De moeizame terugkeer

Dit is het jaar van de terugkeer. Jammer, maar het is niet anders. Wie uitgestuurd wordt, kan worden teruggeroepen. De eerste dagen van het nieuwe jaar gingen al grotendeels op aan het regelen van de aftocht. En dat ging niet van een leien dakje.

Met de huur en de krantenabonnementen is het intussen gelukt. Ook als je geen nieuw jaarabonnement wil en dus niet langer betaalt, denken redacties blijkbaar dat je totterdood en wellicht ook daarna abonnee blijft. Dat vind ik raar. Als je op maandag een brood koopt bij de bakker, gaat de bakker er de week daarop ook niet van uit dat je een nieuw, ongewenst brood gaat betalen.

Dus moet je telefonisch opzeggen wat je eigenlijk nooit besteld hebt. Je moet er heelder dagen voor uittrekken: één keer stond ik zo lang in de wacht dat ik rustig mijn haar kon wassen met de muzak op speaker. Maar goed, ik denk alle bladen inmiddels van me afgeschud te hebben. Het grote probleem zijn de telecombedrijven.

Vlaamse tongval?

Intuïtief voorzag ik de problemen, dus ging ik er op een rustige ochtend fysiek op af. Van mens tot mens kun je het best afspraken maken en is de kans op misverstanden het kleinst. Dat dacht ik toch. Een halfuur later zat ik onverrichterzake thuis op de bank. Bij de mobiele telefoonmaatschappij kon ik werkelijk alles doen wat m’n hartje begeerde, behalve m’n abonnement opzeggen. Ook in de winkel van mijn kabelmaatschappij was het een drukte van jewelste: je kon er alles kopen en krijgen. Maar opzeggen? Ho maar.

Zuchtend nam ik ’s middags de telefoon ter hand. Ik kon beide contracten maandelijks opzeggen, dus we moesten maar even door de zure appel heen. Bij de kabelmaatschappij leek het goed te gaan. Eerst natuurlijk eindeloos menu’s beluisteren en doortoetsen, dan nog wat controle-gegevens inspreken, maar daarna leek het zowaar gepiept. “Verhuizing naar België? Ja, dat was een goede reden. Nog een fijne dag!”

Enkele dagen later kreeg ik de bevestiging op de deurmat. Ze zouden mijn telefoon, internet en tv met ingang van 8 februari afkoppelen. Twee maanden voor mijn vertrek. Dat zouden twee rustige maanden worden, ook nog in volle verkiezingscampagne. Ik wist niet hoe snel ik me weer door hun menu’s moest worstelen. Ondertussen spookte het door mijn hoofd: was het m’n Vlaamse tongval? Hadden alle Nederlanders mij de voorbije jaren systematisch verkeerd begrepen?

Martelgang

Een martelgang bleef de mobiele telefoonmaatschappij. Ook zij wilden gebeld worden over m’n opzegging. Eerst mezelf moed indrinken met een kopje koffie. Dan weer die martelgang langs menu’s en eindeloze muzak. He, eindelijk kon ik het doorgeven. Helaas. “Dat ging niet lukken.” Ik had blijkbaar een contract dat liep tot medio 2016. Pardon?!

Het bloed steeg naar m’n hoofd en mijn hart bonsde in m’n keel. Mijn ergste nachtmerrie werd bewaarheid: een procedure-slag met een ongrijpbare, machtige telefoonmaatschappij. Stukje bij beetje kon ik reconstrueren wat waar was misgegaan. Ik had mijn bundel om te besparen vorig jaar iets willen aanpassen qua volume, maar de slungelige winkeljongen had me toen kennelijk stiekem een geheel nieuw abonnement verpatst. Een nieuw contract met andere looptijd en andere voorwaarden dat ik overigens nooit in handen kreeg.

Ik bespaar u de conversatie die daarop volgde, maar ze bestond uit wanhopige, retorische vragen van mijn kant en afgelezen standaardantwoorden van de andere kant. Enkele woorden die herhaaldelijk vielen waren “gek”, “afkoopsom” en “dood”. Het zou een uitstekende theatervoorstelling zijn geweest, ik zag Halina Reijn al in de hoofdrol. Op een bepaald moment schoot ik gewoon hardop in de lach, het enige wat je kan doen bij zoveel absurditeit. Tegelijk had ik medelijden met alle andere gedupeerden van telefoonmaatschappijen, want ik ben niet de eerste en zeker niet de laatste.

Escalatiecommissie

Een week lang onderhield ik een innige relatie met de klachtendienst van de provider. We mailden en belden volop. Ik liet het abonnement blokkeren op de “voordeligste” wijze wat me nog altijd honderden euro’s zou kosten. Maar daar ging het me al lang niet meer om, het was een princiepskwestie geworden. Ik wou een confrontatie met de winkeljongen die me destijds “geholpen” had. Daar kon geen sprake van zijn. Ik wou een bewijs dat ze mij een nieuw contract hadden bezorgd. Dat konden ze ook niet voorleggen.

Er bleven nog 3 opties: een interne “escalatiecommissie”, de nationale geschillencommissie en de gang naar de rechter. Dat kon nog een leuke hobby worden voor wanneer ik met pensioen was. Maar ik wou dit mobiel abonnement nu eenmaal niet mee in m’n kist nemen. Zelfs daar zouden ze me nog sms'en dat mijn nieuwe factuur klaarstond. Ik hoopte al stiekem op een verschijning voor de “escalatiecommissie”, maar ook deze procedure moest telefonisch.

Ik werd teruggebeld door de commissie. Ik zag een bruinhouten rechtbank in gedachten, een rij zwart geklede rechters zaten voor me. Voor de zoveelste keer deed ik mijn verhaal: kalm en rationeel bij aanvang, wanhopig en radeloos op het einde. De mevrouw aan de andere kant van de lijn wilde even overleggen met haar collega’s. Ik kreeg muzak in afwachting van het oordeel.
Het verdict. Ze geloofden me, ik had hen overtuigd van de waarheid. Ik kon mijn abonnement gewoon kosteloos beëindigen. Uitgeput zakte ik neer. Nederland laat me niet zomaar gaan.