Belgen zijn lang geen koplopers als het over staken gaat

Morgen houden de vakbonden een nationale staking tegen de besparingsplannen van de federale regering en de deelstaatregeringen. Na drie provinciale stakingen is er nu dus een nationale staking. Onze noorderburen staan ervan te kijken. In de Nederlandse pers duikt dan ook op "Belgen staken de economie kapot" en "Belgen houden in tegenstelling tot Nederlanders van staken". Maar is dat wel waar?

De Nederlanders weten kennelijk niet wat ze ervan moeten denken: 3 provinciale stakingsdagen, treinstakingen, stakingen bij enkele specifieke bedrijven zoals Delhaize, en dan nog eens een nationale staking op 15 december. En dat allemaal op enkele weken tijd? Wel het is een feit dat ze in Nederland wat zuiniger mee omspringen met de staking.

Dat blijkt alleszins uit de meest recente cijfers over de jaren 2009 tot 2013. Gemiddeld genomen heeft een Belgische werknemer in die periode bijna 32 minuten per jaar gestaakt. In Nederland staakte de gemiddelde werknemer in dezelfde periode slechts 4,5 minuten per jaar.

Nederland: 4,5 minuten
België: 31,5 minuten

Voor alle duidelijkheid : dat zijn dus gemiddelden berekend over alle loontrekkenden. Als er gestaakt wordt, staken natuurlijk nooit alle loontrekkenden. Per werknemer kom je dan gemiddeld uit op enkele minuten per jaar.

Cyprus is de onbetwiste stakingsleider

Hoe dan ook: de Belgen staken dus gemiddeld meer dan de Nederlanders. Maar zijn we daarmee dan koplopers? Uit de cijfers van het European Trade Union Institute blijkt dat Cyprus de onbetwiste stakingsleider is met 260 minuten per jaar. Frankrijk heeft de tweede plaats. En opvallend: in Denemarken en Noorwegen - toch vaak genoemd als gidslanden - staken ze meer dan hier.

Stakingen in 2009-2013

  1. Cyprus: 260 minuten
  2. Frankrijk: 80 minuten
  3. Denemarken: 40 minuten
  4. Noorwegen: 36 minuten
  5. België: 31,5 minuten
  6. Spanje: 31,2 minuten

België staat dan op de vijfde plaats. Maar let op: niet alle landen houden de statistieken even goed bij. Sommige tellen stakingen in de publieke sector niet mee. In Griekenland, Portugal en Italië, landen die de afgelopen jaren bijzonder veel geplaagd werden door nationale stakingen, besloot de overheid zelfs te stoppen met tellen van stakingen - wegens besparingen.

En in Spanje werden de nationale stakingen in 2012 en 2013 niet meegerekend. Als we dat allemaal wel zouden meerekenen, zakt België al snel naar de tiende plaats in de Europese Unie.

Wat ook opvalt : stakingen duren gemiddeld steeds minder lang. In de jaren 90 staakte de Belgische werknemer nog gemiddeld meer dan 3 kwartier per jaar. In de daaropvolgende tien jaar staakte hij of zij gemiddeld 34 minuten of een kwart minder. Die trend zette zich de afgelopen jaren alleen maar verder.

Die dalende trend zie je in heel Europa. Het gemiddelde van de EU daalt zelfs met 40 procent tussen de jaren 90 en de jaren 2000.

Burgers voelen stakingen meer dan vroeger

We staken steeds minder lang. Dat betekent nog niet dat we de stakingen minder voelen. Wanneer bijvoorbeeld mijnwerkers het werk vroeger een dag neerlegden, dan had dat niet zo veel praktische gevolgen voor de gemiddelde burger. Maar de economie is veranderd: de dienstensector heeft aan belang gewonnen.

Een supermarkt of een ziekenhuis dat staakt, dat voel je als burger veel sneller. Er werken in de dienstensector meer mensen dan twintig jaar geleden en dus wordt er ook meer gestaakt. In de jaren 90 bedroeg het aandeel van de dienstensector in de stakingen nog gemiddeld 30 procent. Tien jaar later was dat al 50 procent. Dus als er gestaakt wordt, is de kans wel groter dat burgers en consumenten het ook echt voelen.