Al 1.600 doden door geallieerde bombardementen in Syrië

De Amerikaans-Arabische luchtcampagne tegen de terreurgroepen in Syrië heeft de voorbije vijf maanden tot 1.600 doden geleid. Het zou vooral gaan om leden van de extremistische moslimgroepen IS en al-Nusrat.
AP2012

Sinds september hebben de Verenigde Staten ook luchtaanvallen uitgevoerd in Syrië, zoals eerder al het geval was in irak. Daarbij krijgen ze de steun van vliegtuigen uit Arabische landen zoals Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Jordanië.

Volgens het Syrische observatorium voor de mensenrechten, dat nauw aanleunt bij de gematigde oppositie, zijn er daarbij ongeveer 1.600 doden gevallen. Daarbij zouden 1.465 leden van de terreurgroep IS zijn en 73 jihadisten van Jabhat al-Nusrat, de Syrische tak van Al Qaeda.

Bij de luchtaanvallen zouden ook 62 burgers gedood zijn. Onder hen zijn ook enkele mensen die gevangen gehouden werden door IS. Aan geallieerde kant zouden er twee doden gevallen zijn: de Jordaanse piloot die door IS gevangen genomen en vermoord werd en en een Amerikaanse hulpverleenster die gevangen gehouden werd door IS en bij een bombardement omgekomen zou zijn.

Ons land neemt niet deel aan de strijd in Syrië. Onze F-16's voeren wel aanvallen uit tegen IS in het noorden van Irak. Daar wordt de Amerikaanse campagne ondersteund door vliegtuigen uit Canada, Nederland, Denemarken, Frankrijk en Groot-Brittannië.

Het verschil tussen beide luchtoffensieven is diplomatiek. In Irak heeft de geallieerde coalitie de goedkeuring van de Iraakse regering. In Syrië is dat officieel niet het geval en de meeste westerse landen vinden dat er daarvoor een resolutie van de Verenigde Naties nodig is. In de praktijk vindt het regime van de Syrische president Bashar al-Assad die luchtaanvallen niet zo erg.

Frans vliegdekschip in de strijd

Frankrijk gaat intussen het vliegdekschip Charles de Gaulle laten deelnemen aan de strijd tegen IS. Het schip vaart nu rond in de Perzische Golf en heeft een twintigtal vliegtuigen van de types Rafales en Super Etendard aan boord. Daar is ook al het Amerikaanse vliegdekschip USS Carl Vinson actief.

Tot nu toe voerden de Fransen bombardementen uit op IS in Noord-Irak vanop een basis in de Verenigde Arabische Emiraten. 

De nieuwe Amerikaanse minister van Defensie Ashton Carter belooft intussen dat de coalitie IS een "onherroepelijke nederlaag" zal toedienen. Carter zei dat tijdens een bezoek aan een Amerikaanse basis in Koeweit. "IS is niet enkel een bedreiging voor Syrië en Irak, maar voor de hele regio", zei Carter.