"Federale én gewestregering bevoegd voor indexering huur"

Het lijkt de vraag van 1 miljoen de afgelopen weken: wie is er bevoegd voor de indexering van de huurprijzen, de federale regering of de gewestregeringen? Allebei, zegt professor Paul Van Orshoven van de KU Leuven. "Het hangt er van af hoe men de maatregel inkleurt."

De kogel is door de kerk: de indexsprong komt er, zo heeft de federale regering vandaag beslist. Maar of ook de huurprijzen eenmalig niet geïndexeerd worden, is nog niet duidelijk. Een werkgroep moet zich daarover buigen.

Meer bepaald over de vraag wie bevoegd is voor de indexering van de huurprijzen, want daar heerst al een tijdje onduidelijkheid over. Vlaams minister van Wonen Liesbeth Homans (N-VA) stelde eerder dat de huurprijzen door de staatshervorming Vlaamse bevoegdheid zijn geworden. De discussie moet dan ook niet federaal gevoerd worden, voegde ze eraan toe.

Parallelle bevoegdheid

Maar is dat wel zo? De waarheid is iets genuanceerder dan dat. De huurprijzen zijn inderdaad een Vlaamse bevoegdheid, maar de indexering ervan kan ook een federale bevoegdheid zijn, zegt hoogleraar publiek recht Paul Van Orshoven.

Met andere woorden: zowel de federale als de Vlaamse regering kan beslissen om de huurprijzen wel of niet te indexeren. "Alles hangt af van de redenen die men geeft om die maatregel te nemen", legt Van Orshoven uit.

Als het gaat om prijs- en inkomensbeleid, is het een federale bevoegdheid. Als het gaat om huisvestingsbeleid en de huur van woningen, is het een gewestelijke bevoegdheid.

Het gaat hier met andere woorden om een parallelle bevoegdheid, zegt Van Orshoven. "Dezelfde maatregel kan dus op de ene of andere manier gekleurd worden."

Aanvechten

Voer voor discussie dus. Het is dan ook goed mogelijk dat als de blokkering van de huurprijzen effectief door de ene of de andere regering ingevoerd wordt, die aangevochten zal worden.

Dan moet ofwel het Grondwettelijk Hof (als de maatregel bij wet wordt ingevoerd) ofwel de Raad van State (als de maatregel bij Koninklijk Besluit wordt ingevoerd) zich over de kwestie buigen.

Van Orshoven merkt op dat een parallelle bevoegdheid eigenlijk niet aanvaard wordt door het Belgische rechtssysteem. "Het Grondwettelijk Hof zal dan onderzoeken wie het meest bevoegd is en de ander onbevoegd verklaren."