Helft Vlaamse wapenexport wordt niet meer gecontroleerd

Sinds de komst van het nieuwe wapenhandelsdecreet, is de controle van en het zicht op de export van producten zoals beeldschermen en elektronica grotendeels verdwenen. Dat staat in het jaarverslag 2013 van het Vlaams Vredesinstituut. Die niet-militaire producten maakten vroeger nog de helft van de Vlaamse wapenexport uit.

Het decreet wapenhandel werd in 2012 goedgekeurd. 2013 was het eerste jaar waarin de gevolgen van het decreet, en de uitvoering ervan zichtbaar werden. "Onze eerste analyse van de toepassing van dat decreet wijst uit dat veel van de radar is verdwenen", aldus directeur Tomas Baum en onderzoeker Nils Duquet van het Vlaams Vredesinstituut.

Op basis van de Europese regelgeving laat Vlaanderen in grote mate toe dat er met "algemene vergunningen" wordt gewerkt. Die bieden Vlaamse exporteurs de kans om veel van hun militaire producten uit te voeren naar gecertificeerde klanten binnen de Europese grenzen, zonder dat ze telkens opnieuw een vergunningsprocedure moeten doorlopen.

Het gevolg hiervan is dat de controle van zulke transacties pas achteraf kan plaatsvinden. "We hebben slechts gedeeltelijk een beeld van de overbrenging van producten binnen de EU", getuigde Tomas Baum. Wat betreft de export van militair materieel naar EU-landen waar meer dan een algemene vergunning nodig is, wordt momenteel ook geen onderscheid gemaakt tussen de soorten vergunningen.

Geen controle op niet-militaire producten binnen Europa

Een ander gevolg van de gewijzigde Europese regels en het decreet is dat niet-militaire producten die voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden (zoals beeldschermen, software...) niet meer gecontroleerd hoeven te worden als ze naar een ander EU-land worden uitgevoerd.

De clausule over de controle van de export van zulke producten naar landen buiten de EU werd met het nieuwe decreet vernauwd. Ook de rapportering van die uitvoer werd daardoor aangetast: in 2013 werd op basis van de gewijzigde clausule geen enkele vergunning uitgereikt voor de export van niet-militair materieel buiten de Europese Unie. In 2012 werden nog meer dan honderd zulke vergunningen uitgereikt.

De controle van en het zicht op de export van niet-militaire producten die vroeger gemiddeld 50 procent van de Vlaamse wapenexport uitmaakten, zijn met de toepassing van het nieuwe decreet grotendeels verdwenen, zegt het Vlaams Vredesinstituut.

Hoe ziet de export er precies uit?

Momenteel wordt door de overheid enkel nog gerapporteerd over de export naar niet-EU-landen. Het gaat dan enkel om Vlaamse wapens en militair materieel waar voorafgaand een vergunning nodig is.

In 2013 bedroeg de waarde van deze export 36,4 miljoen euro. Er waren een vijftiental bestemmingslanden, waarvan de VS de grootste afnemer was. Het verhandelde bedrag ligt 65 procent hoger dan in 2012 en is meer dan een verdubbeling in vergelijking met 2011. De waarde van dit deel van de wapenexport schommelt echter sterk.

Ook bij deze export worden twee kanttekeningen gemaakt. Zo is het ten eerste niet duidelijk wat het aandeel van deze export is in de totale vergunde wapenexport. Ten tweede is voor 54 procent van de uitvoer van militair materieel buiten de EU niet duidelijk wie de eindgebruiker is. "De traditionele zwakke plek" van de export, noemt Tomas Baum het, en "de achilleshiel van het Vlaams exportcontrolebeleid".

Groen: "Gebrek aan controle is alarmerend"

Oppositiepartij Groen reageerde meteen scherp op het rapport. "De controle op de wapenexport is niet helder en dat vind ik heel alarmerend. Het gaat hier over oorlog en vrede, over mensenlevens", zegt Wouter Van Besien. "Het is niet omdat de controle tekortschiet dat er effectief zaken fout lopen, maar de traditie van voor het decreet moet worden hersteld."

Volgens het Vlaams Vredesinstituut zijn het vooral de uitvoeringsbesluiten van het wapenhandeldecreet die tot de huidige situatie hebben geleid. "De regering hecht te veel belang aan economie en jobcreatie", analyseert Van Besien. "Bij wapenhandel mag dat niet de eerste bekommernis zijn." De door de Vlaamse regering beloofde herziening van het decreet moet snel gebeuren, vindt hij.

Tine Soens (SP.A) ziet in plaats van de Vlaamse regering liever een onafhankelijke instantie, zoals het Vlaams Vredesinstituut, het decreet evalueren en aanbevelingen geven.

Onderzoeker Nils Duquet van het Vredesinstituut denkt dat bijsturingen best mogelijk zijn. "Vorig jaar werden vragen gesteld bij de export naar Saoedi-Arabië, dat wapens leverde aan de rebellen in Syrië. Op initiatief van toenmalig minister-president Kris Peeters zijn er toen bijsturingen gebeurd." Ook nu is het minister-president Bourgeois, die de verantwoordelijkheid zal dragen voor de herziening van het decreet.