Als bijtende spot pestgedrag wordt - Stijn Latré

De recente gebeurtenissen in Parijs doen vele mensen geloven dat ze Charlie zijn. Miljoenen mensen komen op straat voor de verdediging van het absolute recht op vrije meningsuiting. Maar is dit recht wel zo absoluut?
opinie
Opinie
Aansturen van de 'opinie' teaser o.a. op de home pagina en 'opinie' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'opinie' overzichtspagina

In de pers worden de terreurdaden van Parijs voorgesteld als een aanslag op de fundamentele waarden van de Franse republiek, en bij uitbreiding van de westerse democratie: vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. De kritische kanttekening dat de cartoons van Charlie Hebdo vermoedelijk weinig tot gelijkheid en al zeker niets tot broederlijkheid hebben bijgedragen, wordt zelden gemaakt.

Het algemeen belang

Al is de manier waarop vatbaar voor kritiek: dat het recht op vrije meningsuiting gekoppeld wordt aan meer fundamentele waarden, is zonder meer terecht. Op zichzelf beschouwd is dat recht volstrekt oninteressant. Natuurlijk heb ik het recht om op café, tegen vrienden en familie, en zelfs in de krant en op televisie, om het even wat te zeggen, zolang het niet oproept tot haat en geweld.

Maar meningen zijn op het publieke forum pas interessant wanneer ze op een of andere manier raken aan het algemene belang. ‘Vrije meningsuiting’ is dus nooit een absoluut recht. Dit recht staat nooit zomaar op zich, maar altijd in dienst van meer fundamentele waarden, waartoe individuen of een gemeenschap zich verbinden. Het recht op vrije meningsuiting mag of moet dan zelfs gekoppeld worden aan meer fundamentele waarden als vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Hoe kan het recht op vrije meningsuiting deze fundamentele waarden dienen?

Pestgedrag op school

Nogmaals, de cartoons van Charlie Hebdo hebben dat voor mijn part niet gedaan. Ik ben niet tegen bijtende, cynische humor. Het is een vorm van humor die echter per definitie parasitair is. In al haar vormelijke spitsvondigheid creëert ze geen nieuwe of verrassende inzichten, maar leeft ze bij gratie van de karikaturale uitvergroting van wat zich aandient in de werkelijkheid. Lachen om te lachen: het moet zeker kunnen natuurlijk.

Maar als die lach perverteert tot spot die potentieel meer dan een miljard wereldburgers raakt, mag men zich toch minstens de vraag stellen waartoe het recht op vrije meningsuiting in het leven geroepen is. Uiteraard niet om letterlijk afgeschoten te worden, als dit het werkelijke doel van Kouachi en co geweest zou zijn. Maar ook niet om spotprenten te publiceren die op een weinig verfijnde manier een hele geloofsgemeenschap lijken te viseren.

Ik zoek koortsachtig naar het verschil tussen de spot van Charlie Hebdo en het pestgedrag van kinderen op de speelplaats, maar ik vind er geen. Nochtans is er brede consensus dat dat laatste niet toelaatbaar is. Hoe gaan de mensen die zeggen dat ze Charlie zijn, hun kinderen vertellen dat ze geen andere kinderen mogen beledigen op de speelplaats? Uiteraard hebben zowel pesten als beledigen een belangrijke subjectieve component: wat als pesten of beledigen ervaren wordt, hangt deels af van de ontvanger van de boodschap.

Toch houdt het recht op vrije meningsuiting een dimensie in die deze subjectiviteit overstijgt, zeker wanneer je in de uitoefening van dit recht potentieel meer dan een miljard mensen beledigt. Zoals in een aantal vrijheidsrechten gaat het ook hier in de eerste plaats om een vorm van wat filosoof Isaiah Berlin ‘negatieve vrijheid’ heeft genoemd: je bevrijden van ongewenste inmenging en dwang, van politieke, religieuze, economische of andere aard. De pen als wapen tegen ideologische verdrukking.

Deze negatieve vrijheidsopvatting is zeker noodzakelijk. Het risico bestaat echter dat ze leidt tot ‘ieder zijn waarheid’, en dat is voor het publieke debat nefast. Er is dan geen werkelijk inhoudelijk debat meer mogelijk over waartoe onze vrijheid dan wel dient.

Negatieve vrijheid (vrij zijn van externe belemmeringen) is de noodzakelijke voorwaarde om tot een debat te kunnen komen over positieve vrijheid: waartoe willen we ons als individu en als (politieke) gemeenschap verbinden? Ik mag hopen dat onze liberale samenleving in staat zal zijn het debat daarover mogelijk te maken, in plaats van te blijven steken in het claimen van rechten als dusdanig, zonder verdere discussie over waartoe die rechten kunnen dienen. Om het met een parafrase van de vroegere bisschop van Évreux, mgr. Gaillot, te stellen: indien de vrijheid (van meningsuiting) niet dient, dient zij tot niets.

(Stijn Latré is docent Levensbeschouwing aan Universiteit Antwerpen en coördinator bij het Interdisciplinair Kenniscentrum Kerk en Samenleving, kortweg IK-KS.)

VRT NWS wil op vrtnws.be een bijdrage leveren aan het maatschappelijk debat over actuele thema’s. Omdat we het belangrijk vinden om verschillende stemmen en meningen te horen publiceren we regelmatig opinieteksten. Elke auteur schrijft in eigen naam of in die van zijn vereniging. Zij zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de tekst. Wilt u graag zelf een opiniestuk publiceren, contacteer dan VRT NWS via moderator@vrt.be.