Een knuffel van Bart - Van Dievel Consulting

‘Hallo ja? Momentje, meneer Tobback. Hallo? Even geduld alstublieft, mevrouw Almaci. Met VDC, een half minuutje respijt, meneer De Croo. Dring dring. Kunt u even wachten, ik kom zo dadelijk de poort openmaken, meneer Crombez . Ja ik zie ook dat het regent. Nee, dat was niet tegen u, meneer Tobback. Wat zegt u? Dat u al een half uur aan de lijn hangt? En ik dan. Hallo met wie? Ha! Dag meneer Geens. Nee, ik kan u niet doorverbinden met de baas, ik ben zelf de baas, mevrouw Almaci. Tuut tuut tuut… Onbeleefderik! Nee, dat was niet tegen u. Wie bent u ook alweer? Nee, ik speel niet met uw voeten, mevrouw Rutten.’

Alleen op de wereld

‘Van Dievel!’ riep een bekende (want korzelige en ongeduldige) stem mij toe vanuit de bibliotheek van onze villa, alwaar naar goede gewoonte een knapperend haardvuur brandde, ‘gij denkt zeker dat ik niks anders te doen heb dan op u te wachten?’

Ik stond er - met bezweet aanschijn en klamme handen - helemaal alleen voor aan de onthaaldesk van VDC, marktleider in de wondere wereld der gebakken lucht. Telefoons rinkelden, parlofoons piepten, stemmen riepen door elkaar. Waar zijn uw twee vertrouwelingen? zult u zich als lezer afvragen, waar zijn Dinska Bronska en Brabançonne? Tja. Onze trainee Dinska Bronska verblijft te Madrid, waar zij de oude koning Jan Karel de Overspelige lastigvalt met een vaderschapsclaim. Mijn junior partner Brabançonne voert over de taalgrens de hetze aan tegen de toekenning van Le Soulier d’Or aan de Vlaamse knaap Dennis Praet. Zelf was hij als linkse winger van SV Heibos door de Vlaams-nationale voetbalanalysten schandalig over het hoofd gezien bij de puntentoekenning, net als Silvio Proto en Paul José Mpoku overigens.

Ten einde raad – en omdat mijn cliënt opnieuw en luidkeels en mopperend aandrong op mijn nabije aanwezigheid – trok ik de hoofdzekering uit de schakelkast en begaf mij met kaars en bril naar het mooiste vertrek van onze modeste villa.

Altijd een stap voor

‘Het fameuze afschakelplan,’ verzon ik ter plekke terwijl ik mij tegenover Bart De Wever in een authentieke Chesterfield installeerde, ‘allemaal de schuld van de kortzichtige regering Di Rupo.’
‘Ik ben niet bang van een beetje donker,’ zei de N-VA-voorzitter met een bibberstemmetje.

‘Laten wij ter zake komen, heer De Wever. Het gaat dus over de toekomst, de toekomst van het land en van uw partij, en hoe we die sloganmatig kunnen verwoorden. VDC heeft voor u “De kracht van de verandering” bedacht en vervolgens “De motor van de vooruitgang”, een slogan die overigens zeer goed aanslaat bij die N-VA-kiezers die met een bedrijfswagen legaal aan belastingontwijking doen. En wat nu?’
Achter de rug van mijn gast drukte John Crombez - die erin geslaagd was over de distelhaag te klimmen - zijn natte neus tegen het driedubbele glas van het bibliotheekraam. Ik kwam overeind, gooide een blok op het vuur en sloot kwansuis de gordijnen.
‘Normaal ben ik mijn vrienden en vijanden minstens een stap voor met nadenken over de volgende fase,’ zei De Wever, ‘maar ik zit wat zonder inspiratie. Ik moet op zoveel zaken letten tegenwoordig dat ik niet weet waar eerst kijken.’
‘U neemt veel hooi op de vork,’ sprak ik bezorgd.
‘Als ik het niet doe, wie doet het dan wel?’
Er zat een kikker in zijn keel.
‘U bent te goed voor deze wereld,’ vleide ik, gemeend.
‘Als gij het zegt.

Een stappenplan voor de N-VA

‘Bon, ‘ hernam ik na een moment van gewijde stilte, ‘wij van VDC hebben gebreinstormd en ik moet zeggen dat daar heel interessante voorstellen zijn opgeborreld. De motor is aangeslagen, maar waar rijdt uw auto naartoe? U hebt uw kiezers geen aards paradijs beloofd, dat is toch zo?’
‘Zo is het,’ beaamde mijn gast, ‘wij hebben zweet, bloed en tranen in het vooruitzicht gesteld.’
‘Maar uw partij neemt de kiezer bij de hand en leidt hem langs de donkere en kronkelige paden naar de fel verlichte autosnelweg van …’
Hier was ik even de draad kwijt maar de N-VA-voorzitter leek het niet te merken, afgeleid als hij was door het klagelijke gehuil van John Crombez die met zijn vingers klem zat onder de voordeur.
‘En dus’ – ik klikte met mijn vingers om de aandacht van de leider te herwinnen – ‘ moet de volgende slogan deze zijn.’
Ik duwde op de knop van de diaprojector maar uiteraard gebeurde er niets, bij gebrek aan elektriciteit.
Ik schraapte geambeteerd mijn keel.
‘De slogan die wij bedacht hebben luidt dus: N-VA, uw Wacht op de Weg.’
‘Niet slecht,’ gaf De Wever toe, ‘en origineel op de koop toe.’
‘Maar,’ waarschuwde ik, ‘er loert ook gevaar. Uw partij grossiert intussen in gouverneurs, beheersmandaten, ministers, kabinetschefs, woordvoerders, kamervoorzitters, en meer parlementsleden dan u kunt behappen. Het arrivisme loert! De knusheid van het pluche lonkt!’
‘Tegen wie zegt ge het,’ zuchtte De Wever.
‘Uw kiezer zal sneller dan u denkt uw partij bij de andere op de hoop gooien.’
Parbleu, dat mag niet gebeuren!’
‘Vandaar deze slogan, heer De Wever: N-VA, postjespakkers voor het nut van ’t algemeen.’
De N-VA-voorzitter keek bedenkelijk.
‘Ik begrijp waar ge naartoe wilt, maar het klinkt nogal negatief.’
‘Wie eerlijk is met de kiezer, is niet bang voor de kiezer, heer De Wever.’
‘Gij hebt wel een hoge dunk van de kiezer, vind ik.'

Het verschil gemaakt?

‘We zijn inmiddels eind 2018,’ ging ik door op mijn élan, ‘ u hebt net de gemeenteraadsverkiezingen gewonnen, zij het op minder overweldigende wijze dan in 2012. Uw grote examen staat voor de deur, de verkiezingen van 2019. Hebt u het verschil kunnen maken? Zal de kiezer u belonen voor uw regeringsdeelname? Zal hij u een nieuwe klinkende overwinning schenken? Of zal hij u buizen en de weg plaveien voor de perfide socialisten? Het zal erop of erover zijn, want een nieuwe kans krijgt u niet!’
‘Van Dievel, ge maakt mij bang.’
‘Vreest niet, ik ben bij en met u.’
‘Juist daarom,’ mompelde mijn cliënt duidelijk hoorbaar.
‘Dan is het moment gekomen om uw grote troef uit uw mouw te halen: de Vlaamse onafhankelijkheid.’
‘Gij durft nogal.’
‘Met de slogan die wij bedacht hebben kan er u niets gebeuren, heer De Wever.’
‘Ik ben er niet gerust op.’
Ik liep snel naar de schakelkast en bracht weer licht in de duisternis. Ik klikte de projector aan, verwisselde enkele dia’s van plaats en duwde op de knop.
Op de witte gordijnen verscheen in zwartgele letters de magische zin: ‘N-VA zegt: gedaan met geven en toegeven!’*
‘Miljaar.’ Meer kon de N-VA-voorzitter niet uitbrengen.
‘De verkiezingen zijn nu al in de pocket,’ vervolledigde ik zijn onuitgesproken zin.
Ontroering maakte zich van Bart De Wever meester. Er blonken tranen in zijn ogen. Kom hier dat ik u een knuffel geef, las ik op zijn bevende lippen.
Maar toen viel er een zwarte duivel door de schouw in het haardvuur. John Crombez.

 

*De slogan waarmee de toenmalige Volksunie in 1977 naar de kiezer stapte.
 

(Louis van Dievel is senior writer bij VRT Nieuws en auteur.)

lees ook