsen gecreëerd worden, komen we daar nog niet eens in de buurt. In 2013 kwamen er amper 1.767 plaatsen bij."