Na Verviers: angst en boosheid zijn slechte raadgevers - Rudi Vranckx

We kunnen onze kop niet langer in het zand steken: de jihad komt thuis. Vanwaar komt de woede van de Syriëstrijders? En vooral, wanneer hebben ze gewonnen?
analyse
Analyse
Aansturen van de 'analyse' teaser o.a. op de home pagina en 'analyse' weergave op een detail artikel. Deze tag zorgt er ook voor het automatisch aanvullen van de 'analyse' overzichtspagina

Ik weet wat angst is

Gisteravond ben ik voor het eerst in lange tijd met een bang hart gaan slapen. Ik weet wat angst is. Ik ken het vanuit m’n opdrachten in oorlogsgebied. Maar mijn vrees van de voorbije dagen komt er niet zozeer door de teruggekeerde Syriëstrijders. Ik besef maar al te goed wat voor een onheil enkele zwaarbewapende terroristen kunnen aanrichten. M’n echte angst gaat over wat die terroristen met onze samenleving doen, met mijn hoofd en met dat van u, moslim, christen, jood of atheïst.

De vraag die we ons moeten stellen is: wanneer hebben de extremisten gewonnen?

De veiligheidsdiensten leveren goed werk. Dat kunnen we wel besluiten nu de details over de anti-terreuractie van gisteren langzaam binnenkomen. Staatsveiligheid houdt teruggekeerde Syriëstrijders wel degelijk in het oog. Maar die inspanning kost ook geld: meer dan twintig voltijdse medewerkers om één strijder permanent op te volgen, zo wist de burgemeester van Vilvoorde Hans Bonte te vertellen.

Wapens toelaten?

Maar tegen een lone wolf, iemand die op eigen houtje een aanslag beraamt, kunnen zelfs onze veiligheidsdiensten moeilijk iets beginnen. De totale zekerheid dat alle terroristische aanslagen op tijd verijdeld worden, zullen we nooit kunnen bereiken. Er zullen altijd mazen in het net zijn. Denk aan de moordpartij in het Joods Museum ruim een half jaar geleden. Je kan wel risicoplekken extra bewaken, maar dat moet altijd een taak voor veiligheidsdiensten blijven. Wapens toelaten voor bepaalde groepen, waar een Brusselse rabbijn nu voor oproept,  is dan ook ongepast, lijkt me. Zo zouden we het conflict in het Midden-Oosten nog maar eens bij ons importeren.

Kop niet langer in het zand

Nu we stilaan zicht krijgen op de plannen van de gisteren uitgeschakelde jihadi’s, rijzen ook de eerste vragen. Waarom net een aanval met oorlogswapens op een politiekantoor, of op individuele agenten op straat? Dit moest duidelijk een oorlogsverklaring worden aan ons veiligheidsapparaat, aan ons systeem, en zo aan onze staat. Een oorlogsverklaring als antwoord op de bommen op Syrië en Irak. Want wat daar gebeurt, staat niet los van ons land.

We kunnen onze kop niet langer in het zand blijven steken: veel Syriëstrijders citeren de verontwaardiging voor de Westerse oorlogen tegen Syrië en Irak als reden voor hun vertrek, net als het conflict tussen Israël en Palestina dat deze zomer nog opnieuw oplaaide – en daarmee ook de woede in ons land. Of we het nu willen of niet, die conflicten zijn met ons verbonden.

Sinds deze zomer zijn de jihadi’s ook echt in oorlog met het Westen. Voordien heerste er in ons land wel wat ongerustheid over de Syriëstrijders, maar was de teneur vaak “daar zijn we vanaf, laat ze maar sneuvelen”. En de jihadi’s voerden hun strijd toen ook nog vooral lokaal: in IS-territorium in Syrië en Irak, en (internationaler) in Nigeria, Somalië, Pakistan… Tot deze zomer deed alleen Al Qaeda in Jemen, met figuren als de in 2011 in een drone-aanval om het leven gekomen Anwar Al-Awlaki, nog pogingen om de internationale jihad te propageren.

"Peer groups"

Die tijd is voorbij. Nu blijkt dat wat daar gebeurt, ons ook kan raken. Hoe meer Belgische Syriëstrijders er vertrekken, hoe strakker de banden aangehaald worden met ons land. IS kanaliseert het laatste halfjaar zijn woede ook in bedreigingen naar het Westen. Een teken van zwakte omdat ze het in hun thuisbasis, Irak en Syrië, militair moeilijk krijgen? Wat er ook van zij, zulke oproepen tot internationale jihad circuleren makkelijk via de sociale media: denk maar aan de vele boodschappen van bijvoorbeeld Franse, Nederlandse en Engelstalige Syriëstrijders die indruk maken op radicale gelijkgezinden - zeg maar de peer groups.

En het zijn net die peer groups van boze, radicaliserende (of te radicaliseren) jongeren die je aanspreekt met een aanslag op een symbolisch doel als een politiekantoor. Zo’n aanslag van cop killers spreekt de taal van de straat. Zo’n aanslag moet ook een spiraal van geweld veroorzaken. Door de politie te treffen willen ze hen op scherp zetten, zodat ze meer aan etnische profilering gaan doen en daardoor moslims sterker aanpakken. Waarop de terroristen nog makkelijker kunnen rekruteren en vervolgens terugslaan met nog meer aanslagen. Dat is hun doel: polarisering tussen moslims en niet-moslims.

Strategie van de spanning

Het is een strategie van spanning, van angst en terreur zaaien. Onaangenaam pikante ingrediënten in een gevaarlijke cocktail die onze samenleving ondermijnt: angst zaait immers verdeeldheid tussen religieuze gemeenschappen. Nu al merken we op sociale media (ook op onze eigen Facebookpagina) dat er nog amper geluisterd wordt naar elkaar, naar rede of naar argumenten. En zo spelen we met z’n allen, ook in de media, megafoon voor de extremisten. Dat is het grootste gevaar.

Het verbaast me hoe snel het van sluimerende tegenstellingen tot open breuken en zelfs vijandigheid kan komen. Waar dat toe kan leiden, weten we uit de geschiedenis.

(Rudi Vranckx is oorlogsverslaggever en reportagemaker bij Vrt Nieuws. Deze bijdrage verschijnt ook op check-point.be).

Meest gelezen