België blijft top op vlak van belastingdruk

Als gevolg van de crisis is de belastingdruk binnen de rijkelandenclub van de OESO weer gestegen naar de recordhoogtes van vóór 2007. Zo ook in België, dat derde staat op de lijst van landen waar het meeste belastingen betaald worden.

De belastingdruk in de 34 OESO-landen steeg in 2013 tot 34,1 procent. Dat is 0,4 procentpunt meer dan in 2012. Dat zijn niveaus te vergelijken met de recordhoogtes uit 2007 (34,2 procent) en 2000 (34,3 procent).

Daar is niet enkel een stijging van de belastingen op zich voor verantwoordelijk. Al benadrukt het rapport dat "veel landen hun belastingen hebben verhoogd en/of de belastbare basis hebben uitgebreid". De belastinginkomsten kunnen ook stijgen zonder dat de fiscaliteit zelf verandert, vooral in tijden van economische welvaart.

Tussen 2012 en 2013 viel in België een stijging met 0,6 procent te noteren, tot 44,6 procent. Dat maakt dat België derde staat op de lijst, na Denemarken (48,6 procent in 2013) en Frankrijk (45 procent) en België (44,6 procent).

Aan de andere kant van het spectrum staan Mexico (19,7 procent), Chili (20,2 procent), Korea (24,3 procent) en de Verenigde Staten (25,4 procent).

Pascal Saint-Amans, directeur van het Centrum voor Fiscaal Beleid van de OESO, wijst niettemin op de moeilijkheden van een vergelijking. De fiscaliteit weerspiegelt ook de "cultuur van een land". Hij bedoelt daarmee dat sommige landen meer inschrijvingsgeld vragen voor de universiteit of dat de ziekteverzekering er niet als taak van de overheid wordt beschouwd. Daardoor varieert de belastingdruk sterk."

Tegenover andere OESO-landen kenmerkt België zich door hogere inkomsten uit de personenbelasting, de onroerende voorheffing en socialezekerheidsbijdragen. De inkomsten uit de vennootschapsbelasting en uit belastingen op goederen en diensten, zoals btw, zijn eerder laag.

De OESO roept haar lidstaten op om minder belastingen te heffen die de economie verstoren, zoals die op arbeid of op bedrijfswinsten. In de plaats daarvan zouden er belastingen moeten geheven worden die gunstiger zijn voor economische groei, zoals die op consumptie. Zeg maar, een tax shift.