De Kesel: "Achteraf gezien beter niet overgegaan tot benoeming"

De Brugse bisschop Jozef De Kesel geeft toe dat hij de pedofiele priester uit Middelkerke beter niet had benoemd. Toch benadrukt hij dat de man zich ten allen tijde heeft gehouden aan de juridische voorwaarden die hem waren opgelegd. Dat heeft De Kesel gezegd in het parlement, tijdens een bijeenkomst van de speciale arbitragecommissie seksueel misbruik in de Kerk.

De verontwaardiging, die de zaak rond de priester in Middelkerke heeft uitgelokt, heeft De Kesel verbaasd. "We hebben echt goed nagedacht over zijn benoeming, maar onvoldoende ingeschat hoe gevoelig dat lag", zegt hij daarover. "Ik heb me verontschuldigd en vind achteraf gezien dat het beter was geweest om hem niet te benoemen."

"Goede begeleiding en voorwaarden nooit geschonden"

De Kesel legde in de bijzondere arbitragecommissie over seksueel misbruik in de Kerk haarfijn uit hoe hij uiteindelijk toch tot de beslissing overging om de pedofiele priester te benoemen.

"Na de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag in 2008, heeft de man een maand in voorarrest gezeten. Onder bepaalde voorwaarden kreeg hij opschorting van straf. Tijdens die periode was het geen probleem om voor de parochie te blijven werken", verklaart De Kesel.

"De man werd tot eind 2010 goed opgevolgd door de probatiecommissie. In die periode heeft hij de opgelegde voorwaarden nooit geschonden. De priester is duurzame en deskundige begeleiding blijven volgen, tot nu toe zelfs", aldus De Kesel.

"Benoeming was logisch gevolg van zijn eerdere activiteiten"

Vanaf 2011 kreeg de man opnieuw de toestemming om parochiaal werk te verrichten. "Dat ging toen om welomschreven taken, onder meer in Middelkerke", verduidelijkt De Kesel. "Daar stond hij onder de verantwoordelijkheid van de priester daar. Pastoraal werk met jongeren bleef echter uitgesloten. Aan die afspraak heeft hij zich altijd gehouden."

De probatietijd van de man liep af in januari 2014. Hij werd tot op dat moment nog steeds opgevolgd door een psychiater.

"De man voerde intussen al drie jaar lang welomschreven taken uit, onder de verantwoordelijkheid van de priester en met ons medeweten", zegt De Kesel. "Activiteiten met kinderen en jongeren bleven uitgesloten, en de man werd permanent begeleid. Een benoeming lag in die zin dus in de lijn van de gebeurtenissen."

"In dit geval ging het om eenmalige feiten, werd de man goed opgevolgd, en kreeg hij goedkeuring van de probatiecommissie. Als de man een duidelijk pedofiel profiel had, dan was mijn beoordeling wel anders geweest", besluit De Kesel.