Meest recent

    Het echte verhaal over de ster van Bethlehem - Tim Trachet

    Kerstmis en een vallende ster zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er doen vele verhalen de ronde over de ster van Bethlehem. Was het een wonder of is het een mythe? Nu is op een colloquium alle kennis bij elkaar gelegd om het raadsel te ontraadselen.
    analyse
    Analyse

    Eind oktober vond in de Nederlandse stad Groningen een merkwaardig colloquium plaats. Voor het eerst wisselden geleerden van verschillende disciplines van gedachten over een wetenschappelijke verklaring voor de ster van Bethlehem. De conclusies waren vrij duidelijk, maar kregen weinig aandacht in de media.

    Al lang circuleren in sterrenkundige kringen theorieën wat de “ster” kan zijn geweest waarover sprake is in het evangelie van Mattheus (2, 1-12 ). Een aantal “wijzen” die de ster “in het oosten” hadden gezien, zagen er een aanleiding in om naar Jeruzalem te reizen om de “pasgeboren koning der Joden” te begroeten en gingen daarop naar het nabijgelegen Bethlehem, waar de ster hen leidde en stilstond boven “de plaats waar het kind was”.

    Voorteken

    Vaak wordt aangenomen dat deze “wijzen” of “magiërs” astrologen uit Mesopotamië of Perzië waren die in de ster een bijzonder voorteken zagen voor de geboorte van de koning der Joden. Wat dat voorteken geweest kan zijn, is echter niet duidelijk.

    Meer dan een dozijn ernstige en minder ernstige hypothesen werden in de loop der jaren hierover geformuleerd. Ze zijn in twee groepen te onderscheiden. De ene groep verklaringen gaat ervan uit dat er inderdaad een sterachtig object te zien was. Daarbij wordt gedacht aan een ontploffende ster (nova of supernova), een komeet, een heldere meteoor of een planeet. Voor de andere categorie ging het om een samenstand van hemellichamen (planeten met sterren, planeten onderling… ). Hoewel dit niet overeenstemt met de letterlijke tekst van het evangelie, hebben zulke configuraties een grote betekenis in de astrologie. Bovendien is het perfect mogelijk de positie van de planeten 2000 jaar geleden te berekenen, en ze zelfs te reconstrueren in computersimulaties of in planetaria. Vandaar dat deze hypotheses nogal populair werden.

    Maan bedekt Jupiter

    De laatste jaren was er een hypothese die alle andere overschaduwde. De Amerikaanse astronoom Michael Molnar merkte op dat in het jaar 6 voor Christus de planeet Jupiter twee keer na elkaar door de maan werd bedekt. Die bedekkingen gebeurden overdag en waren dus niet te zien, maar de Babylonische astrologen van die tijd waren in staat dat te berekenen. De bedekking vond plaats in het teken van de Ram. Voor astrologen is Jupiter de planeet van het koningschap. Er waren nog een paar redenen om aan te nemen dat iemand die op dat moment werd geboren een “koninklijke” bestemming zou krijgen.

    Bovendien was volgens Molnar de Ram het teken van Judea (de toenmalige Joodse staat). Molnar neemt dan ook aan dat de bedekking van Jupiter door de maan op 17 april  in 6 voor Christus voor oostelijke sterrenwichelaars een aanleiding was om aan te nemen dat er een toekomstige koning der Joden was geboren en de reis naar Judea te maken.

    Molnar ondersteunde zijn theorie met een aantal historische aanwijzingen. Zo vond hij zelfs oude munten uit de eerste eeuw van onze tijdrekening waarop een ram en een bedekking van een ster door de maan op is afgebeeld. Het colloquium in Groningen was dan ook bijna volledig geconcentreerd op deze theorie. De organisator van de bijeenkomst, de Nederlandse astronoom Peter Barthel, toonde zich in De Morgen (24 oktober: ‘Jupiter wees de wijzen de weg naar Jezus’) een aanhanger van Molnar.

    Theorie Molnar wordt ontkracht

    Het colloquium kwam tot andere conclusies. Molnar zelf stuurde zijn kat, misschien met reden. Want hoewel een paar sterrenkundigen zijn hypothese enthousiast verdedigden, lieten de vertegenwoordigers van andere disciplines, zoals historici van de astrologie, godsdienstwetenschappers, kenners van de antieke oosterse culturen en Bijbeldeskundigen, geen spaander heel van zijn theorie.

    Zo zijn er in de oudheid wel enkele mensen bekend – onder meer een paar Romeinse keizers - waarvan gezegd werd dat ze een “koninklijke horoscoop” hadden en dus voorbestemd te heersen, maar zoiets werd altijd (lang) na hun geboorte vastgesteld. Er is geen enkele astrologische tekst uit de oudheid bekend waarin staat dat er een koning is geboren omdat de planeten zo of zo stonden. De geboorte van een koning werd nooit op voorhand door astrologen voorspeld.

    Ook de associatie van de Ram met Judea is onhoudbaar. Molnar beroept zich daarvoor op een astrologisch handboek uit de tweede eeuw ná Christus. Geen enkele astrologische tekst uit Jezus’ tijd verbindt de Ram met de Joden. Men legde wel een band tussen landen en astrologische tekens, maar Judea was een vrij onbelangrijk gebied. De Ram werd in de eerste plaats met Perzië geassocieerd. Men kan zich dus afvragen waarom de “wijzen” niet naar Perzië gingen in plaats van Jeruzalem?

    Ook andere theorieën ontkracht

    De kritiek van de experts betrok niet alleen Molnar maar alle “wetenschappelijke” verklaringen van de ster van Bethlehem. Zo gaat men er al te snel van uit dat de “wijzen” uit het evangelie (magoi in de Griekse tekst) wel astrologen waren. Magos komt van magush, het Perzische woord voor priester. In het Romeinse Rijk werden met magoi of magi inderdaad waarzeggers, astrologen of tovenaars bedoeld, maar, zo merkten historici van het oude Iran op, in het begin van onze tijdrekening was dat nog niet in het geval.

    Volgens hen staan de magoi uit het evangelie voor Perzische priesters die een koning eer kwamen betuigen, maar die zich ver van voorspelkunsten als astrologie hielden. Niet dat er echt Perzische priesters naar Bethlehem zijn gereisd, maar de symbolische betekenis van het verhaal is duidelijk.

    Is de Bijbel juist?

    Hoe dan ook is de bewuste passage uit het evangelie wel een heel onbetrouwbare bron om als basis te dienen voor een wetenschappelijke hypothese. Moderne, serieuze Bijbelexperts zijn ervan overtuigd dat Jezus van Nazareth niet in Bethlehem geboren is, ook al omdat de twee evangelies die dat beweren, Mattheus en Lucas, elkaar over de omstandigheden van die geboorte sterk tegenspreken (Lucas zegt trouwens niets over de wijzen en de ster).

    We weten bovendien dat die evangelies geen historische teksten zijn, maar dat ze 70 tot 80 jaar na Jezus’ geboorte zijn opgesteld door mensen die geen getuige waren van wat ze beschreven. Het is zo goed als ondenkbaar dat een correcte beschrijving van een of ander hemelverschijnsel op die wijze tot ons is gekomen.

    Meer dan een eeuw geleden al meenden kritische Bijbelgeleerden al dat het verhaal van de Ster van Bethlehem als een mythe moet worden beschouwd, die wellicht een symbolische betekenis heeft, maar zeker geen beschrijving is van reële feiten. De beschrijving die we bij Mattheus lezen doet hoe dan ook meer denken aan een wonder dan aan een of ander astronomisch verschijnsel.

    Het is dan ook wat vreemd dat sommigen – vooral sterrenkundigen – steeds opnieuw met wetenschappelijke verklaringen voor de ster van Bethlehem aankomen. Op het colloquium in Groningen kregen ze de wind van voren. Een zeldzaam geval waarin beoefenaars van exacte wetenschappen een lesje krijgen vanuit de menswetenschappen.

    Tim Trachet is wetenschapsspecialist bij de VRT.