Geen politieke consensus over deradicalisering bij Brusselse jongeren

In de Raad van de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) is er geen eensgezindheid over de radicaliseringsaanpak van jongeren in de hoofdstad. N-VA pleit voor een informatief aanspreekpunt rond de preventie van radicalisering, terwijl SP.A eerst en vooral meer dialoog rond burgerschap wil.

VGC-raadslid Jef Van Damme (SP.A) is verontrust over het veiligheidsdiscours dat de bovenhand krijgt. "Het leger moet de straat op, de agenten willen hun dienstwapens mee naar huis: dit zijn maatregelen waarmee je aanslagen als in Parijs niet kunt voorkomen. We willen geen Amerikaanse toestanden als na 9/11 en mogen onze fundamentele rechten niet aan de kant schuiven."

Van Damme pleit voor het versterken van een open en pluralistische samenleving en ziet een grote rol weggelegd voor het onderwijs. Hij ziet heil in een nieuw vak op school dat de verschillende levensbeschouwingen naast elkaar zet en een dialoog rond burgerschap op gang brengt.

Volgens N-VA-fractievoorzitter Johan Van den Driessche, die zetelt in het Brussels parlement en de gemeenteraad van de Stad Brussel, bestaat er geen makkelijke oplossing. "We moeten een kordaat veiligheidsbeleid koppelen aan een inclusieve preventiestrategie", zegt hij.

N-VA wil telefoonlijn

Collegevoorzitter Guy Vanhengel lijstte de initiatieven en verenigingen op die in de invloedssfeer van het VGC meewerken aan de strijd tegen gewelddadige radicalisering. Maar volgens N-VA zijn deze maatregelen niet meer voldoende om de problematiek ten gronde aan te pakken.

"De VGC moet de bevolking meer informeren. Niet door een zoveelste instelling te creëren, maar simpelweg door een informatief aanspreekpunt onder de vorm van een telefoonlijn te installeren."

"Op die wijze kunnen bijvoorbeeld bezorgde ouders van Nederlandstalige kinderen die vragen hebben rond de preventie van radicalisering snel en adequaat terecht voor informatie over de verschillende initiatieven en projecten die de VGC aanbiedt", aldus Van den Driessche.