Onderzoekers vinden bewijzen voor graan in VK 8.000 jaar geleden

Britse onderzoekers hebben in Groot-Brittannië DNA van graan gevonden van 8.000 jaar oud. Dat wijst erop dat het graan verhandeld of geruild werd, want graan werd pas zo'n 2.000 jaar later voor het eerst gekweekt in Groot-Brittannië. Dat wil dan weer zeggen dat er in die periode een gesofisticeerd netwerk van culturele verbindingen doorheen Europa bestaan moet hebben.
De onderwatersite werd in 1999 ontdekt (foto: The Maritime Trust/Roland Brookes).

Een team onder leiding van Robin Allaby, een plantengeneticus van de Britse University of Warwick, was op zoek naar het vroegste bewijs voor gedomesticeerde planten in Groot-Brittannië, en besloot te gaan kijken op de onderwatersite Bouldnor Cliff, zo'n 250 meter uit de kust van het gehucht Bouldnor in het noordwesten van het eiland Wight.

Bouldnor Cliff ligt nu zo'n 11 meter onder de zeespiegel, en het werd ontdekt in 1999 toen, zoals de Maritime Archeology Trust het op zijn website zegt, "een kreeft gezien werd die bewerkte vuurstenen uit de steentijd uit zijn hol aan het gooien was". Sindsdien hebben archeologen onafgebroken onderzoek uitgevoerd op de site, die duidelijk bewoond werd door jagers-verzamelaars, en die mogelijk gebruikt werd om houten boten te bouwen.

Het team van Allaby boorde vier kernen uit het sediment en onderzocht die zowel met radiokoolstofdatering als met een analyse voor oud DNA.

"Geen eiland"

De planten en het hout in de stalen werden gedateerd tussen 8.020 en 7.980 jaar geleden. Niet lang daarna werd de site overspoeld door het rijzende zeewater op het einde van de laatste ijstijd.

Het DNA-onderzoek leverde de onderzoekers een verrassing op: in een duidelijk omlijnde plaats, meters onder het water, vonden ze een flinke hoeveelheid DNA van eenkoorn, een van de eerste soorten graan dat gedomesticeerd werd. Het DNA was waarschijnlijk afkomstig van meel, gemalen graan, en de onderzoekers denken dat het niet ter plaatse gekweekt werd, aangezien er geen stuifmeel gevonden werd, wat waarschijnlijk zou zijn als het graan ter plaatse heel zijn levenscyclus, inclusief bloei, zou doorgemaakt hebben.

Volgens doctor Allaby waren de inwoners van Groot-Brittannië 8.000 jaar geleden jagers-verzamelaars, terwijl de landbouw zich toen vanuit het Midden-Oosten over Europa aan het verspreiden was. "Hoewel het algemeen was in het neolitische Zuid-Europa, wordt eenkoorn nergens in Groot-Brittannië gevonden tot 2.000 jaar na de stalen van Bouldnor Cliff."

© ARCO / Diez, O - www.belgaimage.be

"Om het mogelijk te maken dat eenkoorn deze site bereikt heeft, moeten er contacten geweest zijn tussen de mesolithische Britten en de neolithische boeren, ver weg in Europa", zo zei hij.

De Britse eilanden waren voor het rijzen van de zeespiegel na het einde van de ijstijd, verbonden met het vasteland van Europa door een aantal landbruggen, en die zullen het contact aanzienlijk vergemakkelijkt hebben. "Mesolitisch Groot-Brittannië was in die zin helemaal geen eiland, maar cultureel en mogelijk ook fysiek verbonden met Europa", zo zei Allaby.

"Landbouw nog niet zo ver"

Landbouw vindt zijn oorsprong in het Midden-Oosten zo'n 10.500 jaar geleden, en verspreidde zich vandaar via twee verschillende routes in Europa. De meeste archeologen gaan ervan uit dat zo'n 8.000 jaar geleden de landbouw nog niet verder westelijk was geraakt dan de Balkan en het huidige Hongarije.

Allaby en zijn team stellen voor om aan te nemen dat de landbouw het westen van Frankrijk vroeger bereikt heeft dan werd aangenomen, namelijk rond zo'n 7.600 jaar geleden, en dan zou er slechts een kloof van 400 jaar overblijven om te overbruggen.

Niet iedereen is het daar mee eens. Peter Rowley-Conwy, een archeoloog aan de Britse Durham University, zegt dat de auteurs van de studie de chronologie van de verspreiding van de landbouw onrecht aandoen. Hij wijst erop dat "duizenden van rechtstreeks gedateerde graan-korrels" een dergelijke vroege datering van landbouw in het westen van Europa tegenspreken. "Eén DNA-studie is eenvoudigweg niet voldoende om dit allemaal omver te werpen."

Een andere mogelijkheid, zegt Allaby, is dat de nomadische jagers-verzamelaars uit het zuiden van Groot-Brittannië veel verder in het Europese vasteland getrokken zijn dan gedacht werd. Daar kunnen ze dan graan of graanproducten opgepikt hebben bij de boeren uit het oosten, en ze mee teruggebracht hebben naar de Britse eilanden. Ook suggereert hij dat de conventionele methode van het dateren van de verspreiding van de landbouw aan de hand van duidelijk zichtbare graankorrels, misschien oudere stalen niet opmerkt.

Paleogeneticus Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen, en de uitvinder van de methode om DNA te vinden in sedimenten zelfs nadat de planten waarin het oorspronkelijk zat, volledig vergaan zijn, is het daarmee eens. Los DNA uit sedimenten zal de vroegst opspoorbare bewijzen verschaffen voor landbouw, omdat graankorrels minder kans hebben om bewaard te blijven, zegt hij.

Dorian Fuller, een paleobotanist aan het University College London, zegt dat de nieuwe vondst niet noodzakelijk betekent dat de datering van de verspreiding van de landbouw ingrijpend gewijzigd moet worden. Volgens hem kunnen pioniers onder de landbouwers en de jagers-verzamelaars voorbij de grens van de landbouw actief geweest zijn, terwijl de landbouw zich westwaarts verspreidde. En zoals zeldzame kruiden uit het oosten vandaag gezien worden als waardevolle producten, zo kan het graan van Bouldnor Cliff een symbolische betekenis gehad hebben, en gezien zijn als "zeldzaam, exotisch en waardevol, in plaats van al iets dat alle dagen gegeten werd.