Notarissen moeten 2,7 miljoen in noodfonds storten

De zogenoemde notariële zekerheid, een solidariteitsfonds voor mensen die het slachtoffer zijn van sjoemelende notarissen, moet tegen eind maart gespijsd worden. Gemiddeld zal elke notaris zowat 1.700 euro moeten betalen. Zij moeten dus bijdragen omdat collega's zich misdragen: "We zijn solidair met de klanten", zegt André Michielsens, de voorzitter van het fonds en zelf notaris.

Het fonds werd al in 1953 vrijwillig in het leven geroepen, en heeft te maken met beroepsfierheid, legt Michielsens uit: "We willen niet dat onze goede faam in het gedrang komt door een sjoemelende collega, en zijn solidair met onze klanten. Het kan niet dat zij de dupe zijn."

Dat fonds bevat momenteel nog wel wat reserves, maar voor de leefbaarheid op lange termijn moet er nu geld worden bijgestort. Het gaat om 2,7 miljoen euro. "We willen op zeker spelen. De bijdragen worden gespreid per arrondissement. Het is de eerste keer deze eeuw dat we moeten ingrijpen", vertelt Michielsens.

Drie grote fraudezaken

Het fonds was er een tiental jaar geleden beter aan toe, maar heeft rake klappen gekregen door drie recente grote fraudezaken, weet Het Belang van Limburg. De drie sloegen samen een gat van naar schatting 12 miljoen. Twee van de drie sjoemelende notarissen waren Limburgers. Een van hen, Raoul Vreven, zou een gat van 8,5 miljoen euro geslagen hebben. Ruim 50 cliënten hadden tegen hem een klacht ingediend. Vreven werd in 2013 tot 4 jaar cel veroordeeld wegens verduistering van gelden.

"We moeten een vijftal keer per jaar tussenkomen"

Michielssens benadrukt dat het fonds niet gebruikt wordt om fouten van notarissen te vergoeden - "daarvoor zijn we verzekerd" - maar om de putten te vullen gemaakt door collega's die te kwader trouw zijn en moedwillig met geld gaan lopen. "Het kan bijvoorbeeld gaan om geld uit een nalatenschap dat wordt verduisterd en gebruikt en privébeleggingen. De sjoemelende notaris blijkt achteraf meestal insolvabel, zodat wij met de gebroken potten blijven zitten."

Volgens Michielssens moest het fonds de voorbije 10 jaar 5 keer tussenbeide komen. "Het gaat daarbij zowel om grote als om kleine zaken."