Stiptheid bij De Lijn blijft dalen

De stiptheid van de bussen en trams van De Lijn is vorig jaar gezakt tot 50,74 procent in de avondspits. Dat bleek uit de evaluatie van de beheersovereenkomst met de vervoersmaatschappij in de bevoegde commissie van het Vlaams parlement.

De stiptheid loopt sterk uiteen per provincie. In Vlaams-Brabant reed bijvoorbeeld 60,89 procent van de voertuigen op tijd in de avondspits op een gemiddelde dinsdag, terwijl dat in Limburg slechts 32,99 procent was. 'Op tijd' wordt door De Lijn gedefinieerd als twee minuten te vroeg tot vijf minuten te laat. Een deel van de verklaring voor de lagere stiptheid is te vinden in de strenge winter van 2012/2013.

"Aankoop nieuwe voertuigen is cruciaal"

Volgens Roger Kesteloot, topman van de vervoersmaatschappij, is het cruciaal dat er nieuwe voertuigen worden besteld. De gemiddelde leeftijd van de bussen is nu opgelopen tot tien jaar en die van de trams zelfs tot 31. "De uitval en de prijs van het onderhoud liggen veel hoger bij de oudere voertuigen", aldus Kesteloot. In 2013 werd geen enkele nieuwe tram of bus in gebruik genomen, terwijl er wel enkele tientallen bussen uit dienst werden gehaald.

Het aantal reizigers van De Lijn is vorig jaar, zoals bekend, teruggelopen tot iets minder dan 540 miljoen, maar daar staat tegenover dat het aantal betaalde ritten licht is gestegen.

Minder ongevallen met bussen

Positief is voorts dat het aantal ongevallen met bussen is gedaald van 6.860 in 2011 tot 5.801 in 2013. Het aantal ongevallen met trams steeg licht, maar slechts in een kleine minderheid van de gevallen was de trambestuurder daarbij in fout.

Minister van Mobiliteit Ben Weyts (N-VA) gaf in het parlement aan opnieuw werk te willen maken van een snellere doorstroming voor bussen en trams.