Duitse metaalwerknemers krijgen 3,4 procent meer loon

De 3,7 miljoen werknemers uit de Duitse metaal- en technologiesector krijgen de komende maanden 3,4 procent meer loon. Dat zijn vakbonden en werkgevers overeengekomen.

Metaalvakbond IG Metall en de werkgevers bereikten een akkoord voor de regio Baden-Würtemberg, in het zuidoosten van het land. Loononderhandelingen worden in Duitsland traditioneel regio per regio gevoerd, waarna een eerste akkoord wordt overgenomen door de andere regio's. Bijgevolg zullen 3,7 miljoen werknemers uit de sector aanspraak kunnen maken op de loonstijging. Het gaat onder meer om werknemers uit de automobiel, elektronica en machinebouw.

Het akkoord voorziet in een loonstijging van 3,4 procent van 1 april 2015 tot 31 maart 2016, plus een eenmalige premie van 150 euro. Aanvankelijk had de vakbond 5,5 procent meer loon geëist, en werkgeversorganisatie Südwestmetall 2,2 procent geboden. De vakbond rolde daarop met de spieren, door waarschuwingsstakingen te organiseren en met hardere acties te dreigen.

IG Metall noemt het akkoord "een belangrijke stap voor de organisatie van de arbeidsmarkt en de stabiliteit van de conjunctuur". Volgens de vakbond garandeert deze koopkrachtverhoging voor de werknemers dat "de motor van privéconsumptie, de belangrijkste conjuncturele motor op dit moment, blijft draaien."

De regionale werkgeversfederatie, Südwestmetall, ziet dat anders en heeft het over een "pijnlijk" compromis. De meerkost van de loonstijging en de eenmalige premie zullen veel ondernemingen "op de rand van het breekpunt" brengen, aldus Südwestmetall. De werkgeversorganisatie verwelkomt echter wel twee andere afspraken in het akkoord: de geleidelijke uittreding uit de arbeidsmarkt van vervroegd gepensioneerden en de vakantieregeling en financiering voor de beroepsopleiding.