De bloedige Roemeense "revolutie" schokte Europa in december 1989

Als laatste communistische leider in het Oostblok bleef Nicolae Ceaușescu in Roemenië eind 1989 koppig elke hervorming weigeren, ook toen de regimes er een na een instortten. In december 89 had de bevolking er genoeg van en brak een bloedige opstand uit. Het gevaar voor Ceaușescu kwam echter uit zijn eigen regime.

Roemenië was altijd al een vreemde eend in de Oostblok-bijt geweest met zijn Romaanse taal en cultuur te midden van een overwegend Slavische regio. Sinds eind jaren 60 was Nicolae Ceaușescu de "conducator" of onbetwiste leider die koppig zijn eigen weg ging.

Intern voerde hij een stalinistisch bewind met een grote personencultus rond hemzelf en zijn vrouw Elena en grote megalomane bouwwerken zoals "het Paleis van het Volk" in de hoofdstad Boekarest. Op buitenlands vlak voer hij een vrij onafhankelijke koers tegenover de Sovjet-Unie, wat hem soms in het Westen lof opleverde. Tegelijk onderhield hij goede contacten met China, Noord-Korea en Vietnam, regimes die hij veel inspirerender vond dan dat in Moskou. (Lees verder onder de foto).

Nicolae Ceausescu en zijn vrouw Elena regeerden Roemenië met harde hand.

In de jaren 70 en 80 lanceerde Ceaușescu dan zijn eigen "mini-Culturele Revolutie". Systematisch werden plattelandsdorpen vernietigd en werd de bevolking gedwongen te verhuizen naar collectivistische agrarische centra.

Het regime controleerde de hele economie en richtte die volledig op de uitvoer om de buitenlandse schulden in snel tempo af te betalen. Dat leidde evenwel tot de totale sociale en economische ontreddering van het land. De kritiek op het beleid werd steevast onderdrukt door de gevreesde geheime politie Securitate.

Het regime geeft geen krimp

De hervormingen van Michail Gorbatsjov werden door "Conducator" Nicolae Ceaușescu weggewuifd, net als de brief waarin hoge figuren in maart 89 hadden opgeroepen tot verandering. Ceaușescu zou kort daarop overigens nog een belangrijke triomf boeken: de buitenlandse schuld van 12 miljard dollar was nu eindelijk afbetaald, maar het land zat economisch wel aan de grond en de armoede was enorm.

Alles is ethisch verantwoord, zolang het in het belang van de proletarische klasse en de wereldrevolutie is

Nicolae Ceaușescu

Roemenië had nog een ander probleem. Sinds de annexatie van een groot deel van Hongarije in 1918 leefde er een grote Hongaarse minderheid in Transsylvanië en die werd door alle regimes gewantrouwd. Nu Hongarije in de zomer van 89 het IJzeren Gordijn had doorgeknipt en intern het communisme had afgezworen, nam het wantrouwen van het Roemeense regime tegen die minderheid flink toe.

Het doelwit was de Roemeens-Hongaarse dominee en dissident László Tőkés, een belangrijk geestelijk leider in de stad Timișoara. Op 15 december wou het regime hem verbannen naar een afgelegen dorp, maar de aanhangers van Tőkés beletten dat. (Lees verder onder de foto).

Ceaușescu duldde geen tegenspraak en wou niet weten van enige liberalisering.

Het volk komt in opstand

Op 16 december kwam het in Timișoara tot rellen met etnische Hongaren toen de politie Tőkés wou wegvoeren. Honderden betogers werden uiteengejaagd, maar de volgende dag kwamen steeds meer mensen op straat. Er werden barricaden opgeworpen en auto's in brand gestoken. Het regime zette het leger in en leek de situatie onder controle te krijgen nadat een zeventigtal mensen was doodgeschoten. Lange tijd werd gesproken over 400 doden, maar dat bleek nadien overdreven. 

De verontwaardiging over het bloedbad joeg steeds meer manifestanten op straat en nu kozen ook etnische Roemenen de kant van het verzet. Arbeiders die door de regering vanuit andere steden gestuurd waren om "de Hongaarse hooligans uiteen te slaan", sloten zich grotendeels aan bij de opstand.

Intussen trokken steeds meer betogers Timișoara binnen. Het regime aarzelde, want Ceaușescu zelf had nu zijn eerste grote fout gemaakt: hij maakte op dat moment een officiële reis naar Iran. Toen hij op 20 december terugkeerde, was de Roemeense revolutie tegen zijn schrikbewind begonnen en begonnen sommigen van binnen het regime samen te zweren tegen Ceaușescu.