Kroniek van een aangekondigde euthanasie

Laat me eerlijk zijn: net als nagenoeg iedereen was ook ik voorbereid op de dood van Frank Van den Bleeken. Ik volg de man en zijn omgeving nu al zo’n drie jaar intensief, maakte er in oktober 2013 een "Panorama"-programma over en alles wees erop dat we eind januari 2015 een vervolgverhaal voor "Panorama" klaar zouden hebben over Frank. Dat was de afspraak met iedereen die al die tijd had meegewerkt: het programma zou pas mogen uitgezonden worden als de euthanasie was uitgevoerd.

We hebben onze programmatie moeten wijzigen en dat is op zich een erg goede zaak. Want Frank leeft nog en dat stemt iedereen tot blijdschap. Bovendien wordt er door de minister van Justitie een structurele oplossing naar voor geschoven voor de problematiek van internering, ook dat is erg goed nieuws.

Maar dat belet niet dat er vragen kunnen gesteld worden bij de op zijn minst merkwaardig te noemen chronologie van de jongste twee weken. Zowel de politieke als de medische wereld heeft iets uit te leggen. Want als euthanasie bij een geïnterneerde een ernstige kwestie is, is de afwending ervan dat natuurlijk ook. Vreemd, op minder dan zes dagen voor de euthanasie voltrokken zou worden, kreeg de patiënt plots te horen dat het allemaal niet doorging. Wat heeft daar allemaal precies gespeeld? Een poging tot reconstructie.

Eind december 2013 laat dokter Wim Distelmans aan Frank, zijn patiënt, weten dat hij niet bereid is om de euthanasie uit te voeren. Hij geeft daarvoor ook een aantal redenen waarvan de belangrijkste is dat er een alternatief is voor Frank in Nederland dat alleen om politieke redenen afgeblokt wordt. ‘Ik weiger mensen te euthanaseren omwille van een falend politiek systeem,’ zo zegt hij, waarmee hij meteen ook wijst op de schande van de internering in België. Frank respecteert dat standpunt ten volle en neemt dr. Wim Distelmans verder ook niets kwalijk. Maar de consequentie van Distelmans’ beslissing was natuurlijk wel dat Frank in de gevangenis bleef zitten met zijn probleem.

Nieuwe dokter

Frank bleef ook bij zijn besluit om via euthanasie een einde te maken aan zijn ondraaglijk psychisch lijden. Daarvoor was hij, na het ultieme antwoord van dr. Distelmans, begin 2014 op zoek gegaan naar een nieuwe dokter, die hij ook vrij snel vond. Die nieuwe dokter, die ons gevraagd heeft zijn naam niet te noemen, heeft verschillende gesprekken met zijn patiënt. In die gesprekken komt de piste Nederland opnieuw ter sprake maar de conclusie is dat dat alternatief in de praktijk niet haalbaar blijkt te zijn en dus, zo zegt de nieuwe arts, is het geen reëel alternatief.

Hij komt op een bepaald moment tot het besluit dat de vraag van Frank legitiem is en conform de wet: hij zal de euthanasie dan ook uitvoeren. Die beslissing wordt door de arts aan Frank al meegedeeld na de zomer van 2014. Het was geen beslissing om blij van te worden maar het was op zijn minst wel een eindpunt in een al veel te lang aanslepend probleem. Nu de principiële beslissing genomen was, kon begonnen worden met het concretiseren ervan.

De betrokken dokter ging op zoek in Vlaanderen naar een ziekenhuis maar tevergeefs. Geen enkel ziekenhuis in Vlaanderen was bereid Frank als patiënt op te nemen. Het is duidelijk dat de maatschappelijke druk heeft meegespeeld. Die druk, inherent aan het omstreden karakter van deze zaak, werd ook nog eens verhoogd door publieke uitspraken van dr. Wim Distelmans over zijn ex-patiënt nadat het Brusselse hof van beroep in september 2014 Frank de mogelijkheid had gegeven om de gevangenis voor 48 uur te verlaten. De rechterlijke uitspraak veroorzaakte een nieuwe opstoot in de nationale en internationale mediastorm met niet altijd artikels die overlopen van nuance. De mediaheisa doet een aantal ziekenhuisdeuren die op een kier stonden, definitief dichtgaan, zo laat de arts weten.

Omdat alle ziekenhuisdeuren gesloten bleven voor Frank restte er eigenlijk nog slechts één oplossing: het penitentiair ziekenhuis van Brugge. Op die oplossing werd intensief gewerkt en finaal was iedereen akkoord. Dat ging niet zonder slag of stoot want eigenlijk wilde niemand dit: noch de minister, noch de patiënt (en eigenlijk ook niet het Directoraat-Generaal EPI –de gevangenisadministratie- maar merkwaardig genoeg wordt de administratie niet echt actief betrokken bij dit dossier). Frank wou niet in de gevangenis sterven en de minister wou absoluut vermijden dat een geïnterneerde intra muros zou geëuthanaseerd worden.

Maar alle weerstanden werden overwonnen, iedereen scheen het individuele probleem van Frank te begrijpen en iedereen wou ook een oplossing voor Frank, het had allemaal al veel te lang geduurd. Minister van Justitie Geens was evident geen voorstander van de maatregel maar had anderzijds wel enorm veel begrip voor Frank en zijn familie en was om die reden ook bereid het werk van de betrokken arts, zo omschreef hij het zelf, te faciliteren. Hij luisterde aandachtig naar het verhaal van Frank en trok zich het dossier persoonlijk aan. Als de betrokken arts met zijn patiënt nergens in een particulier ziekenhuis terecht kon, kon dat à la limite wel in de ziekenboeg van Brugge, zo luidde de boodschap. Want, dat was de gedachtegang, je kan een lijdend mens ook niet eindeloos laten lijden. Het engagement was niet vrijblijvend en er werden concrete afspraken gemaakt.

Op 11 december 2014 kreeg de familie van het kabinet van minister Geens te horen dat Frank in de gevangenis van Brugge zou kunnen krijgen wat hij inmiddels al vier jaar lang vroeg: euthanasie. Een week later, op 19 december 2014, werden de afspraken nog verder geconcretiseerd: Frank zou op 9 januari 2015 getransfereerd worden van de gevangenis van Turnhout naar de gevangenis van Brugge om daar twee dagen later, op zondag 11 januari 2015, euthanasie te krijgen.

Alles zou nog in detail besproken worden op een vergadering op maandagnamiddag 5 januari in de gevangenis van Turnhout. Daar zouden alle betrokken partijen rond de tafel gaan zitten: kabinetsmedewerkers, gevangenisadministratie, psychiater en behandelend geneesheer, mensen van de ziekenboeg van Brugge, advocaat en familie van Frank, niet Frank zelf. Die datum was eigenlijk erg laat, zo werd nog geopperd, drie weken na de principiële beslissing en amper een week voor de uitvoering daarvan, maar gegeven de eindejaarsperiode kon het moeilijk anders. Hoewel, post factum beschouwd, een aantal mensen al die tijd toch niet bepaald stilgezeten hebben.

Afscheid nemen

Iedereen begon op zijn manier aan die laatste weken. Alles werd praktisch geregeld (tot en met de begrafenis) en niet in het minst kon Frank en zijn familie beginnen met afscheid nemen. Vast staat ook dat een psychiater in de tweede helft van december op het kabinet van de minister van Justitie nog een gesprek gehad heeft over Frank.

Op 30 december 2014 heeft Frank zelf nog een laatste gesprek met zijn behandelend geneesheer in de gevangenis van Turnhout. In dat gesprek komen geen elementen aan bod die ook al niet eerder aan bod waren gekomen. Toch, zo blijkt, begint de geneesheer te twijfelen. Hij uit die twijfels niet t.a.v. zijn patiënt. Iedereen blijft dan ook in de veronderstelling dat alles zou doorgaan zoals gepland. Hoewel iedereen?

Achter de schermen

Vier dagen later, op zaterdag 3 januari 2015, een week voor de euthanasie zou worden uitgevoerd, wordt het Forensisch Psychiatrisch Centrum van Gent gecontacteerd door het kabinet van de minister van Justitie. Er wordt gepolst naar de mogelijkheid om Frank Van den Bleeken daar te laten opnemen. Dat is niet evident want het FPC is niet bedoeld voor longstay-patiënten als Frank, het is nauwelijks twee maanden open, de capaciteit is nog beperkt en de selectie van de beperkte groep geïnterneerden die naar daar mogen gaan, gebeurt volgens een verdeelsleutel onder de CBM‘s (Commissie ter Bescherming van de Maatschappij, een rechterlijk orgaan bevoegd voor geïnterneerden) én volgens bepaalde criteria (en iemand als Frank voldoet manifest niet aan die criteria).

Maar de hamvraag is natuurlijk deze: waarom zou het kabinet van de minister van Justitie op 3 januari plots op zoek gaan naar de transfermogelijkheden van Frank die, zo was de planning, op 11 januari euthanasie zou krijgen? Die planning was nota bene daags voordien nog bevestigd door de woordvoerster van de minister aan de krant De Morgen. De minister wuift dat achteraf weg als un faux pas van zijn medewerkster maar de informatie was wel correct.

Wat is het antwoord op de hamvraag? Theoretisch zijn er twee mogelijkheden: ofwel is het kabinet op de hoogte gebracht door de arts van zijn twijfels (eventueel via de psychiater), en springt het kabinet hem bij met het zoeken naar oplossingen. Maar dan is vooral de vraag waarom de arts communiceert met het kabinet en niet met zijn patiënt. Ofwel is het niet op de hoogte gebracht door de arts en neemt het kabinet een eigen initiatief in de afhandeling van een medische kwestie die in wezen een zaak is tussen arts en patiënt.

Diezelfde zondag 4 januari 2015 krijgt de advocaat van Frank ’s avonds telefoon van de behandelend psychiater met de melding dat zijn collega, de behandelend geneesheer, hem straks nog zou bellen, niet meer of minder dan dat. De advocaat moet wachten tot omstreeks 22.30 u. tot de behandelend geneesheer hem belt. De behandelend geneesheer deelt hem mee dat hij te elfder ure afziet van de euthanasie en vraagt hem Frank daarvan op de hoogte te brengen en ook de minister van Justitie. Daarmee degradeert hij de advocaat tot boodschappenjongen maar doet hij vooral niet wat van een arts verwacht mag worden: een open en transparante communicatie met zijn patiënt, nochtans een elementair patiëntenrecht en ook in de euthanasiewet staat uitdrukkelijk dat een arts de plicht heeft de patiënt tijdig te informeren over zijn besluit. De minister wist dus minstens op zondagavond al van de beslissing van de arts, al doet het initiatief van zaterdag vermoeden dat hij zelfs al vroeger op de hoogte was. Maar hoe dan ook wist de minister van Justitie het voor Frank. Die zou nog even moeten wachten.

Op maandag 5 januari ’s ochtends is Kari, de zus van Frank, op weg naar de gevangenis van Turnhout. Ze wil hem om 13 u. nog bezoeken om de geplande vergadering van 17 u. nog samen voor te bereiden. Omstreeks 9 u. krijgt ze een telefoon van het kabinet met de vraag om die vergadering te vervroegen naar 15 u. Uitleg krijgt ze niet al vindt ze het wel vreemd dat een kabinetsmedewerker haar die vraag stelt. Ze heeft nauwelijks de telefoon beëindigd of ze krijgt telefoon van de advocaat die haar meedeelt wat hij zondagavond laat te horen kreeg van de arts. Kari voelt de grond onder haar voeten wegtrekken maar blijft wel overeind, zoals ze overigens al vier jaar doet. Ze is de verbindingsfiguur tussen Frank en de buitenwereld, via haar lopen alle contacten, en tegelijk moet ze als zus afscheid nemen van haar broer.

Die combinatie van emotionele betrokkenheid en coördinator van alles, is niet evident. Precies haar vertrouwensrelatie met haar broer maakt dat ze niet kan zwijgen, niet wil zwijgen. Wanneer ze om 13 u. haar broer in de gevangenis ziet, zegt ze wat ze net te horen kreeg. Frank moet van zijn zus vernemen dat zij van de advocaat vernomen heeft dat die van de behandelend geneesheer te horen kreeg dat hij afziet van zijn voornemen om de euthanasie uit te voeren. Ook Frank weet niet waar hij het heeft. Nadat het bezoek is afgelopen moet hij terug naar zijn cel. Alleen, tussen vier muren, verwerkt hij goedschiks kwaadschiks wat hij net te horen kreeg. De man die zich compleet verzoend had met zijn dood kreeg via via via te horen dat het allemaal niet zou doorgaan.

De geplande vergadering van 15 u. gaat ook niet door want ze is eigenlijk zonder voorwerp, de euthanasie gaat niet door, al zijn er wel twee kabinetsmedewerkers aanwezig in de gevangenis van Turnhout. Pas in de vooravond, na enig aandringen, komt de behandelend geneesheer vergezeld van een psychiater naar de gevangenis om Frank op de hoogte te brengen van zijn beslissing. Zij doen dat in het bijzijn van de advocaat en Kari, de zus die niet wil wijken van haar broer.

De minister van Justitie blijft erg betrokken bij de ontwikkeling van de zaak en tracht een antwoord te formuleren op de situatie, een antwoord voor Frank maar ongetwijfeld ook een antwoord op zijn eigen politieke positionering in deze heikele zaak die nationaal en internationaal veel aandacht trekt. Verschillende bronnen binnen het gevangeniswezen bevestigen ons dat hij dinsdag 6 januari ’s voormiddags zelf naar de gevangenis van Turnhout gaat om daar met Frank te spreken. Hij geeft aan Frank drie boodschappen: diezelfde week nog zal Frank getransfereerd worden naar het FPC in Gent, op korte termijn wordt er gezocht naar een transfer richting Nederland en op langere termijn moet er een structurele oplossing komen voor de longstay-geïnterneerden in België.

De minister van Justitie stuurt kort voor het middaguur een persbericht de wereld in. Hij heeft een afspraak om als gast in het VRT-middagjournaal aanwezig te zijn maar door tien minuten eerder zelf naar buiten te komen, houdt hij de controle over de communicatie. In die communicatie staat dat hij "akte neemt van de beslissing van de dokters die de heer Frank Van den Bleeken behandelen, om niet verder te gaan met de euthanasie-procedure". Wanneer hij daarvan precies akte heeft genomen, staat er niet bij. Een zin verder luidt het dat de arts hierover verder niets kan zeggen want "de persoonsgebonden motivering van deze beslissing maakt deel uit van het medisch beroepsgeheim". Nog een manier om de communicatie onder controle te houden. Maar relevanter is deze kwestie: als de minister meent wat hij zegt, is het natuurlijk de vraag wat hij als minister dan wel met de arts kan bespreken zonder dat het onder het medische beroepsgeheim valt? Hoeft het gezegd: euthanasie is in wezen een medische aangelegenheid die besproken wordt tussen arts en patiënt.

Mensen die het dossier volgen, fronsen de wenkbrauwen. Een transfer van een geïnterneerde is eigenlijk een bevoegdheid van de CBM al kan de minister in uitzonderlijke omstandigheden, om veiligheidsredenen, dat ook zelf bevelen. Later zal minister Geens zich dan ook in "Terzake" laten ontvallen dat Frank die eerder al verschillende keren het voorstel kreeg naar Gent te gaan maar dat telkens weigerde, wat dat betreft niets te willen heeft.

Nederland?

Maar waarom zou Frank later ook nog ’s naar Nederland kunnen terwijl de Antwerpse commissie ter bescherming van de maatschappij dat weigerde, daarin bevestigt door een uitspraak in beroep door de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij. De rechterlijke macht kon bezwaarlijk opzij gezet worden door de uitvoerende macht, als eminent jurist wist Geens dat natuurlijk als geen ander. Rest nog de politieke mogelijkheid om, naar het voorbeeld van het verdrag over de Belgische gevangenis in Tilburg, een verdrag te maken voor Frank individueel (wat in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel) of voor een beperkte groep van longstay-geïnterneerden (wat kan voor 600 gedetineerden kan misschien ook voor 20 geïnterneerden). Dat zo’n verdrag door de parlementen in beide landen moet ondertekend worden en dus wel wat tijd en politieke overreding vraagt, wordt er niet bij gezegd. Integendeel, minister Geens maakt zich sterk dat hij op korte termijn een oplossing in Nederland in het vooruitzicht heeft.

In het middagjournaal van de VRT geeft minister Geens meer uitleg en laat hij zich ontvallen dat de Nederlandse staatssecretaris Teeven bereid is de transfer van Frank naar Nederland met de nodige welwillendheid te zullen onderzoeken. De wenkbrauwen worden nog hoger gefronst, want diezelfde Teeven had anderhalf jaar eerder aan de voorganger van minister Geens, Annemie Turtelboom, precies het omgekeerde laten weten: een transfer van Frank naar Nederland was onbespreekbaar om politieke redenen en om formeel juridische redenen. En vandaar ook dat minister van Justitie Turtelboom niet eens de moeite nam de vraag officieel te formuleren. Ze had duidelijk te verstaan gekregen dat het een "mission impossible" was.

Wat zou Geens in dit dossier dan wel kunnen wat Turtelboom niet kon? Een mogelijke verklaring zou kunnen liggen in een informele toezegging van Geens aan Teeven dat ons land ook in 2016 de gevangenis van Tilburg zal blijven huren, een boodschap die gegeven de op til staande sluitingen in Nederland van een aantal gevangenissen kan beschouwd worden als goed economisch nieuws. Gevangenissen zijn ook werkgelegenheid. Dat zou dan wel in tegenspraak zijn met wat er afgesproken werd bij de regeringsvorming in België. Uit welingelichte bron weten we dat de regeringsonderhandelaars overeen kwamen dat de gevangenis in Tilburg in 2016 niet langer zal gehuurd worden, tussen haakjes een besparing van jaarlijks ruim 30 miljoen euro, in deze barre economische tijden mooi meegenomen.

Een gegeven dat deze hypothese ondersteunt is de melding die via de interne communicatie aan het voltallige personeel van de gevangenis van Tilburg verspreid werd op 22 december 2014. De Nederlandse directie laat weten bijzonder verheugd te zijn dat, let op de nuance, "het zo goed als zeker is" dat het huurcontract in 2016 verlengd wordt en de instelling dus open blijft. In principe, zo staat het gestipuleerd in het verdrag, moet België aan Nederland ten laatste voor juli 2015 laten weten of ze in 2016 blijven of niet maar blijkbaar zijn er dus al eerder signalen gegeven.

FPC Gent

Het is maar een hypothese en de vraag is of dit allemaal nog wel relevant is. Want er volgt al snel een nieuwe ontwikkeling. Binnen het FPC Gent, dat eigenlijk geëxploiteerd wordt door Nederlanders (een consortium bestaande uit Parnassia Groep, de Kijvelanden en Sodexo België), wordt er luidop nagedacht: waarom moet Frank op termijn eigenlijk naar Nederland? Alle Nederlandse know-how is immers in Gent aanwezig. En die structurele oplossing voor longstay-geïnterneerden, waarom zou ook dat niet in het FPC van Gent kunnen?

De gedachten worden verder razendsnel ontwikkeld en op donderdag 8 januari laat het FPC van Gent in een brief aan de minister van Justitie weten dat ze niet alleen bereid zijn Frank tijdelijk op te nemen maar vooral ook graag bereid zijn zo’n 16 longstay-geïnterneerden continu op te nemen. Ze maken zich sterk dat ze binnen de drie maanden operationeel kunnen zijn. Daarvoor moet er weliswaar gesleuteld worden aan het contract (waarin expliciet staat dat FPC Gent niet bedoeld is voor longstay), maar dat is een detail dat met wat politieke wil kan opgelost worden.

Dat het FPC Gent de kwestie Frank meteen ook in economische termen vertaalt en de zaak definieert als ‘een opportuniteit’, is niet verwonderlijk voor een privé initiatief. Het consortium wordt bevolkt door ondernemers die als geen ander de hulpverleningsmarkt van vraag en aanbod kennen. Precies ook vanwege dat ondernemerschap slaagden ze erin om het contract voor het FCP Gent binnen te halen. Hoe dan ook blijft de maximumcapaciteit van FCP Gent beperkt tot 264 patiënten zodat de plaatsen voor 16 longstay-geïnterneerden ten koste zullen gaan van andere geïnterneerden. Daar staat tegenover dat de kostprijs van een longstayer goedkoper is (want minder arbeidsintensief) dan de kostprijs van een geïnterneerde ter observatie.

Het kabinet zal dit voorstel nu verder onderzoeken, dat zal deze week al gebeuren, en de kans is reëel dat die piste verder concreet gestalte krijgt. Ook in de geplande instelling in Antwerpen zou meteen een plaats gecreëerd worden voor longstayers. Als dat allemaal effectief uitgevoerd wordt, is het de verdienste van Frank dat hij gedaan heeft gekregen wat hij al 30 jaar uitschreeuwt: doe iets met geïnterneerden! We kunnen alleen maar hopen dat hij er zelf ook beter van wordt. Dat heeft hij wel verdiend na vier jaar strijd, niet niets voor iemand die ontoerekeningsvatbaar werd verklaard. Iemand zei het recent zo: "Zijn dood zou zin gehad hebben, zijn leven heeft dat zeker ook." Het zijn juiste woorden maar de plaats van Frank in dit alles roept vragen op. Alles speelde zich af boven zijn hoofd. En Frank zal wellicht niet naar Nederland gaan. Naar alle waarschijnlijkheid zal het bij de "Nederlanders in Gent" blijven.

Dirk Leestmans
(De auteur is journalist bij de VRT Nieuwsdienst (Panorama))