Leo Tindemans, een leven van leiderschap door gezag - Mark Eyskens

Met het overlijden van Leo Tindemans verdwijnt in nauwelijks een jaar tijd het derde grote boegbeeld van de christendemocratie in Vlaanderen en in België, na het heengaan van Wilfried Martens en Jean-Luc Dehaene. De bewogen politieke loopbaan van Leo Tindemans is de jongste uren voldoende belicht en gecommentarieerd. Mijn invalshoek is veeleer persoonlijk.

Mijn mentor

Mijn eerste kennismaking met Tindemans gaat terug tot de periode toen hij minister van communautaire hervormingen werd in de laatste regering, voorgezeten door Gaston Eyskens in 1968. Samen met mijn vader realiseerde hij in 1970 de eerste grondwetsherziening, die België op het spoor plaatste van een onomkeerbare federalisering. Uit die tijd dateert de geniale inval om enerzijds culturele autonomie, wat de hoofdzakelijke eis was van de Vlamingen, te combineren met regionaal-economische autonomie anderzijds, wat de uitgesproken wens was van de Waalse leiders.

Hieruit ontstonden veel later onze drie gewesten en onze gemeenschappen, die het Belgisch federalisme hebben verheven tot een vrij uniek experiment, dat vandaag wordt bestudeerd als mogelijke institutionele oplossing voor het verscheurde Oekraïne. Tijdens die periode had ik de gelegenheid, als jong docent aan de universiteit, Leo Tindemans te ontmoeten op allerlei vergaderingen en studiegroepen georganiseerd door de toenmalige CVP in de Tweekerkenstraat. Veel van mijn generatiegenoten keken op naar Tindemans en beschouwden hem als een soort mentor. De regering van Gaston Eyskens struikelde in 1973 over het Voeren-dossier, waarna Edmond Leburton de fakkel van het eerste ministerschap overnam. Tindemans werd vice-eerste minister, bevoegd voor onder meer het begrotingsbeleid, een functie die hem voorbereidde op het zware economische en financiële stormweer, dat hij zelf als eerste minister zou moeten trotseren vanaf 1974.

De oliecrisis

In 1973 brak immers de eerste oliecrisis uit, als gevolg van de olieboycot, door de Arabische olieproducerende landen opgelegd aan de westerse mogendheden, die Israël hadden gesteund tijdens de Jom Kipoeroorlog. Toen steeg de olieprijs met 70% en verminderde de olieproductie elke maand met 5%, zodat de prijs per vat explosief de hoogte inging. De oliecrisis met haar stijgende olieprijzen leidde tot een aanbodschok, die wereldwijd grote invloed op de economie had, omdat zoveel economische sectoren van olie afhankelijk waren. De crisis leidde tot stagflatie - een combinatie van stagnatie en inflatie, een ware nachtmerrie voor economen en politici.

De werkloosheid in België rees uit de pan en de regering Tindemans en nadien de regeringen Martens en mijn eigen regering zouden nog lang te maken krijgen met de door de gevolgen van de oliecrisis aangezwengelde economische crisis. Tindemans nam een aantal maatregelen die enige gelijkenis vertoonden met wat vandaag de regering van Charles Michel doet. En hij kreeg ook af te rekenen met een verregaand vakbondsprotest, dat tot uiting kwam in de zogenaamde vrijdagstakingen. Tindemans verklaarde toen in het parlement: ‘wat we nu beleven is geen seizoensverandering maar een verandering van het klimaat’. En dat was juist gezien.

Lid van de regering Tindemans

Het is in die sfeer dat Leo Tindemans mij in oktober 1976 opbelde om mij te vragen tot de regering toe te treden in het raam van een regeringsherschikking. Ik zei hem dat ik hierover, als jong professor economie aan de universiteit te Leuven, toch wel overleg moest plegen met de rector van de universiteit, Piet De Somer, en ook met mijn echtgenote. Maar Tindemans antwoordde dat hij niet veel tijd had en dat hij van mij onmiddellijk een duidelijk ja of neen verwachtte. Enigszins troostend voegde hij eraan toe dat zijn regering erg wankel was geworden en dat zij wellicht nog ten hoogste zes maanden zou uitzingen. Maar hij onderstreepte het boeiende karakter van de uitdaging die hij me voorstelde.

Ik zei dan maar volmondig ‘ja’, niet beseffend dat dat jawoord mij gedurende 16 jaren lang zou vast ankeren aan 13 opeenvolgende regeringen. In de regering Tindemans II was ik bevoegd voor de begroting en kreeg ik grote invloed. Bij de opmaak van de begroting hadden talrijke ministeriële vergaderingen plaats, waarop ik steeds aanwezig diende te zijn. Inmiddels was mijn vrouw zwanger van ons vijfde kindje. Op een dag, tijdens een moeilijk begrotingsberaad in de Wetstraat 16, kreeg ik een alarmerend telefoontje van mijn vrouw die mij zei dat zij barensweeën voelde en dat de geboorte in aantocht was. Zij verzocht mij dringend naar huis te komen. Ik ging deze mare in het oor fluisteren van eerste minister Tindemans, die de vergadering voorzat. Maar hij antwoordde mij met grote flegme: ‘zwangere vrouwen overdrijven wel eens. We moeten eerst onze begrotingsbespreking afronden. Nadien kan je onmiddellijk vertrekken’. Maar dit ‘nadien’ bleek te laat te zijn. Toen ik te Leuven in de universitaire kraamkliniek toekwam, was de baby reeds geboren en, wat mij betreft, in absentia. Het heeft mij enig schuldcomplexen gekost en bovendien een aardig cadeau aan mijn echtgenote.

De man van 1 miljoen stemmen

In 1978 kelderde eerste minister Leo Tindemans de uitvoering van het communautaire Egmontpakt door in de openbare zitting van de Kamer het ontslag van zijn regering aan te kondigen. De Raad van State had heel wat grondwettelijke bezwaren geopperd tegen de tekst van het Egmontpakt en Tindemans vond – wat zijn plicht was – dat de grondwet moest worden geëerbiedigd en dat het Egmontpakt moest worden geamendeerd op een aantal punten.

Tindemans was bovendien een vrij koele minnaar van de toenemende federalisering van België omdat hij vreesde dat dit vroeg of laat zou leiden tot het uit elkaar vallen van het land. Vooral de Waalse socialisten, onder leiding van André Cools, waren de mening toegedaan dat de Raad van State elke politieke zin miste, dat geen tijd mocht worden verloren en dat Tindemans meespeelde in een afleidingsmanoeuvre. Tindemans riep uit dat ‘de grondwet geen vodje papier was’. De hierop volgende regeringscrisis zou gepaard gaan met toenemend verzet van de Vlaamse nationalisten tegen het Egmontpakt, wat vooral in de schoot van de Volksunie leidde tot heel veel narigheid en verzet tegen de matigende rol, gespeeld door Hugo Schiltz.

Het gevolg was dat een deel van de Volksunie zich afscheurde en een nieuwe partij oprichtte, die de naam kreeg van Vlaams Blok. Na een overgangsregering, gevormd door Paul van den Boeynants, zou de jonge Wilfried Martens, voorzitter van de CVP, aantreden als eerste minister en pogen de communautaire brokstukken te lijmen.

Tindemans, die een tijd zelf partijvoorzitter was geworden, kon in 1979 bogen op een absoluut stemmenrecord bij de Europese verkiezingen, toen bleek dat hij één miljoen voorkeurstemmen in de wacht sleepte. Hij zei toen zelf dat dit historisch resultaat hem in de politiek veel vijanden zou bezorgen. Het was dan wellicht ook wijs van hem dat hij de politieke luwte opzocht en besloot om als minister van buitenlandse Zaken toe te treden tot de regering van Martens.

Ikzelf kreeg de mogelijkheid – waarnaar ik steeds had uitgekeken - om Leo Tindemans op te volgen op buitenlandse Zaken. Wat gebeurde net voor de val van de muur van Berlijn en de opeenvolgende kettingreactie van historische gebeurtenissen die zich nadien heeft voltrokken, om te leiden tot het einde van de koude Oorlog zonder militaire slag of stoot.

De Europeaan

Voor mij was Tindemans meer dan een collega en een vriend. Hij was voor een deel ook een mentor, naar wiens raadgevingen werd geluisterd. Tindemans was een intellectueel die geregeld boeken las en daardoor ook een scherpe historisch inzicht had verworven. Dit stelde hem instaat met gezag de gebeurtenissen die hij meemaakte, zowel binnenlands als buitenlands, in hun ware context te plaatsen en te beoordelen.

Op een haast natuurlijke wijze was hij een hartstochtelijk Europeaan. De eenmaking van Europa, wellicht de belangrijkste politieke gebeurtenis uit de Europese geschiedenis, was voor Tindemans niet in eerste instantie een kwestie van economische integratie en promotie van materiële welvaart. Het doel van de Europese unievorming was, na alle verschrikkingen van de beide wereldoorlogen en de bedreigingen van de koude Oorlog, op het Europese continent tussen de Europese natiën een hechte, structurele vrede uit te bouwen.

De Pax Europea was voor Tindemans veel meer dan een idealistische droom. De Europese vrede was een noodzaak. Dat deze droom in grote mate werkelijkheid is geworden, schreef Tindemans toe aan het idealisme van hoofdzakelijk christendemocratische Europese staatslieden, zoals Robert Schuman, Konrad Adenauer, Jean Monnet, Alcide De Gasperi. De uitspraak van de Israëlische eerste minister, Golda Meir: ‘wie niet gelooft in mirakels is geen realist’ beantwoordde ook aan Tindemans’ Europese visie.

De christendemocraat

Leo Tindemans was een diep overtuigd christendemocraat. De christendemocratische waarden van solidariteit, van welvaartsbevordering om meer welzijn tot stand brengen, van verdraagzaamheid en medemenselijkheid hebben zijn hele leven geïnspireerd. Hij kende ook de filosofische en ideologische vaders van de christendemocratische gedachte, zoals Emanuel Mounier, die hij grondig had bestudeerd.

Tindemans besefte ook dat het een buitenkans was te leven in een multiculturele samenleving, ook al is dit soms een uitdaging. Hij wist dat van in de tijd van Julius Caesar het Belgische territorium het grensgebied was geweest tussen de Latijnse cultuur en de Germaanse. Voor iemand als Tindemans was deze situatie een bron van culturele en intercommunautaire kruisbestuiving, waarvan doorheen de eeuwen en wellicht tot op vandaag te weinig de beschavingsdynamiek was uitgegaan.

Leo Tindemans was een groot voorstander van samenwerkingsfederalisme en hij zette zich tot aan het eind van zijn leven af tegen alle vormen van vechtfederalisme, een mentaliteit die voor hem indruiste tegen het wezen zelf van wat ‘federeren’ betekende. Het zijn meestal mensen met een ankervaste overtuiging, die het zich kunnen veroorloven verdraagzaam te zijn. De radicalen en de extremisten zijn vaak wankelmoedige en angstige mensen, die nood hebben aan kunstmatige protectie en beschutting tegen de andere en het andere.

Macht en/of gezag

Sinds Leo Tindemans de actieve politiek verliet, hebben zich op Belgisch en Europees vlak fundamentele mutaties voorgedaan, die het politieke bedrijf grondig hebben gewijzigd. De tsunami van moderne communicatietechnologieën – ICT – heeft de zogenaamde politieke markt uitermate concurrentieel gemaakt. Geruchten en berichten vloeien in elkaar; niets blijft vertrouwelijk; ideeën, voorstellen en initiatieven worden meteen wereldkundig en derhalve ook onmiddellijk onderworpen aan kritisch spervuur, eigen aan een pluralistische democratie. Dagelijkse opiniepeilingen bemoeilijken de besluitvorming van politici die zich moeten overeind houden in een representatief parlementair regime, waarvan de representativiteit endemisch in vraag wordt gesteld.

Tindemans werd politiek groot in een tijd waarin echt leiderschap mogelijk was en tot op zekere hoogte aan de verwachting van de samenleving beantwoordde. Maar het ging om een leiderschap, zeker zoals dit door Leo Tindemans werd beoefend, dat toeliet het onderscheid te maken tussen macht en gezag. De man van 1 miljoen stemmen is nooit een despoot geworden. Zijn gezag stoelde op het zichtbare feit dat hij een aantal waarden belichaamde, die hij ook met hart en ziel probeerde te behartigen en met ongeëvenaarde welsprekendheid wist te verkondigen. In een democratie is macht gevaarlijk maar gezag noodzakelijk. Gezag is een ethisch gegeven. Bij Tindemans stoelde zijn gezag vooral op zijn geloofwaardigheid, op de overtuiging bij een zeer ruim publiek dat ‘die man’, Tindemans, woord en daad in overeenstemming bracht en dat het daardoor ook met die man anders zou worden.

Vonken van eeuwigheid

Mensen die veel betekend hebben voor andere mensen sterven wel maar gaan niet dood. Zo ook Leo Tindemans. Wat hij gepresteerd heeft nationaal en internationaal behoort thans tot het verleden en is daardoor onomkeerbaar en onuitwisbaar geworden. Wij beseffen te weinig hoezeer het verleden van menselijke levens en van levende mensen vonken van eeuwigheid bevat, die blijvend zijn gegrift op de harde schijf van het ‘Zijn’ nadat het ‘Worden’ is beëindigd. Zo ook met het leven en streven van Leo Tindemans.

(Mark Eyskens is Minister van Staat en emeritus hoogleraar.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.

Meest gelezen