Boko Haram voert strijd op in verkiezingstijden

De islamitische terreurgroep Boko Haram voert de laatste dagen de strijd op in het noordoosten van Nigeria. Daarbij zijn mogelijk tot 2.000 doden gevallen. Intussen dreigt de hele regio te destabiliseren. Tsjaad heeft buurland Kameroen actieve steun aangeboden om de Nigeriaanse terreurgroep aan te pakken. In het zuidoosten van Niger hebben zo'n 45.000 Nigerianen hun toevlucht gezocht. In Nigeria zelf zijn er volgende maand verkiezingen.

Volgens gegevens van de mensenrechtenorganisatie Amnesty International heeft Boko Haram een waar bloedbad aangericht in het noordoosten van Nigeria. In de buurt van het stadje Baga hebben ze honderden mensen om het leven gebracht. Er is ook sprake van honderden mensen die in het Tsjaad-meer verdronken zijn. Een anonieme getuige had het tegenover Amnesty ook over een vrouw die is gedood tijdens de bevalling.

De islamitische terreurorganisatie houdt delen van de Nigeriaanse deelstaten Borno, Yobe en Adamawa bezet en controleert ook grensovergangen met de buurlanden Niger, Tsjaad en Kameroen. Eerder deze week hebben ze ook een basis van het Kameroense leger vlak bij de grens aangevallen. 

De Tsjadische regering heeft Kameroen steun aangeboden om Boko Haram te bestrijden. Gisteren was er topoverleg tussen de Tsjadische president Idriss Déby en de Kameroense minister van Defensie Edgard Alain Mebe Ngo'o. Kameroen klaagt dat de Nigeriaanse autoriteiten te weinig doen om Boko Haram aan te pakken, terwijl het uiterste noorden van het land helemaal gedestabiliseerd dreigt te raken door aanvallen van de terreurgroep.

Het Internationale Rode Kruis meldt intussen dat er in het zuidoosten van Niger een zorgwekkende humanitaire toestand heerst. In de streek verblijven nu zo'n 45.000 vluchtelingen uit Nigeria. In totaal zijn volgens de Verenigde Naties sinds 2013 al 115.000 Nigerianen naar Niger gevlucht. Volgens het Rode Kruis dreigt er hongersnood.

Machthebbers denken vooral aan kiessstrijd

In Nigeria zelf heeft president Goodluck Jonathan de campagne op gang getrokken voor de presidents- en parlementsverkiezingen van 14 februari. Ironisch genoeg had hij het tijdens zijn toespraak helemaal niet over de gebeurtenissen in het noordoosten van het land.

De Nigeriaanse autoriteiten houden vol dat er volgende maand ook in het noordoosten zal worden gestemd, maar het is nog maar de vraag of ze dat ook hard zullen kunnen maken in een regio waar naar schatting 1,6 miljoen burgers op de vlucht zijn geslagen en waar het leger zich in grote delen niet meer laat zien.

De kiesstrijd zelf belooft spannend te worden. Daarbij gaat het tussen huidig president Goodluck Jonathan (foto), een christen uit het zuiden, en Mohammed Buhari, moslim en voormalig militair dictator. Waarnemers verwachten dat er een tweede ronde nodig zal zijn voor er een winnaar uit de bus zal komen.

Jonathan, die in 2010 aan de macht kwam nadat Umaru Yar'Adua was overleden, krijgt nogal wat kritiek omdat hij de opstand van Boko Haram niet of onvoldoende heeft aangepakt. Ook zijn economische politiek is niet echt een succes te noemen: Nigeria is misschien wel uitgegroeid tot de grootste economie van Afrika, maar in de praktijk leeft meer dan de helft van de 178 miljoen Nigerianen nog altijd in bittere armoede. In het overwegend islamitische noorden van het land is de economische toestand overigens het slechtst.

Oud-generaal Mohammed Buhari (foto) wil naar eigen zeggen een "oorlog tegen het gebrek aan discipline voeren". Hij wordt beschouwd als een soort witte ridder tegen de corruptie, maar heeft evenmin een duidelijk economisch programma. Buhari stond aan het hoofd van een militaire junta van 1983 tot 1985.

Jonathan en Buhari voeren vooral een politieke campagne, waarin de uitzichtloze oorlog met Boko Haram geen rol van betekenis speelt.

Meest gelezen