Lukas Lelie, van bloembol tot "fleur de rire"

Je hebt zo van dure prijsbeesten in de comedy. Van die namen die deelnemen aan wedstrijden en dan zowat alles winnen. Wouter Deprez was zo iemand. Of Bart Cannaerts. Lukas kan er zich bij scharen. Hij is de winnaar van Humo's Comedy Cup 2014. En daar bestaat weinig discussie over. Lelie (in eerdere tijden ook winnaar van de Lunatic Comedy Award, altijd al een wegwijzer naar nieuw talent geweest) walste over de tegenstand én over de zaal heen en paste dé definitie van comedy toe: doen lachen, een zaal bespelen.

Beter dan de vorige keer was de keuze van de MC, de Master of Ceremony. Bart Cannaerts mocht zijn eigenste zelve zijn op het podium, moest in de zaal (zoals dat dan heet in comedyjargon) voor een warm bad zorgen en deed dat voortreffelijk.

Cannaerts, zelf ex-winnaar van Humo’s Comedy Cup, plakt op de planken, zeker die van de Arenberg, voor de meeste komieken hét walhalla.

Heerlijk interactief en puttend uit zijn laatste voorstelling deed hij waar een zenuwachtige finalist op hoopt. De zaal was warm gemaakt, dus een ideaal microklimaat om een comedyvirus te laten voortplanten.

Een Hollander

Opener was Onno Lolkema. Zijn familienaam zeg, nomen est omen. Hij had -van horen zeggen- een hele goede halve finale achter de rug. Zeg ik omdat hij in de finale wat sudderde, wat bleef stuiteren, precies nooit echt de vijfde versnelling vond. Zelfverzekerd, dat wel.

Maar heel Hollands, badinerend, met niet echt de meest originele topics (komieken over liefde en hun vaderschap, ik heb dat al een beetje gehad).

Je voelde wel dat de man het in zich heeft, dat ie een Vlaamse penseeltrek geeft aan zijn denken, maar dat er misschien net iets meer snedigheid en absurdisme in mag. Vind ik zo. Knap gedaan van de dertiger (de ancien was hij op het podium), maar hij kon niet op tegen het geweld van de winnaar.

Een Belg

Lukas Lelie dus, jong veulen, televisieregisseur van opleiding, maar zo werkloos als wat. Waarover hij zich dan ook niet druk maakt, maar er garen uit spint om comedy te maken. Lelie had ik wel al enkele keren bezig gezien.

Geestig, spits, anders en to the point. Maar of hij dat in een set van 20 minuten kon? Zijn truukje zo lang toepassen? Wel, ja dus! Lelie kwam op (de zaal zat vol fans, dat was duidelijk, maar daar is niets mis mee natuurlijk), lanceerde een eerste joke en had binnen de eerste 10 seconden al een vette lach. En als een lachmachine ging hij tekeer.

Een mitraillettevuur aan grappen, de ene na de andere, de zaal daverde mee op de ritmiek van zijn slagzinnen. Enkele gloednieuwe jokes, dansend in zijn eigen, vreemd universum. Dat van de half sukkel, half geestigaard, die zich bijna excuseert omdat hij er is. Met enkele jokes heb ik werkelijk gegierd en zijn allerbeste (die over zijn “guilty pleasures”) heeft hij niet eens gebruikt.

Ik blijf erbij, ik moet zien of Lelie een volavondprogramma kan brouwen. Maar wat ik niet meer moet zien is of hij talent heeft. Neen, het spat ervan, de plekken kun je nog terugvinden in het pluche van de Arenberg.

Een Marokkaan

Derde in de rijd was Kamal Karmach. Net als Lelie nog piep, niet eens 25. Uit de kluiten gewassen fors, zeg maar dik. Zegt hij zelf ook. En lacht hij mee. Onbedaarlijk. Marokkaan ook. Zij het in België geboren en getogen. Zegt hij zelf ook. En gebruikt hij als wapen in een strijd van statements.

Karmach doet me denken aan de jonge Nigel Williams, aan Michael Van Peel. Van die Don Quichotes die strijden tegen de windmolens met woorden en grappen. Maatschappijkritisch, met een mening, beukend. Zo zie ik ze graag en zo zijn er te weinig in comedyland.

Karmach kreeg als enige de zaal heel stil, ook dat is comedy. En was de enige die met een maatschappelijk standpunt een open doekje forceerde. En dan moet je weten dat hij amper 8 maanden op een podium staat. Respect! Zeer goed gedaan, maar hij schoot tekort tegen de Gentse pletwals die Lelie heet.

Nieuwe generatie

Kamal Karmach was naar het schijnt in de halve finale beter. En speelde sowieso al beter dan in de finale. Net niet scherp genoeg, net iets te veel ruis. En als een opponent dan op het toppunt van zijn kunnen is en foutloos speelt, dan is het over.

Gezien dus: een Nederlander met potentieel, een Belg met een mokerhamer en een Marokkaanse Belg die nog in volle groei is.
Iemand zei me dat comedy niet dood is bij ons. Du-uh, dat is wel duidelijk. Maar ook dat er een nieuwe generatie is opgestaan, een soort derde generatie jonge komieken. Ik geloof erin.

Zeker ook als ik William Boeva bezig zag, de vorige winnaar, die tijdens de juryberaadslaging mocht spelen. Wat is die jongen vooruit gegaan zeg! En neen, ik ga niet zeggen gegroeid. Sowieso, de grootste -heel even dan toch- was Lukas Lelie. Oververdiend. De haven ligt open, nu nog de juiste koers varen.