(Hoe) werkt de emissiehandel?

Het emissiehandelsysteem van de Europese Unie is in het leven geroepen om de uitstoot van CO2 in de Unie op termijn te verlagen. Maar hoe werkt het en leidt het ook effectief tot minder CO2-uitstoot?
AP2009

Het emissiehandelsysteem werd ingevoerd in 2005 en is een van de hoekstenen van het Europese klimaatbeleid. Het moet de CO2-uitstoot in de Europese Unie regelen en op termijn verlagen zodat de EU haar klimaatdoelstellingen kan halen: 20% minder uitstoot tegen 2020 en 40% tegen 2030.

Het is de bedoeling dat bedrijven emissierechten verkrijgen voor elke ton CO2 die ze uitstoten. Een deel van die emissierechten wordt kosteloos toegewezen, de rest kan het bedrijf kopen bij de Europese Unie.

Bedrijven die meer emissierechten hebben dan ze CO2 uitstoten, kunnen ook emissierechten doorverkopen aan bedrijven die er tekort hebben. Zo moet een marktmechanisme op gang komen dat de prijs van CO2 bepaalt.

Waarom is een prijscorrectie nodig?

Bij de lancering van het systeem hield de EU een gemiddelde prijs van 30 euro per ton CO2 voor ogen, maar die doelstelling werd niet gehaald. Al snel bleek dat er te veel emissierechten circuleerden op de markt. Tijdens de crisis groeide dat overschot nog verder aan. Daardoor zakte de prijs onder de 10 euro.

Het werd voor bedrijven dus aantrekkelijker om massaal emissierechten op te kopen in plaats van hun productie koolstofarm te maken. Als Europa niet snel ingrijpt, zal de prijs nog dieper zakken.

In 2020 zullen 750 miljoen ongebruikte én 900 miljoen doorgeschoven emissierechten - rechten waarvan de verkoop werd uitgesteld - in één klap op de markt komen. Daardoor zouden de Europese klimaatdoelstellingen een onhaalbare kaart worden.

Met de marktstabiliteitsreserve worden overschotten op de markt ondergebracht in een reserve. Andersom kunnen ook tekorten via die reserve worden opgevangen. Het is de bedoeling dat de prijs aanzienlijk stijgt en dat bedrijven proberen hun uitstoot te verminderen.

Evenwicht klimaat industrie

Het voorstel wordt dan ook met argusogen gevolgd door energie-intensieve sectoren. Zij vrezen dat ze door een prijsstijging het water aan de lippen zullen krijgen. En dat kan er toe leiden dat bedrijven hun energie-intensieve productie verhuizen naar landen met minder strenge CO2-normen (carbon leakage).

Om dat te vermijden, moet de Europese Unie een evenwicht houden tussen haar klimaatbeleid en de bekommernissen van de industrie.

Ivo Belet, de onderhandelaar in dit dossier, krijgt van de Commissie leefmilieu een mandaat om rechtstreeks met de nationale regeringen te onderhandelen. Het is belangrijk dat deze wetswijziging er vlug doorkomt zodat Europa geloofwaardig kan overkomen op de komende klimaattop in Parijs. Als alles vlot verloopt, gaat het mechanisme in 2018 van start.