EU-lidstaten mogen studiebeurs niet enkel laten afhangen van woonplaats

Europese lidstaten mogen het toekennen van een studiebeurs niet enkel laten afhangen van de vraag of de betrokken studenten gedurende een bepaalde tijd op hun grondgebied gewoond hebben. Dat heeft het Europees Hof van Justitie geoordeeld in de zaak van een Nederlandse studente die jarenlang in België school liep.

De Nederlandse studente woonde al sinds 1993 met haar ouders in België. Van het eerste leerjaar tot het laatste middelbaar liep ze school in Vlaanderen, waar haar ouders intussen nog steeds wonen. Niettemin kreeg ze in 2008 een Nederlandse beurs voor haar studies aan de Universiteit van de Nederlandse Antillen in Curaçao. Een jaar later kwam daar ook een studielening bij.

Bij een controle in 2010 stelden de Nederlandse autoriteiten vast dat de studente al jaren niet meer in Nederland leefde. Nochtans vereist de studiefinanciering dat de betrokken studenten minstens drie van de voorbije zes jaar op Nederlands grondgebied woonden. Ze kreeg dan ook de vraag om 19.481 euro terug te betalen.

De studente tekende echter beroep aan, waarop het Europees Hof van Justitie gevraagd werd naar de verenigbaarheid van de Nederlandse '3 uit 6'-voorwaarde met het Europees recht.

De Europese rechters zien daar wel degelijk een probleem, zo blijkt donderdag. Ze vinden weliswaar dat beperkingen moeten kunnen, zoals bijvoorbeeld een zekere band met de samenleving van de betalende overheid. Die band enkel beoordelen op basis van de woonplaats, vindt het Europees Hof echter te mager.

"Een dergelijk criterium is te exclusief omdat geen rekening gehouden wordt met andere elementen, zoals de nationaliteit van de student, de plek waar hij naar school is gegaan, zijn familie, zijn baan, zijn talenkennis of het bestaan van andere sociale en economische banden", besluiten de rechters. "Het EU-recht verzet zich dus tegen de Nederlandse 3 uit 6-regeling."