Federale regering moet nog elf rampendossiers erkennen

Elf rampperiodes, goed voor ongeveer 20.000 dossiers, wachten op federaal niveau nog om behandeld te worden. Dat is opvallend, want door de zesde staatshervorming behoort deze bevoegdheid al sinds 1 juli 2014 toe aan Vlaanderen. Dat blijkt uit een antwoord van West-Vlaams provinciegouverneur Carl Decaluwé op de provincieraad.

Niet minder dan elf rampperiodes, waaronder de Pinksterstorm van 2014, wachten nog om erkend te worden op federaal niveau. Daarvoor moet dit eerst op de politieke agenda komen. Daarna kan het nog twee jaar duren voor alle dossiers afgehandeld kunnen worden. Dat is vooral te wijten aan een gebrek aan personeel en vooral budget. "Uit contactname blijkt dat de federale regering oplossingen aan het zoeken is om de federale rampdossiers af te handelen", weet de gouverneur.

Het nieuws is des te opvallender omdat deze bevoegdheid al op 1 juli 2014 werd overgeheveld naar Vlaams niveau, wat intussen leidde tot de oprichting van het Vlaams Rampenfonds. Maar uit het antwoord blijkt dat er ook op Vlaams niveau nog logistieke en personeelsgebonden problemen zijn binnen de diensten van de provinciegouverneurs, die bevoegd zijn voor de aanvragen door de rampenschadewet uit 1976.

Nieuwe procedure

De gouverneur stuurde daarover een brief naar de secretaris-generaal van het departement om meer duidelijkheid te vragen. Twee weken geleden ontving hij, samen met alle andere provinciegouverneurs, een brief van de teamcoördinator van het Vlaams Rampenfonds, dat het team in naam van de gouverneurs de administratieve behandeling van de schadedossiers van Vlaams erkende rampen op zich zal nemen. De handtekeningbevoegdheid blijft hierbij bij de gouverneur van de provincie waar de schade zich heeft voorgedaan. Deze nieuwe procedure zal ingaan vanaf de publicatie van de erkende rampen in het Belgisch Staatsblad.