Onuitroeibaar is het geloof - Kristien Hemmerechts

Het was zondag in Maputo, de hoofdstad van Mozambique, waar heel wat straten naar illustere socialistische en communistische leiders zijn genoemd. Wij logeerden op de Avenida Mao Tsé Tung, die de Avenida Julius Nyerere kruist, die op haar beurt overgaat in de Avenida Friedrich Engels. En niet te vergeten: Avenida Kim Il Sung, Avenida Vladimir Lenin, Avenida Ho Chi Min, Avenida Karl Marx en Avenida Salvador Allende. Meer nog dan door de straatnaamborden werden we getroffen door de grote hoeveelheid uitpuilende kerken, telkens van een ander christelijk ‘merk’. De finesses van de verschillen ontsnapten ons, maar er viel niet naast de uitbundige menigte kerkgangers te kijken. De communistische leer was duidelijk in dovemansoren gevallen.

Een amusante gedachte

De gelovigen liepen er opvallend opgewekt bij en waren op hun zondags gekleed. De vrouwen droegen hoeden die veel weghadden van bloempotten. Het oogde heel feestelijk, en ik dacht: hé, hé, godsdienst kan mensen dus ook gelukkig maken. En het brengt hen samen. Het zorgt voor ‘lijm’. De gedachte werd niet overschaduwd door de gruwelijke aanslagen in Parijs. Die zouden pas twee weken later de wereld doen opschrikken.

Ik probeerde me te herinneren wat er met de kruisjes was gebeurd die ik in een ver verleden voor mijn eerste en plechtige communie had gekregen. Lagen die nog ergens in een lade? En hoe zou het voelen om opnieuw zo’n kruisje te dragen? Ik had iets discreets in gedachten, een ‘sidekick’ voor het hangertje dat ik nu meestal draag. Misschien zou ik me van de weeromstuit ook zo gelukkig gaan voelen. Het kruisje, hoe klein ook, zou voor de nodige verwarring bij vrienden en kennissen zorgen. Die gedachte amuseerde me wel.

Streven naar geluk

Wat is het toch dat geloof zo onuitroeibaar maakt? Hoe komt het dat je met straatnaamborden een stad eraan kunt herinneren dat godsdienst verfoeilijke opium is voor het volk, maar dat de bewoners koppig op zondag hun beste kleren blijven aantrekken om naar de kerk te gaan? Vanwaar die behoefte aan iets ‘hogers’, iets ‘meers’? Waarom kunnen zoveel mensen zich niet tevreden stellen met het hier en nu? Volstaat dat dan niet?

Op zoek naar een antwoord dacht ik aan het gedicht ‘Desiderata’, dat Max Erhman in 1927 schreef en dat nog altijd vaak wordt geciteerd. Mijn Britse schoonvader las het voor toen ik trouwde met zijn zoon, en die zoon las het voor toen onze dochter in het huwelijk trad. Er zwerven verschillende Nederlandse vertalingen rond op het internet, de ene al beter dan de andere. Deze is van Arend Landman en het slot klinkt zo: ‘Je bent een kind van de schepping, je hebt het recht er te zijn. En of je het begrijpt of niet, de schepping ontvouwt zich ongetwijfeld naar haar wet. Leef daarom in vrede met God, wat voor beeld je ook van Hem hebt. En wat ook je werk en streven mogen zijn, bewaar in de luidruchtige maalstroom van het leven de vrede met je ziel. Ondanks haar veinzerij, gezwoeg en teleurstellingen is de wereld toch mooi. Wees zorgzaam. Streef ernaar gelukkig te zijn.'

"Een deel van de keten ben jij"

Ziel’ is niet een woord dat ik gebruik. Het klinkt te beladen, en zeult te veel connotaties met zich mee van zieltjes winnen voor de Kerk, en van zonde die je ziel zwart doet kleuren. Ik heb het liever over ‘kern’, dan over ‘ziel’. Elke mens heeft een kern en die moet hij goed bewaken. En hij moet zich verbonden weten met andere kernen. Maar vooral moet hij zich een deel weten van een groter geheel, als noodzakelijk tegengif voor eenzaamheid, wanhoop en leegte. Jaren geleden zongen Elly en Rikkert dat zo: ‘Jij bent een deel van de keten, de keten bepaalt het getij, het getij is het zoeken en weten en een deel van de keten ben jij.’

Ik ben geen gelovig mens, maar ik geloof heilig in die verbondenheid als bron van kracht en rust. Daar ligt de sleutel om met jezelf en anderen in vrede te leven. Ik vermoed – en hoop – dat sommige gelovigen hun geloof in die betekenis beleven. Waarschijnlijk hebben ze het dan over verbondenheid met ‘God’. Maar een mens heeft er geen God of god voor nodig, en ook geen godsdienst of kruisje. Het zou mooi zijn als er een symbool voor bestond, iets wat je kunt dragen of altijd bij je hebben, maar nodig is het niet. Het besef leeft immers in je hart.
 

(Kristien Hemmerechts is auteur.)

lees ook